Advertentie
Aantal personages
Mannen: 11
Vrouwen: 6
Personages
Jess, Marie, Ma, De Architect, De Soldaat, De Zwerver, De Hoer in travestie, De Vrouw, De Man, Twee Meisjes met gebalde vuisten, De Stamgasten, De Barman, De Baby, De Twee Gekruisigde Mannen, De Speedjunk, De Serveerster, Het Koor van de Hoeren / van de Stad, Het Koor van de Vluchtende Filerijders, Het Koor van de Suïcidale Stadsomroepers, Het Koor van de Dode Stamgasten
Structuur
31 opeenvolgende scènes
Genre(s)
Drama, Tragikomedie
Ruimte
Van huiselijke kring over straat tot nachtclub.
Tijd
24u
Synopsis
Apocalypso is het tweede deel van een trilogie over decadentie, verval en een nieuw begin die Jibbe Willems schreef voor Het Syndicaat.
Het eerste deel, Lola, speelde zich af in de broeierige beslotenheid van de nachtclub. Apocalypso speelt zich af op verschillende locaties, van de straat tot de nachtclub. In Apocalypso vergaat de wereld langzaam: de zon blijft op haar hoogste punt staan, onheilsprofeten kondigen het einde van de wereld aan, de mensheid bouwt een muur om zichzelf. Jesse kan een mogelijke redder van de wereld zijn. Hij solliciteert voor de vacature en wordt tot zijn verbazing aangenomen. Rest nog de vraag: hoe de mensheid te verlossen als niemand verlost wil worden en de duiven maar uit de lucht blijven vallen?
STAMGAST – Vertel jij mij maar een mooi verhaal. Een verhaal zonder einde.
MARIE – Ik ben vanochtend opgestaan. Zoals gewoonlijk.
Ik heb ontbeten. Zoals gewoonlijk.
Ik heb me gewassen. Zoals gewoonlijk.
Ik ben naar mijn werk gegaan. Zoals gewoonlijk.
Maar er is iets met vandaag.
Vandaag is niet gewoonlijk.
De zon is niet onder gegaan.
STAMGAST – Ik zou het niet weten. Ik kom nooit buiten.
MARIE – Er is iets anders.
Iets heel kleins en iets heel groots.
Iets nieuws dat al heel oud is.
Er is iets ontstaan vandaag. Iets goeds.
Er groeit iets goeds.
STAMGAST – Dat is mooi. Hoop.
Hoop is een mooie vorm van verdoving.
MARIE – En jij, wat is jouw hoop?
STAMGAST – Hoop is het laatste verlies,
en ik ben de hoop verloren.
Ik verdoof me op een andere manier.
[hij wil haar kussen, Marie wendt af]
STAMGAST – Eén kusje,
voor het slapen gaan.
MARIE – Dat kan jij niet betalen.
STAMGAST – Wat wil je dan?
MARIE – Nieuwe vleugels, de oude zijn lam.
STAMGAST – Doe het dan uit liefdadigheid.
Uit mededogen. Een goede daad.
MARIE – Hou op. Je bent geen huisdier.
STAMGAST – Kijk dan naar me,
als jij het niet doet, wie dan wel?
Bij echte vrouwen kan ik het al helemaal vergeten.
MARIE – Ik ben een echte vrouw.
STAMGAST – Bij… gewone vrouwen bedoel ik.
MARIE – [zwijgt]
STAMGAST – Jij bent een engel.
MARIE – Ook engelen hebben recht op vrije tijd. Ik ben vrij vanavond.
STAMGAST – Vrij met mij, vanavond.
MARIE – Ik vrij niet. Ik vrij nooit.
STAMGAST – Bedrijf de liefde met me!
MARIE – Ik heb liever een bos bloemen, die zie je nog op tijd verwelken.
STAMGAST – Je bent mooi.
MARIE – Ik ben een slachthuis.
STAMGAST – Dan ben ik een varken.
MARIE – Dat ben je.
STAMGAST – Je maakt me gelukkig.
MARIE – Voor geluk moet je tevreden zijn met weinig.
STAMGAST – Je bent zo mooi, als ik dichter was zou ik je met alles vergelijken.
MARIE – Jij bent geen dichter. Jij bent een varken.
STAMGAST – Dan knor ik je toe. Dan wil ik in je rollen, omdat jij modder bent.
MARIE – Ik ben vrij vanavond.
STAMGAST – Dans nog even met me.
[ze dansen, Marie steekt een mes in zijn bleke, weke buik.]
STAMGAST – Wat doe je?
MARIE – Ik deed niets.
STAMGAST – Waarom niet in mijn rug?
Dan had ik kunnen denken dat het iemand anders was.
Dan was mijn herinnering aan jou heel gebleven.
MARIE – Het mes gleed er in.
STAMGAST – Maar jij bent een engel…
MARIE – Engelen zijn er in vele gedaanten. Ook de duivel is een engel.
STAMGAST – Nee. Jij bent een engel.
MARIE – Ik ben niets.
STAMGAST – Niets. Niet menselijk.
MARIE – Zeg lieve woordjes tegen me.
STAMGAST – Ik wil wel, maar ik krijg geloof ik wat moeite met ademen.
MARIE – Kijk me eens aan.
STAMGAST – Voor jou doe ik alles.
MARIE – Wat zie je?
STAMGAST – Niets… Ik zie niets.
MARIE – Je kan het beste leeg zijn.
Je mist niets, en je hebt altijd de kans dat iets je op komt vullen.
STAMGAST – Heb je me vermoord?
MARIE – Zonder slachtoffer is er geen moordenaar.
Beiden dragen evenveel schuld.
STAMGAST – Het is niet waar.
MARIE – Dat maakt niet uit.
STAMGAST – Nee, ik bedoel, dat ik niets zie. Dat is niet waar.
MARIE – Ook dat maakt niets uit.
STAMGAST – Ik zou het je wel willen vergeven, maar…
MARIE – …jij hebt de macht niet om mij te vergeven.
STAMGAST – Nee.
MARIE – Het is niet erg.
STAMGAST – Dat weet ik.
MARIE – Zal ik je nog een verhaal vertellen?
STAMGAST – Een laatste verhaaltje. Voor het slapen gaan.
MARIE – Ja. Voor het slapen gaan. Het is een kort verhaal. Misschien ook niet zo’n mooi verhaal. Je kent het misschien al.
STAMGAST – Hoe ken jij het?
MARIE – Het is me ingefluisterd.
STAMGAST – Je moet wel een beetje snel zijn, ik krijg bijna geen lucht meer, sorry.
[Marie buigt zich over de Stamgast, ze fluistert in zijn oor.]
STAMGAST – Misschien moet ik je dan wel feliciteren.
MARIE – Jij moet helemaal niets meer.
[De Stamgast zijgt geluidloos in elkaar, niemand ziet het.]
MARIE – Kom ma, we gaan naar huis.
[er valt een duif uit de lucht op de bar, ma en de stamgasten worden wakker]
Opvoeringsgeschiedenis
Apocalypso (2008 door Het Syndicaat)
Auteursrechten
De auteur beheert de rechten.