Theater is de kunst van het mislukken

Inhoud:

“De zoekende mens maakt onderweg veel kapot”

Toneelschrijver Jibbe Willems schetst grauwe werelden vol dieptrieste, dolende personages. Ze nemen geen blad voor hun mond, en vooral de manier waarop ze dat doen, valt op: afwisselend in rake oneliners en in barokke volzinnen, soms in archaïsche, soms in juist helemaal nieuwe woorden. De laatste tijd stopt hij wat meer reflectie, poëzie in zijn werk. Maar de kern blijft hetzelfde: de zoektocht naar verlossing. En zit daar niet altijd hoop in?”

“Mijn stukken zin herkenbaar aan de taal. Ik bouw een wereld met taal. Taal die voorbijgaat aan het puur realistische en die buiten de spreektaal staat. Een gevarieerde taal. Een actieve taal, vol ritme. Een nieuwe taal, als het even kan. Met humor. Met hardheid. Want ik aai graag voor ik sla. Ik zoek graag de rafelranden, de scherpe kantjes op. Dat wat je in het dagelijks leven het liefst van jezelf verbergt, de achterkant van de schaamte, dat laat ik zien, inclusief toiletbezoek.
Daarbij combineer ik graag mythische, overstijgende figuren met heel alledaagse mensen en situaties. De verlosser zit er altijd wel een beetje in. Mijn werk wordt vaak cynisch genoemd, maar daar ben ik het niet mee eens. Het is vrijwel altijd een zoektocht, meestal naar verlossing of het vullen van een leegte. En als je zoekt, zolang je zoekt, is er hoop. Het is natuurlijk wel zo dat we in onze zoektocht keihard om ons heen slaan. Mensen die op zoek zijn, maken onderweg veel kapot. Vandaar in mijn voorstellingen veel destructie en vernieling. Maar hoe gek, hoe grof, hoe hard ik het ook maak, het echte leven is nog veel gekker. In Lola wordt een vrouw zwanger van twee mannen tegelijk, las ik laatst dat dat in werkelijkheid ook gebeurd is en dat een van de twee baby’s nog hermafrodiet is ook. Dat bedenk je niet, dat kan alleen het echte leven.”

“Theater is de kunst van het mislukken.”

“Theater is de beste manier om vanaf een afstand te kijken naar de wereld waar je midden in staat. Theater is de meest zintuiglijke (en meest manipulatieve) vorm waarin kunst kan bestaan. Je kunt het zien, horen, ruiken, voelen. Bijna proeven. Samen met poëzie is theater de meest effectievee vorm van taal. Meer nog, want poëzie heeft alleen de taal. In toneel gaat het er meer om wat er niet staat dan om wat er wel staat. En juist dát moet er staan. Het gaat er meer om wat er niet gebeurt, wat je niet ziet, over wat zich in je hoofd, je maag, je ballen gebeurt naar aanleiding van wat er op een podium gebeurt. In niets anders komt genot en pijn, geluk en frustratie zo dicht bij elkaar als in theater. Zowel in het maken van, het spelen in, het schrijven voor, als in het kijken naar theater. Genot en pijn, waar die twee samen komen kom je in de buurt van de ultieme definitie van het sublieme. Mijn streven is dat sublieme eens, eventjes aan te mogen raken. En in de eeuwige weg ernaartoe vooral de schoonheid van het mislukken te blijven zien en uitbuiten. Want meer nog om wat lukt, gaat het in theater om wat niet lukt. En om daarmee te blijven lachen. Het lullige is dat als het streven lukt, het pogen zinloos is geworden. Wat bereikbaar is, is niet meer interessant. Theater is de kunst van het mislukken.
Schrijven, dat is het mooist. En het vervelendst. Er is niets romantisch aan. Geen lekkende zolderkamer en druipende kaarsen. Flikker op. Pielen met letters. Dat is het. Je krijgt geen enkel meisje in je bed door te zeggen dat je schrijft. Ze rennen gillend weg. Gillend in de armen van de eerste de beste acteur. Tja. Dus ik lieg maar een beetje als iemand vraagt wat ik doe. Callcentermedewerker. Adviseur Betalen/Sparen/Lenen. Dat soort dingen, krijg je nog eens een kus. En thuis, alleen, ga ik weer schrijven.
Allemaal pogingen tot het sublieme. Allemaal pogingen om iets te raken. Allemaal pogingen in de stijgende lijn van de schoonheid van het mislukken. Daar hou ik van. Ik hou van Rock ‘n’ Roll theater. Smerig, vol mindfucks, cynisch én hoopvol, ontroerend én ontregelend. Theater kan de werkelijkheid een tikje laten kantelen. En door dat tikje kan je zelf weer anders naar de werkelijkheid gaan kijken… Blijkt het tóch weer anders in elkaar te zitten allemaal. Twijfel stimuleren, dat wil ik doen. Is sowieso mijn basisemotie. Twijfel. Al weet ik dat niet zeker. En ik wil de schoonheid van het mislukken laten zien. Pijn doen. Mensen eerst aaien om ze daarna te kunnen slaan (dan komt de klap harder aan). En entertainment, heel belangrijk. Een beetje lachen.
Goed theater stinkt ook altijd een beetje. Schoonheid moet bedorven schoonheid zijn. Troost moet bestaan in de afwezigheid van troost. Hoop is het vacuüm tussen angst en verlangen. Ik zie het zo; alles is angst en verlangen en angst en verlangen is hetzelfde, twee keerzijden van dezelfde gebutste medaille. De motor die al ons egoïstische kwezels drijft. Want dat zijn we, allemaal egoïsten. Als een kameleon verschieten we soms van kleur, maar het beest blijft hetzelfde. Ons leven is niets meer dan een serie gebeurtenissen die soms in het teken van angst, dan weer in het teken van verlangen staat, en we doen niets anders dan pogen in die serie gebeurtenissen een lijn te ontdekken, een samenhang die betekenis heeft. Die betekenis geeft. Maar die tegelijkertijd gespeend is van iedere zingeving. Tja. Ik hou van het poëtische en het concrete. Maar alleen als ze samen dansen. Een hoger spiritueel besef mag alleen ontstaan met de broek op de enkels.
Ik hou niet van toneel dat zich alleen in het hoofd afspeelt, ik hou van actieve taal, van Rock ‘n’ Roll! Niet van intellectueel geneuzel. Want het moet wel over mensen gaan, over wat mensen elkaar aandoen, met de poten op de grond. Theater gaat altijd over mensen. En over wc’s. Mijn toneel dan, er moet altijd een wc-pot of een toiletbezoek in voorkomen. Dat heeft verder geen diepere betekenis. Maar als er een diepere betekenis is, dan komt die als je zit te schijten. God komt alleen langs als je met je broek op de enkels zit. Kan ‘ie ook eens lachen.”

“Romantiek van dood en verderf trekt mij aan.”

“Ik hou van grote verhalen. Ik hou er ook van om concrete teksten te schrijven. Ik hou niet van intellectueel theater. Niet dat er geen grote filosofische gedachten in mijn teksten mogen voorkomen, maar alleen als het tegelijkertijd ook over poep gaat. Een tekst mag wel poëtisch zijn, maar moet niet gaan zweven. Het moet aards blijven. Het is niet goed als  mensen de zaal uitkomen met de gedachte dat het vast heel mooi is geweest, maar ze er niets van begrepen hebben. Nog erger is het als iets mooi gevonden wordt, omdát het moeilijk is. Poëzie is slechts een vorm en als die heilig wordt, is het fout. Ik hou niet van heiligheid, maar van lelijkheid en viezigheid. Het is de romantiek van dood en verderf die mij aantrekt. De schemer tussen dag en nacht is het tijdstip waarop dingen gebeuren die de realiteit niet verdragen. Daar passen personages bij met een donkere kant, met een onzuivere moraal.”

“Het beste van schrijven is dat je een wereld kan creëren waarin je god bent, of een tiran, of beide. Schrijven gaat over leven, mensen en fantasie. Niet over feiten. Ik hou niet van huis-tuin-en-keuken-drama’s. Ik ben gefascineerd door worst-case scenario’s. Ik schrijf duistere stukken met een lichte toon. Als je gedwongen bent een twee uur durende voorstelling bij te wonen zonder ook te kunnen lachen, dan heb je toch een vreselijke avond.”

(Bronnen; Interviews met Moon Saris (Theater Instituut Nederland), Theatercentraal, Vincent Kouters (Volkskrant), Martin Hermens (De Gelderlander.)

Jibbe Willems (1977, Arnhem) is in 2003 als theatermaker afgestudeerd aan de Toneelacademie Maastricht. In zijn teksten onderzoekt hij de schoonheid van het mislukken, de rafelranden van de taal en naar de onbereikbare staat van het sublieme, waar lijden en geluk elkaar zo dicht naderen dat ze elkaar opheffen in troost.

In 2008 won hij de Nederlands-Duitse toneelschrijfprijs ‘Kaas und Kappes’ voor Apocalypso. Mac is genomineerd voor de ‘BNG nieuwe theatermakersprijs’ 2010, Texel, Texas is genomineerd voor beste stuk in ‘De Nacht van de Vergeten Toneelprijzen’ 2010. En het stuk Spoonface Steinberg, dat hij heeft vertaald, is genomineerd voor beste jeugdtheaterproductie op het Theaterfestival 2010.
    Antigone is buiten de landsgrenzen ook opgevoerd in het Forum Freies Theater in Düsseldorf en Apocalyspo heeft in de vertaling van Eva Pieper en Alexandra Smiedebach op het Theaterfestival Spieltriebe in Osnabrück gestaan.