Casanova, Homo Frivolicus - Aus Greidanus sr. en Jules Terlingen : Nederlandse première

Datum: 14/12/13 17:30 - Voorstelling

Een nieuwe tekst van Aus Greidanus sr. en Jules Terlingen

Casanova werd geboren in Venetië op 2 april 1725 en stierf in Dux, een onbelangrijk plaatsje in Bohemen (het huidige Tsjechië) op 4 juni 1798. Hij werd 73, wat in die tijd een hele hoge leeftijd was. Of Casanova die hoge leeftijd een zegen vond is maar de vraag.
Casanova's vader Gaetano Giuseppe-Giacomo Casanova was violist en toneelspeler. Hij trouwde met Zanetta Farussi, die haar man volgde en actrice werd. Zanetta werd een gevierd actrice die in vele Europese theaters furore maakte. Casanova komt dus uit een artistieke familie. Giacomo koos echter niet voor een artistieke loopbaan. Hij kreeg een opleiding aan het seminarie. Maar zijn hoge libido stond zijn roeping als priester in de weg.
Casanova reisde heel zijn leven door Europa. Wanneer hij ergens vertrok was dat wegens een of ander schandaal of omdat hij geen geld meer had. Hij werd opgesloten in Venetië omdat hij de minnares van een machtig Venetiaan had verleid. Na zijn ontsnapping uit de gevangenis in het Dogepaleis trekt hij door Europa van de ene hofhouding naar de andere. Geen man heeft ooit zoveel koningen, koninginnen, graven, gravinnen, hertogen, hertoginnen ontmoet als hij. Van Madame de Pompadour tot Catharina de Grote. Hij voelde zich thuis waar hij een bed vond, liefst met een vrouw erin. Hij had maar één doel in het leven: elke dag minstens één vrouw beminnen. Hij beweerde echter dat hij het niet was die verleidde, maar dat hij voortdurend werd verleid. Toch waren er maar weinig vrouwen die hem haatten. Daarom werd zijn naam terecht een zelfstandig naamwoord: een casanova of vrouwenversierder.
Hij leeft op het ritme van het toeval, kent eergevoel noch schaamte. Hij was onbesuisd en bij wijlen opvliegend. Meerdere keren keek hij de dood in de ogen: tijdens zijn loopbaan als vrouwenversierder liep hij viermaal een ernstige seksuele aandoening op en daagde hij tienmaal een andere man uit tot een duel. Impulsief en spontaan, zonder voorzienigheid, noch spaarzaamheid, beweegt Casanova zich in elk milieu. Hij is als het ware een omgekeerde kameleon. Waar de kameleon de kleur van zijn omgeving aanneemt om zo zijn prooi in de val te lokken, zo trekt Casanova een kostuum aan dat opvallend genoeg is om bij iedereen op te vallen. Bovendien verstaat hij de kunst zich met bravoure als wat dan ook voor te doen; waterbouwkundige, architect, financieel expert, mijnbouwkundige, astroloog, dokter, alchemist etc.
Casanova is een kosmopoliet en in die zin een moderne nomade, een zendeling van Eros, van de verleiding en de lichamelijke liefde. Maar een dergelijke levenswijze houdt geen rekening met ouderdom. Wanneer het succes bij vrouwen uitblijft en hij er niet meer in slaagt financieel zaken te doen, strandt hij als bibliothecaris in Dux. Als hij bezoek krijgt is dat eerder uit een soort toeristische sensatiezucht om die vreemde excentriekeling te bezichtigen dan uit gemeende interesse. Hij is een soort farce van zichzelf geworden. Het enige dat hem kan plezieren zijn de herinneringen aan het plezier, die hij op dat moment het meeste mist. Hij schrijft zijn herinneringen op. Niet met de bedoeling ze uit te geven. Hij schrijft ze alleen maar omwille van het plezier aan de herinnering.

Bron : Toneelgroep de Appel