Advertentie
Het fikken van de tekst
Het is nog net geen boekverbranding, maar het komt verdacht dicht in de buurt: binnen de eerste drie minuten van Krijg nou Titus! van Theatergroep Siberia gaat de vermeende tekstbrochure met de tekst van Shakespeares Titus Andronicus in de fik. Want ‘dát gaan we toch niet doen?’ Godsamme zeg, een tekst. En dan nog op rijm. Heeft er ooit iemand zoiets saais meegemaakt?
Wat Theatergroep Siberia hiermee wellicht onbewust doet is niets minder dan de slimme combinatie van twee vergeten retorische stijlfiguren: een praeteritio en een captatio benevolentiae – kom op, welke sufferd heeft nog Latijn gestudeerd? In mensentaal: Siberia smeert zijn publiek stroop aan de baard door expliciet te benoemen wat het vooral niét gaat doen – in de vaste veronderstelling dat er bij dat publiek een diepgewortelde afkeer leeft tegenover dit te mijden onheil. In dit geval: Shakespeare, tekst, teksttheater, rijm. Daar zou voor het jonge publiek – Krijg nou Titus! richt zich op twaalf plus – namelijk een vies geurtje aanhangen. Op de vraag of dat een terechte premisse is kom ik straks terug.
Geen klassenuitje
Met een nominatie voor het Theaterfestival én de Gouden Krekel 2010 wekte de eerste productie van het splinternieuwe Rotterdamse Theatergroep Siberia (een fusie van de gezelschappen Rotjong, Rotterdams Lef en Het Waterhuis) hoge verwachtingen. Maar misschien zou ik toch niet helemaal vanuit Gent naar Amsterdam zijn gekomen als er niet al wat buzz zou geweest zijn rond de eersteling: een verontwaardigde Haagse leraar vond de voorstelling vol seks en geweld niet geschikt voor een ‘klassenuitje’. De promotie rond de voorstelling was inderdaad eerder rauw: het campagnebeeld een stoere bling blingfoto van drie kerels-met-blaffer, een promotietekst die de voorstelling aankondigt als een ‘lekkere videogame’ en, in de beste traditie van puberbladen als Joepie of Yes een zelftest op de voor de gelegenheid gecreëerde mini-site www.hoewreedbenjij.nl. Het is duidelijk: hier moest te vuur en te zwaard de ‘moeilijke’ puberdoelgroep binnengerijfd worden. Op mij heeft deze spektakeltalk het omgekeerde effect: ik verwacht me al bijna aan een gratuit choquerende showcase door een stel volwassenen dat krampachtig hip tracht te zijn bij tieners – hoe zielig.
Het draait anders uit.
De enscenering van deze Titus Andronicus blijkt zowel in de beeldtaal als in de tekstbewerking verdomd intelligent te zijn. Desondanks wordt met de brochureverbranding al in de eerste scène een straf statement gemaakt: tekst is geen legitieme manier meer om iets te vertellen aan een jong publiek. Het gezelschap zal het verhaal dus niet ‘opdreunen’ maar ver-beelden – het doén, in het hier en nu. Of hoe actie reflectie verdrijft, en het beeld het woord. Evenmin legitiem (en al behoorlijk wat decennia) is het psychologiserend spelen. Weg dus daarmee – Siberia kiest voor de metatheatrale benadering, waarin acteurs en personages naar believen in elkaar verglijden. Zo wordt er bij het begin van het stuk een acteur uitverkoren voor de rol van Titus. De pechvogel stribbelt nog zwakjes tegen dat ‘wraak niet in zijn karakter zit’, maar tevergeefs – de metamorfose geschiedt. En we zijn vertrokken, voor een joyride langs de wreedste uithoeken van de menselijke ziel. Want hierin schuilt het echte geweld – niét in de sm-scenografie van Niek Kortekaas, niét in de expliciet erotische of gewelddadige scènes, die evenwel nooit de ondergrens van het platte of gratuite overschrijden – maar in het psychologische geweld, dat in elke Titusbewerking die ik ooit zag, soft of hardcore, even onwezenlijk blijft: hoe zijn mensen in godsnaam in staat elkaar zoiets aan te doen?
Nemesis
Titus Andronicus is de tragedie van de wraak. Wanneer de Romeinse generaal Titus uit de oorlog met de Goten thuiskomt als overwinnaar, blijkt hem daar een nog ergere oorlog te wachten. Als vergelding voor hun 21 gestorven broers eisen de overgebleven twee zonen van Titus een offer: de oudste zoon van de overwonnen Gotenkoningin Tamora. Titus, tegen zijn zin, stemt toe en zet zo onbewust het onstuitbare rad der vergelding in beweging. Wanneer Tamora zich later in de gunst werkt bij de nieuwe keizer Saturninus en zelfs zijn vrouw wordt, zal ze alles op alles zetten om wraak te nemen op Titus en zijn familie. Wat Titus vervolgens te verduren krijgt is meer dan hallucinant: met een sadistisch plezier zetten Tamora en haar minnaar Aaron de moord, verkrachting en verminking van Titus en de zijnen in scène. Het tragische van Titus’ figuur zit hem in het feit dat de plichtsgetrouwe ijzerbijter tot ver in de tragedie weigert de hand op te heffen om het leed dat hem wordt aangedaan te vergelden. Is het blinde trouw, lafheid of verlamming? In ieder geval duurt het tot in het vijfde bedrijf voor Titus terugslaat – en dan gaat hij te keer met een wellustige wreedheid die deze van zijn kwelduivels naar de kroon steekt. Want ‘iedereen breekt op den duur’. Nemesis overwint, zij het dan aan het eind.
Regisseur en tekstbewerker Floris van Delft is er samen met Wolter Muller op een slimme manier in geslaagd de essentie van de tragedie te bewaren, en daar zelfs nog een betekenislaag aan toe te voegen. In z’n bewerking van het origineel gaat van Delft razendsnel, op het tempo van de flitsend gemonteerde beeldtaal, maar nergens snijdt hij essentiële tekstdelen weg – hij comprimeert ze enkel tot een bijzonder beknopt spel van dialogen. Zo corrigeert de ene acteur de andere dat dit niet ‘het verhaal van Titus’ is maar ‘het verhaal van wraak’. De crux is natuurlijk dat de ultieme wraak tergend lang uitblijft, door de weigering tot handelen van Titus. Interessant is dat van Delft dit tragische gegeven ontdubbelt in een metatheatrale lijn. Niet enkel het personage Titus weigert in de wraakcyclus mee te gaan, ook de acteur weigert zijn personage de noodzakelijke handelingen te laten stellen. ‘Wanneer ga je nou eindelijk eens kwaad worden?’ snauwt de actrice die Tamora speelt hem toe. Niet enkel Titus is een tragische figuur, ook de arme acteur die voortdurend tot over de rand wordt gepusht is dat. Op gezette tijden herinneren zijn collega-acteurs er hem aan dat ‘Shakespeare het zo wil’ of dat hij zo 'het stuk blokkeert’. Het argument verwijst naar de onafwendbaarheid van beider lot – hoezeer de acteur ook spartelt, hoezeer het personage Titus dat ook doet, het is de tekst – de tekst van Shakespeare, het drama materieel vastgelegd in woorden – dat geen andere keuze laat. Daarmee wordt een vreselijke vaststelling gedaan: het ongenadige lot (dat hier de gedaante van de almachtige auteur aanneemt) drijft op den duur zelfs de meest deemoedige mens tot geweld. Met een zeldzame actuele referentie katapulteert van Delft deze vaststelling in het heden, via een dialoog tussen Titus en zijn zoon Lucius die in enkele prachtige lijnen het wezen van de tragedie vat:
TITUS
Er is geen eer in wraak, Lucius.
LUCIUS
Weg dan met die eer! Weg dan met uw plichtsbesef! Wraak is geen emotie, wraak is een boodschap. De oudste manier in de natuur om te zeggen: “Tot hier en niet verder! - En wie het nog eens waagt, die gaat eraan.”
TITUS
Zei de Jood tegen de Palestijn, voordat hij zijn huis plat gooide. –
LUCIUS
Wat heeft dat er mee te maken.
TITUS
- Zei de Palestijn, voordat hij de bus opblies. Zeg me waar het stopt. Vertel me hoe het eindigt, jongen.
Slapstick
De metatheatrale ontdubbeling van acteurs en personages zorgt niet alleen voor een meerlagigheid in de tekst, maar ook voor een slapstickachtige situatiehumor waarbij de acteurs vlotjes in en uit het theatrale kader springen. Huiveringwekkend hilarisch is bijvoorbeeld de minutenlange scène waarin Lucius verwoed op zoek gaat naar een bijl om zijn eigen hand mee af te hakken, terwijl Aaron met een botte snoeischaar al bezig is met die van z’n vader:
LUCIUS, OFF STAGE ROEPEND
Paahaa... ?
TITUS (MOEIZAAM)
Ja jongen?
LUCIUS
Waar ligt ie?
TITUS
Waar ligt wahat??
LUCIUS
De bijl. Waar ligt de bijl?
TITUS
In de schuur.
LUCIUS
Ja, ik ben in de schuur. Maar... Wáár in de schuur? […]
AARON IS NOG NIET KLAAR MET DE POLS VAN TITUS. […]
TITUS
Lucius, jongen?... Hij ligt helemaal achterin! […]
LUCIUS
Achter de fietsen, bedoel je?
TITUS
...Achter de fietsen!
LUCIUS
Onder het zwembadje?
TITUS
...Onder het zwembadje!
Nooit, nooit is het genoeg geweest in deze tragedie, niet tot de allerlaatste dode. De gruwel gaat zo ver dat sommige Shakespearekenners beweren dat Titus Andronicus eigenlijk bedoeld was als een over the top komedie, of zo slecht is dat Shakespeare onmogelijk de auteur kan geweest zijn. Theatergroep Siberia buit het slapstickelement ten volle uit, zonder de inhoudelijke zwaarte van het drama te vergeten. Het resultaat is zijn twee nominaties meer dan waard.
Beet hebben
Slechts een ding stoort me: het goedkope discours rond het zogenaamd ‘saaie, moralistische’ imago van ‘de tekst’. ‘We geven ze wat ze willen – op tv kijken ze ook naar actiefilms’ zei acteur José Klaase in een interview; artistiek leider Jolanda Spoel beriep er zich op dat ze met deze beeldtaal ‘beet had’ bij het doelpubliek. Ik krijg daar een beetje de kriebels van. Draait het dáár dan om bij een kwalitatief jeugdgezelschap? Om ‘beet hebben’? Ik mag hopen dat de flitsende montagestijl in de eerste plaats een artistieke keuze was, geen commerciële.
Het brengt me terug bij de eerste scène. Niet dat Shakespeare te heilig is om te fikken, maar het willoos meegaan in de hele ‘tekst is saai’-platitude stuit me tegen de borst. Theatergroep Siberia gaat ervan uit dat het gegeven ‘tekst’ bij de Nederlandse jeugd een spontane braakreflex oproept. Een straffe premisse. Ik ken de Nederlandse scholencontext te weinig om haar te weerleggen, maar ik durf beweren dat een dergelijke afkeer bij de Vlaamse jeugd niet leeft. Vlaamse jeugdtheatermakers als Inne Goris, Raven Ruëll en Mieja Hollevoet bedienen zich op poëtische wijze van het woord én van de stilte tussen de woorden. Hun voorstellingen trekken volle zalen. Maar misschien ben ik een dromer.
En zelfs indien het wel zo zou zijn – moet een fris en uitdagend gezelschap als Siberia dan niet net tegen de stroom ingaan? Zou het geen idee zijn om de vooroordelen rond de saaiheid van ‘de tekst’ eens te ontkrachten, in plaats van die steeds weer bevestigen? Dát zou pas gedurfd zijn.
Evelyne Coussens is classica en theaterwetenschapper en werkt als freelance cultuurjournalist.