Inhoud:
We laten verhalen achter als afgewerkte appartementsblokken, zetten een stap terug om te kijken of ze standhouden tegen de elementen en opvallen in de skyline tussen duizenden anderen. Dit verhaal kent ontelbare versies. Dit is haar versie.
Ze heeft het zich altijd zo gemakkelijk mogelijk gemaakt. Relaties stopzetten voor ze iets begonnen te betekenen. Zelfde met werk. Dus nu is ze werkloos en alleen, of zoals zij het zelf zou omschrijven ongebonden zelfstandig. Ze vult haar dagen met de enige luxe die ze zich kan permitteren, goedkope koffie en gratis kranten, beide overvloedig voorradig in een café op de hoek. En het is daar dat ik haar opmerk, waarschijnlijk als enige.
Ze zit er altijd al als ik binnenkom en ze verdwijnt steeds voor het café zich vult met pendelaars die de lange tocht huiswaarts niet nuchter aankunnen. Voor de rest van de dag bestaat de barpopulatie uit theatermensen en andere werklozen. Versta mij niet verkeerd, dit is geen beginpunt van een obsessie, daarvoor ben ik te lui en is zij te banaal. Dit is gewoon een literaire documentaire over een vrouw zonder eigenschappen. Een documentaire niet gebaseerd op feiten, maar op gissingen en mijn eigen fantasie.
Dat is wat ik doe, ik verzin levens voor mensen die ik niet eens ken. Zoals mijn fictieve buurjongen die alle filmpjes op youtube aan het bekijken is, over veertig jaar zal hij sterven met uitgebrande ogen nadat hij 55.768.653 homemade movies en drie mensen van vlees en bloed heeft gezien, waaronder zichzelf één keer in de spiegel. Of mijn verre van deugdelijke nonkel die iedere zaterdag naar een gespecialiseerde sm-club gaat waar hij volledig in het leer en vastgebonden en gekneveld naar slechte komieken moet kijken. Deze keer is zij aan de beurt, deze keer wordt zij door mij verzonnen.
Haar leven is tot nu toe een aaneenschakeling geweest van puur geluk, van zelf geen moeite doen en toch krijgen wat ze wil. Niet omdat ze mooi is, integendeel, maar omdat het lot haar nu eenmaal gekozen heeft om zijn gunsten op bot te vieren. Al sinds haar jeugd is iedere gebeurtenis gekenmerkt door een absolute afwezigheid van malchance. Genoeg punten, genoeg zakgeld, luie vakantiejobs, geen puberpijnen en altijd toegewijde vriendjes. Nooit vernederd, nooit vergeten, nooit moeten kiezen en nooit moeten smeken. Voorbeeldige ouders, perfect gezin en op het lijf geschreven studiekeuze.
Maar nu is ze hier, in een stad waar mensen naartoe komen om zo anoniem mogelijk te sterven, een stad gebouwd op de fouten van alle metropolen voor haar. Hier is ze één van de velen, hier kan het lot maar weinig beginnen tegen de dagelijkse terreur van hen die zich medemens noemen. Ze heeft anderen leren ontwijken, leren wantrouwen. Een leven geconstrueerd op goed geluk heeft haar niet voorbereid op dit. Ze zou terug kunnen gaan, naar haar ouwe buurt, waar alles zich weer zou normaliseren tot sprookjesachtige proporties. Maar dat vertikt ze, half uit luiheid half als uitdaging voor haarzelf.
Na de kranten en de koffie, na vijf uur ‘s middags begint haar dag, wanneer haar beste vriendin en flatgenote terugkomt van haar werk, dan gaat ze terug naar huis, naar het appartement dat haar bang maakt als ze alleen is. Zeker sinds de inbraak, de eerste breuk in de veilige cocon. Het was nacht en zij was alleen, haar vriendin bij een toenmalige fuckbuddy. Het gepeuter aan de deur maakte haar direct wakker, maar ze deed niks, ze bleef gewoon luisteren, iets dieper verborgen onder de lakens. Ze waren met zijn drieën, allemaal mannen, ze fluisterden een taal die ze niet verstond. Af en toe kwamen ze akelig dicht bij haar deur, maar er nooit voorbij. Ze zou de politie kunnen bellen, de telefoon lag naast haar bed, maar ze deed het niet, durfde niet, bang dat ze haar zouden horen, vinden en verkrachten. Iedere kamer werd onderzocht, ook de slaapkamer van haar vriendin werd ontheiligd door hun plundertocht. Alle kamers, behalve de hare, de laatste magere interventie van een moegestreden schikgodin. Heel het voorval nam een halfuur in beslag. Het duurde een nacht en een ochtend eer ze haar kamer durfde te verlaten en de politie, opgetrommeld door de vriendin bij haar thuiskomst, te woord te staan.
Na de inbraak heeft ze om de eenzaamheid en de angst te verdrijven een resem jongens in haar leven toegelaten, de ene clichématiger dan de ander. Er was er één die even bleef plakken, de periode te kort om hem een naam te geven, maar lang genoeg om hem te vermelden. Hij was iets jonger dan zij, maar niet veel. Hij was een vriend van de jongen die ze heel even de hare noemde. Hij kende haar reputatie en gaf haar ondanks bezette status zijn telefoonnummer.
Drie dagen later kreeg hij telefoon. Voor een koffie en een goed gesprek. Het werd alcohol en een vrijpartij. De volgende morgen was hij de hare en kon het aftellen beginnen.
Maar het ding dat ze hadden, wou maar niet eindigen. Zonder enige moeite overschreed ze haar normaal limiet van drie weken en hij kon met overweldigende trots beweren dat hij haar als enige man ooit heeft getemd. Alsof hij in zijn eentje de volledige rabiaat lesbische gemeenschap had bekeerd tot glibberige nymfomane heterosletten die thuis altaren construeren ter nagedachtenis van zijn goddelijk geslacht. Daarom deed het zoveel pijn toen ze toch na een maand de stekker uit de relatie trok. Hij wou weten waarom, maar dat kon ze niet. Zogezegd om hem te beschermen, maar de waarheid was dat hij nooit zover had mogen geraken. Zij werd niet verliefd op mannen, op geen enkele, ze probeerde ze gewoon uit, gelijk kleren, zien hoe comfortabel ze aanvoelden. Hij was geen uitzondering op haar regel, hij was gekozen puur op zijn fysieke capaciteiten, omdat hij haar even veilig liet voelen, niks meer. Hij mocht blijven, zolang hij niet teveel lulde of dronk. En toen werd ze hem weer beu, dan was hij niet meer die berg spieren en vlees naast haar in bed die bij het minste geluid een stok zou nemen en alle indringers vermorzelen. Na een maand werd hij gewoon een deel van het meubilair, een kerel die direct in slaap viel en haar ’s ochtends weer alleen achterliet in haar gevarenzone. Hij moest verdwijnen, net als de anderen. Het einde kwam op een dinsdag, ze hadden allebei iets te bekennen, konden niet beslissen wie eerst, dus besloten ze maar het tegelijkertijd te zeggen. Zij zei “Ik wil dat je weggaat” en hij zei “Ik zie je graag”. Om precies te zijn, heeft hij zijn zin niet kunnen afmaken, in het midden van het woord graag blokkeerde hij en viel stil. Zonder morren nam hij zijn spullen om plaats te maken voor zijn vervanger die het op zijn beurt twee weken volhield. Iets korter dan normaal, waarschijnlijk om haar gemiddelde in balans te krijgen.
Nu lijkt het alsof ik een gevoelloze trut heb verzonnen die mannen dumpt als gebruikte Kleenexdoekjes. Maar ik denk niet dat ze gevoelloos is, ze heeft gewoon een overlevingsstrategie voor zichzelf ontwikkeld waarbij ze net zoals bij oorlogen een constante behoefte heeft aan jonge gezonde strijdlustige mannen.
Ze kent misschien geen verliefdheid, maar de liefde wel, de liefde voor haar beste vriendin, de enige constante in haar leven. Als haar vriendin ooit kinderen zou werpen, zou ze niet te beroerd zijn om in te trekken bij het kersverse gezin.
Maar zover zijn we nog niet. Nu zijn ze nog met zijn tweetjes, steeds hetzelfde appartement delend sinds hun tweede jaar hogeschool. Hoe die twee ooit hartsvriendinnen zijn geworden, is onmogelijk te verklaren op puur fysieke kenmerken. Terwijl de ene zweert bij deugdelijke H&M outfits, is de andere diep verwikkeld in de gothic lifestyle, een pilaar van zwart met ergens bovenaan een witgekalkt gezichtje. Niet dat de vriendin zo depressief was, ze hield er gewoon van om een beetje te schofferen. Niet te veel, want anders verliest ze haar toelage van haar ouders, maar genoeg om hen een paar slapeloze nachten te bezorgen. Het was ofwel een jaar performance art studeren ofwel zich hullen in de boerka van de verstoten puber.
De eerste ontmoeting vond plaats in de toiletten van een café waar verschillende rockgroepen zo luid mogelijk streden voor onbekendheid. Ze hadden zich beiden in de wc’s verscholen omdat het de enige plek was waar de bas de botten niet uit je lijf trilde. De gothic girl wou iets met de zanger van een band en zij ging het die avond uitmaken met toetsenist van dezelfde band, met als voornaamste reden voor de breuk de vergroeide koptelefoon rond zijn nek, die ook niet uitging tijdens het neuken of zoals hij het noemde making love with a soundtrack. De twee meiden raakten aan de praat en verhuisden naar een ander café. De zanger zou wel iemand anders vinden en de toetsenist zou het nieuws vernemen via sms. Die avond in oktober kende de geboorte van een nieuw onafscheidelijk vrouwelijk duo, een verbond dat officieel werd gemaakt met de daad van samenwonen het jaar daarop. Een constellatie die al zes jaar onverstoorbaar standhoudt tegen een achtergrond van steeds wisselende bedpartners en werkgevers.
Samen worden ze met vijf jaar vertraging echt volwassen, beleven ze gebeurtenissen die hen vormgeven en uniek maken in de veelvoud van mijn verzinsels. Ik schenk ze ruzies en slapeloze nachten. Ik geef ze een week waar alles dreigde fout te lopen, een vakantie die begon met zijn tweeën maar na een avond flink zuipen resulteerde in een vakantie met zijn drieën. De indringer, een inboorling die de vriendin had opgescharreld in een discotheek en haar volledig inpalmde. Wat resulteerde dat mijn hoofdpersonage zich twee nachten later opdrong in een dronken triootje met als uitkomst nul orgasmen en een heel fikse ruzie. Waarna de kerel zich terugtrok in de badkamer om zich af te trekken op wat had kunnen zijn en een besluit van de twee vriendinnen om apart van elkaar verder te reizen.
Dus daar zat ze dan, alleen in het zuiden van Portugal zonder een cent op zak of een plan om thuis te geraken. Het was op een terras in een onnoemelijk klein dorp met een onuitspreekbare naam waar zelfs de inwoners hun tong over braken aan een tafeltje met een bord gebakken sardines dat ze voor de eerste keer aan zelfmoord dacht. En die nacht in het goedkoopste hotel van de gids kwamen de hallucinaties, de eerste in een lange rij. Het was diep in de nacht toen ze gewekt werd door een vreemd geluid. De inbraak moest nog plaatsvinden, maar ze had al een flinke dosis paranoia ontwikkeld als het gaat over nachtelijke geluiden. Steeds zou ze het ergste denken, als ze gekrab zou horen, zou ze zich direct een beeld vormen van een psychopaat die haar huis was binnengedrongen, haar kat had vermoord, de pootjes afgehakt om dan met de nagels van de bebloede ledematen langs haar deur te schrapen voor hij zich tegoed zou doen aan haar. Maar deze keer was het geen gekras, maar een zacht gekuch. Ze ontstak het licht en ontwaarde in de duisternis aan de deur een klein meisje van elf of twaalf of veertien of zeven. Ze kon dat nooit goed zien bij kinderen. Zonder angst, want het was maar een kind, vroeg ze de naam.
“Het is ikke,” zei het meisje.
“Ja, dat zie ik ook wel, maar wie ben jij?”
“Je snapt het niet, het is ikke. Je hebt de ik en je hebt de ikke. En ik ben je ikke, laten we zeggen jouw ziel.”
Tot zover wou ze wel meegaan in de logica, maar de vraag restte natuurlijk waarom haar ziel het nodig vond om zich hier in Portugal aanschouwelijk te maken. Om het zover te laten komen moest het wel iets belangrijk te melden hebben. En dat was ook zo. Het kind frommelde wat in haar zakken en haalde een briefje tevoorschijn.
“Ik ben door jouw gevoelens gestuurd als woordvoerder en gevraagd om iets voor te lezen. Dus bij deze. (keel schrapen) Wij, de verenigde emoties van L. Naessen, hebben collectief besloten om aanvraag te doen naar een ander lichaam. We danken u voor het verblijf, maar we moeten deze samenwerking stopzetten.” (einde brief).
“Oké wacht even. De wat van de wie heeft wat besloten?”
“Wel, in gewone mensentaal betekent dit dat jouw gevoelens jou kots en kotsbeu zijn. Vooral Trots en Zelfrespect zijn daar heel resoluut in, alleen Twijfel heeft nog haar bedenkingen, maar geloof mij, dit is al lang aan de gang.”
“Ik kan veranderen,” probeerde ze nog om haar ziel te overtuigen.
“Nee, het is echt te laat. We hebben eigenlijk al een paar weken terug een aanvraag gedaan en sinds gisteren weten we officieel dat we collectief in een baby uit Oekraïne mogen kruipen.”
“Maar... maar, en ik dan?”
“Geen paniek, je krijgt nieuwe gevoelens toegewezen. Dat kan een tijdje duren, want baby’s hebben natuurlijk voorrang. Tot die tijd krijg je reserve-emoties, soort pseudogevoelens Die doen juist hetzelfde als echte gevoelens, alleen werken die niet zo goed. Dus het kan gebeuren dat je soms heel hard moet lachen met heel trieste dingen of dat je honger en lust door elkaar zult mengen. Als je even dit ontvangstbewijs wilt tekenen, dan zijn we weg.”
“Maar... maar...”
“Geloof mij, het is beter zo. De emoties die je nu hebt, zijn echt niet in staat om jou gelukkig te maken.”
De volgende ochtend werd ze wakker met een verfrommeld onleesbaar briefje in haar hand en kon de lange tocht huiswaarts beginnen. Het werd een avontuur dat een volledige veertiendaagse in beslag nam waarbij ze niemand belde, sliep in de bermen langs de autostrade, een avontuur met vrachtwagenchauffeurs die een blik op haar borsten ruilden voor tweehonderd kilometer, behulpzame hippies die haar de psychedelische trip van haar leven bezorgden, een jongen ergens in Frankrijk die al een vriendin had maar ook weinig scrupules, een volkomen nutteloze wandeling van vijftig kilometer in de verkeerde richting, een gratis tatoeage, bijeen gebedelde maaltijden en een eenzame lesbische boerin die een bad en een bed aanbood.
Ze kwam moe, vuil en gelouterd terug thuis. De vriendin zat al een week op haar te wachten en had al iedere hoop opgegeven. Tot die dag waar ze allebei om het snelst sorry probeerden te zeggen. Ze was een vrouw nu, klaar om bewonderd en geadoreerd te worden.
En toen gebeurde de inbraak en kon alles weer van nul beginnen. Heel even heb ik haar laten beleven hoe groots ze kon zijn, voor ik haar weer reduceer tot een hulpeloos nietig wezen. Ik verzin voor haar nog een paar stoere momenten, maar ik verlos haar nooit van haar angst om alleen te zijn. Zo heb ik haar het liefst, breekbaar en licht beschadigd.
Het is half vijf. Binnen een halfuur zal ze weer opstaan en verdwijnen. Maar dat is niet erg. Ik ben toch klaar met haar. Mijn telefoon haalt me uit mijn gedachten. Voor ik opneem, kijk ik nog één keer naar haar. Aan haar tafeltje zit ze in elkaar gedoken, gezicht naar beneden om de tranen te verbergen, gsm krampachtig tegen haar oor gedrukt.
“Alstublieft, Mark, stop hiermee. Je maakt me bang."
Waarom ik doe wat ik doe verscheen in Deux Ex Machina 127, het leverde Vandecasteele een nominatie op in de categorie 'beste artikel gepubliceerd in een Vlaams cultureel en literair tijdschrift in 2009'. Het stuk werd later opgenomen in Hoe de wereld perfect functioneert zonder mij, een bundeling kortverhalen waarin de personages "hun best doen mens te blijven in een in toenemende mate onmenselijke omgeving. Het zijn verhalen over overleven in een vijandige urbane omgeving van steen en staal, omgaan met excessief geweld, ongebreidelde consumptie, leven in een shopping mall, rebellie en irritante exen."