Advertentie
Deze tekst werd reeds door 115 personen gedownload (PDF, 237 kB)
Aantal personages
Mannen: 4
Vrouwen: 2
Personages
Jago, Desdemona, Emilia, Othello, Cassio, Konijn
Structuur
5 bedrijven
Genre(s)
Drama
Ruimte
Onbepaald
Tijd
Heden
Synopsis
Eigenzinnige bewerking van Shakespeare's "Othello" .
Jago:
Ja,’k haat u t’rwijl ‘k u gans de tijd mijn liefde toon.
Noem mij vals, noem mij laag, noem mij al wat GE wilt.
Om uw loontje komt geen boontje maar een boon.
Branden zult ge, ’n snelle dood is v’r u te mild.
G’hebt uw poot opgetild en uw ding gedaan
maar het was mijn bed en het was mijn vrouw.
‘k Haat u, gij hebt mijn lief uw lepel getoond.
Gij hebt haar de rijstpap in de mond gelegd.
Zij had slechts te knikken, en ikke, onttroond,
‘k heb slechts te slikken dat iedereen nu zegt:
daar loopt hij, de dwaas, de blinde, ocharme,
hij weet ’t niet, hij weet ’t niet, maar ‘k weet ’t wel.
Dat gij, lul, met uw hoge pietencharme
mijn eens zo geliefde herleid hebt tot ’n del.
’n Bijzit, zoals zo’n kleine tafel v’r uw nootjes,
of OM uw voeten op te leggen als ge moe zijt.
En z’ is goedkoper dan ’n hoer, wat cadeautjes
van tijd tot tijd en op tijd een tête à tête.
En nu doet zij, wat gij verlangt, wat gij wilt.
Mijn lief, klein eekhoorntje springt van boom tot boom.
Met één wip maakt zij van ’n fiere eik een wilg.
Maar treuren doe ik niet, integendeel, ‘k droom
van mijn wraak en van uw omgezaagde stam,
uw volle kruin die tegen de vlakte smakt,
uw breken, uw kreunen, daar droomwilg ik van.
De liefde die ‘k toon, is de houthakk’r die hakt.
Traag maar zeker vel ik u. ‘k Oefen mijn ‘timber’
dagelijks wanneer de avond valt. Liefde
toon ‘k, en gij gelooft mij, ‘k achtte u slimmer.
g’ Hebt geschurkt, g’ hebt gesmeerlapt en g’ hebt gediefd.
‘k Dacht altijd dat schurken elkaar herkenden.
Ik dacht fout. Ge ziet mijn haat niet als ik lach
om uw grappen die ik op mijn acht al kende.
Ge ziet het niet mijn haat, mijn walging als ‘k lach
om uw grappen. Mijn valsheid in gezichten.
Mijn plooien zijn glad. De vreugde die ge ziet
is mijn leedvermaak van morgen. De lichten
in mijn ogen branden reeds. Maar waarom? Niet
om u, mijn liefste vijand, of wel om u
Maar niet om wat ge denkt. Niet om on’z vriendschap
of ons samenzijn. Mijn geluk is niet nu.