Alice # 2

Aantal personages
Vrouwen: 1

Personages
Alice

Structuur
monoloog

Genre(s)
Monoloog

Synopsis

Alice loopt door het privé dagboek van haar leven. Met behulp van haar alter-ego en haar poppen 'Ken & Barbie' laat zij met humor en intimiteit zien welke keuzes zij in haar leven heeft gemaakt en hoe deze haar uiteindelijk fataal zijn geworden. Maar wat nu als zij andere keuzes had gemaakt? Had zij dan in een perfecte 'Ken & Barbie wereld' geleefd?

Welke keuzes maak je eigenlijk zelf en welke keuzes maakt de maatschappij voor je?

Zien:
Ik lig op de rug, ogen gesloten. Ik ben amper drie maanden oud en weiger een blik te werpen op jullie wereld. Een echte reden heb ik niet. Het is in zekere zin een gevoel, in onzekere zin een voorgevoel.
Tussen zekerheid en onzekerheid, tussen gevoel en voorgevoel, twee stemmen: een fluisterende warme stem die mij met gehechtheid bedekt en een zwaardere, ietwat schraperige stem die mij met eerstehulpverlening overspoelt. Koesterende stemmen die mij veilig willen binnenloodsen in hun wereld. Maar ik blijf op mijn rug liggen, ogen gesloten. Ik verkies de duisternis en de stilte van mijn biologie.
In de fluisterende warme stem hoor ik de belofte mooie kleuren en vormen te zien. In de andere stem, de schraperige, hoor ik nu vooral de onrust, de vrees dat ik 'niet normaal' ben, dat ik terug naar de winkel moet, dat ik een defect heb.
Zachte stem: Ik krijg haar ogen wel open.
Schraperige stem: Het is je aangeraden.
Zachte stem: Waarom zegje dat?
En de schraperige stem weet het niet - want ik hoor haar niets meer zeggen.
Soms komt de fluisterende warme stem zeer dichtbij en kan ik haar weelderige geur ruiken. En de stem vertelt mij over de geur van vers gewassen linnen.
Soms hoor ik niets. Dan komt een onweerstaanbare drang in mij op om mijn ogen toch te openen. Angstvallig pers ik mijn oogleden dicht. Ik verblijf liever in mijn duisternis. Ik tel er de sterren en de satellieten. Ik reis door de tijd, de ruimte. Ik ben een astronaut, ver weg in het heelal.

De fluisterende warme stem spreekt mij regelmatig toe. Aanmoedigend, smekend, wanhopig of teder. Een gamma van gevoelens. Ze zegt mij steeds: open je ogen, vertrouw mij. Maar ik blijf wantrouwig — zonder echte reden, maar met gevoel en voorgevoel. De andere stem hoor ik nog slechts sporadisch.
De onweerstaanbare drang voel ik nu aan alsof het om een verbod ging dat overtreden kan worden, wat het ook verlei¬delijk maakt. Maar ik ben moedig en dapper. Ik weersta aan de verleiding. Ook omdat ik nog niets geleerd heb over de erfzonde, over Eva, over de slang, over de appel. Tenslotte, op een nacht, lijkt de fluisterende warme stem ver¬slagen: als je je ogen niet wil openen, is het goed voor mij. Dat zal geen afbreuk doen aan mijn liefde voor jou. Ik heb je zo intens gewild, ik hou van je zoals je bent. En plots word ik opgepakt door twee zachte handen. Ik word rechtgehou- den. Mijn hoofd helt even achteruit maar wordt opgevangen door een hand. Mijn hoofd staat nu rechtop en mijn ogen openen zich — automatisch —, net alsof ik de totale controle verlies over mijn oogleden, net alsof het oppakken een blik afdwingt.
Mijn eerste schrikaanjagende gevoel wordt snel getemperd. Het eerste beeld is een mooi gelaat, fijne trekken, blond haar, blauwe ogen vol liefde en openhartigheid. Dit wordt mijn speelpop, denk ik. Ik geef haar een naam: moeder. Ik sla dit op in mijn geheugen.


Dan neemt iemand anders mij vast: hard gelaat, ruwe trekken, bruine ogen vol gedachten en gemijmer. Dit wordt mijn speelpop, denkt hij. Ik geef hem een naam: vader. Ik sla dit eveneens op in mijn geheugen.


Zij geven mij ook een naam.
Mijn naam is Alice en ik ben geboren in het aidstijdperk.

Auteursrechten
De rechten worden beheerd door SACD.

Foto's