Thuis

Geschreven op 5 augustus 2010 door Marcel Osterop

 

“Een schrijver heeft een thuis nodig om te kunnen schrijven. Een schrijver heeft dus eigenlijk niet veel nodig om te kunnen schrijven. Tenzij hij niet thuis is. Dan heeft een schrijver ineens heel veel nodig om te kunnen schrijven. Een hoge kamer. Het juiste licht. Veel mensen in de buurt als er te weinig zijn, weinig mensen als er teveel... Een schrijver ver van huis moet plots op zoek gaan naar al die afzonderlijke ingrediënten die bij hem thuis gewoon gebundeld zijn in het totaalconcept ’thuis’. Een totaalconcept dat heel logisch oogt, burgerlijk ook, totdat de bundel die dat totaalconcept vormt uiteen gereten wordt en zo het ene na het andere idiote detail komt bloot te liggen.

“Zo kom ik erachter dat goeie koffie niet bestaat. Althans niet op de manier waarop ik dacht dat goeie koffie bestond. Ben ik op zoek naar goeie koffie, dan ben ik in de meeste gevallen niet op zoek naar daadwerkelijk kwalitatief goeie koffie. Ik ben op zoek naar koffie die me aan thuis doet denken.

“Ik heb een tijd lang de slechte gewoonte gehad om, bij gebrek aan een koffiezetapparaat, alle dagen oploskoffie te drinken. Omdat ik mij in het huis waar ik toen verbleef thuis voelde, ben ik die oploskoffie gaan associëren met een thuisgevoel. Tot mijn schaamte moet ik nu  bekennen dat goeie koffie voor mij oploskoffie is. Al proef ik absoluut het kwalitatieve verschil tussen oploskoffie en de koffie van de Koffie Queen, toch houden mijn emotionele papillen me voor dat oploskoffie heerlijke koffie is. En dat zal pas veranderen wanneer ik in mijn nieuwe huis zo lang mijn inmiddels vers gezette koffie heb gedronken dat ik het thuisgevoel dat ik bij oploskoffie ervoer, heb vervangen door de ervaring van verse koffie in een net zo goed of beter huis.

“Tijdens dit festival verblijf ik tien dagen in een hotel. Voordat ik naar Oostende vertrok dacht ik dat hotelkamers ideale schrijfkamers zouden zijn, juist omdat ze gemaakt zijn om je zoveel mogelijk aan thuis te doen laten denken. Mijn thuis lijkt echter in zijn geheel niet op een hotelkamer. Ik moest dus op zoek naar een ander thuis. Een werkthuis. Een schrijfthuis.

“Middenin het festivalhart ligt het stationsgebouw van de NMBS, waar zich op de begane grond, en in een aantal kamers boven, de organisatie van het festival bevindt. Voor de rest staat het gebouw leeg. Mocht dit gebouw in een verre toekomst de benen nemen en zich op een heuvel buiten de stad zetten, dan zal ik het ‘paleis’ gaan noemen. Voor nu is het een treurig pand, met eindeloos veel statige, vervallen kamers, omgeploegde badruimtes met uitzicht op zee, links een lege wodkafles, rechts een dode merel. Maar dit alles wel gesitueerd in dat perfecte licht waar ik naar op zoek was voor in mijn nieuwe thuis.

“Mijn nieuwe thuis is een junkenhol. Een stofnest. De muren houden elkaar staand, het plafond wil alleen nog maar slapen gaan. Maar dat licht. Dat licht.

“Een schrijver heeft weinig nodig om te kunnen schrijven, zodra hij denkt dat hij zijn thuis gevonden heeft. Als een onbekend eczeem een feestje gaat bouwen op mijn huid, zal ik op zoek gaan naar een ander, maar voor die tijd: wees welkom.”

 

Dit artikel werd geschreven in de categorie Zeechroniqueurs

Tags: , ,

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond