Advertentie
Inhoud:
Mijn vroegste herinnering aan zoiets als een Westerse canon gaat een eeuwigheid terug in het verleden. We waren op meerdaagse klasuitstap naar Parijs. En ik stond voor een eigenaardig schilderij waarvan ik niet kon zeggen wat het voorstelde en of ik het nu mooi of lelijk vond. Hoeveel keer ik mijn hoofd ook naar links kantelde, zoals ik de vele bezoekers van het Centre Pompidou zag doen, ik zag het niet. Niets wat me een houvast kon bieden. Ik kantelde mijn hoofd naar rechts en nog zag ik geen mannetje verscholen tussen de wilde vegen en strepen op het doek. ‘Is dit niet vreselijk vreemd voor je?’ Vroeg een leerkracht die naast me kwam staan. En ik vond de vraag van de leerkracht vervelend. Ik wist waar ze op alludeerde, ze was ervan overtuigd dat het schilderij mij vreemd was omdat ikzelf vreemd was, niet-Westers. Niet westers zoals het schilderij en de schilder westers waren.
En dat wrong, want zoals ik het toen zag begrepen mijn klasgenoten van de technische handelsrichting er evenveel van als ik ondanks hun degelijke Vlaamse namen.
Net zoals ik waren zij niet met kunst en literatuur opgegroeid. Het waren de dochters van kleine winkeliers, lagere bedienden in een postkantoor of arbeiders, net zoals mijn vader.
Wij kwamen uit gezinnen waar heel weinig boeken waren, waar er niet gepraat werd over kunst, waar theater niet iets was waar je vrijwillig op een zaterdagmiddag naartoe trok. En fauvistische schilderijen dat was, nou ja, om mee te lachen.
Maar ik wilde het begrijpen en ik vroeg me toen af of er ergens kunst was waar ik voor kon gaan staan en die onmiddellijk tot me zou spreken, zodat geen enkele leerkracht het in zijn of haar hoofd zou halen mijn gedraai en het gekantel van m’n hoofd te interpreteren als een wanhopige poging een taal te begrijpen die te ver van mijn eigen wereld stond.
De discussie over een andere canon gaat over meer dan alleen maar over de etnisch-linguïstische diversiteit in de kunsten. Gaat over veel meer dan alleen maar over een gediversifieerd aanbod of over herkenning en weerspiegeling. Het is fundamenteel een discussie over onze bewegende samenleving, over het veranderende karakter van onze gemeenschap. Een gemeenschap in wording.
Er is niets nieuws aan dat proces van vooruitgang. Alleen lijkt het nu alsof alles veel sneller gaat en er waardevolle zaken verloren gaan zonder dat er daar andere, even waardevolle zaken voor in de plaats komen. In deze pijnlijke overgangsfase waarbij er veel angst is om zaken los te laten en onzekerheid over de wereld van morgen, kunnen verhalen geruststellen. Verhalen zijn in staat ons duidelijk te maken wat mensen gemeen hebben.

GEN2020
GEN2020 is een platform en professionaliseringstraject voor acteurs en theatermakers van diverse origine. Bedoeling is om meer kleur op de Vlaamse podia te krijgen door de doorstroming van gedreven en getalenteerde mensen naar de sector te stimuleren aan de hand van een tweejarig traject.
In 2012 gaat een eerst groep van een tiental deelnemers van start. Zij volgen vier workshops of masterclasses per jaar, georganiseerd door vier verschillende theatergezelschappen en festivals. Daarnaast stippelt elke deelnemer een individueel parcours uit, gecoacht door een professionele mentor. Op het einde van elk jaar delen de GEN2020-deelnemers hun werk met het publiek. Sommige van hen zijn te volgen op Schrijverspodium.
Op 9 november werd GEN2020 feestelijk gelanceerd, met een lezing van Rachida Lamrabet en acts van SIN, Seckou Ouologuem, Arbi El Ayachi en Fikry El Azzouzi (allen toekomstige deelnemers van GEN2020)
en Dahlia Pessemiers-Benamar (mentor).
Klik rechtsboven om de integrale tekst van de lezing te downloaden.






