Brooddoos

Aantal personages
Vrouwen: 1

Structuur
een vertelling, monoloog

Genre(s)
Jeugdtheater, Monoloog

Ruimte
onbepaald

Tijd
Casie Opijn is een meisje dat haar verhaal vertelt in de verleden tijd, maar af en toe activeert ze het naar het heden, vermits ze de ervaringen herbeleeft.

Synopsis

Het gaat over een meisje dat op school in contact komt met een pestkop. Die probeert haar te pesten met van alles en nog wat, maar het lukt niet. Ze is niet dik, ze is niet dom, ze is niet ros, ze draagt geen bril,... En op een dag roept hij 'Brooddoos' tegen haar. Ze weet niet zo goed wat ze hierop moet antwoorden, dus roept hij het nogmaals en nogmaals. Ze voelt haar lip trillen en daar komen de tranen. De anderen kinderen komen toegesneld en ze vinden het hilarisch. Een kindje dat moet wenen als je haar uitscheldt voor Brooddoos. Dat is het begin van de zoektocht naar de kruimels in haar ziel.











Brooddoos verscheen in boekvorm met illustraties van Tom Schoonooghe bij Uitgeverij Minestrone, met ISBN-nr 9789490028176 en is te koop in de boekhandel.


Heej, maar wacht eens:
Ik ken dit park.
Het is het park van mijn school.
Ik herken de bomen.

Hier staat Leon
en Germaine
en Sigfried.
Ja, ik geef de bomen namen.
Niet allemaal.
Nee, zot, zoveel namen ken ik niet.
Alleen de klimbomen.
En het gras!
Dat heb ik Gunter genoemd.
En die eend daar.
Dat is Carla.
Dag Carla.
Hoe kwaakt het?
Carla, hoe kijkt gij nu naar mij?
Gij kijkt alsof ik een brooddoos ben.
Nee, Carla, ik heb geen brood.
Nee, ik heb geen kruimeltjes.
Nee, ik ben geen brooddoos!
En stopt met zo naar mij te kijken,
Of ik steek u in de oven met
Zoetzuurbittere..zoutzuur…met saus!
En ge moet niet zo gaan lopen!
Kom hier, als ge durft!
Domme, dikke… EEND!
Chance voor u, dat ge niet hier zijt.
Anders had ik u ge…
(doet allerlei bewegingen.)
Dat is hier dus wel MIJN park, hé!
Onder die bank kleef ik altijd MIJN kauwgom.
Dat heb ik zeker al vier keer gedaan of zo.
En die vuilbak…

Die ken ik niet.
Die is nieuw.
Ik ga er naar toe
En ineens begint die vuilnisbak te spreken:

‘Helaba, pardon.
Ge staat in mijn zon.
Ga eens uit de weg.’

‘Mijn excuses, meneer,
ik dacht dat u een vuilnisbak was.’

‘Ja, juffrouw, dat hoor ik wel vaker.
Ik leef tussen het afval.
Ik leef van het afval.
Wat jullie weggooien,
daar kan ik altijd nog iets mee doen.
Afval is het goud van morgen, lief kind.’

‘Heeft u dan geen huis?’

‘Een huis dat heb ik niet.
Maar ik voel mij hier wel thuis!
Dat is veel belangrijker.
Voelt gij u ergens thuis?’

Ik probeer te antwoorden,
maar mijn lip begint te trillen.

‘Heej, waarom hebt ge diamanten onder uw ogen?’

Diamanten onder mijn ogen?

‘Dat zijn alleen maar tranen.’
'Meisje toch, stelt u voor
dat ge echt diamanten zou kunnen huilen.
Zoals dat sprookje over die ezel
die goud kan kakken.
Dat moet pijn doen.
Goud uit uw gat persen.’

Ik wil niet lachen,
maar het lukt niet zo goed.

‘Waarom wilt ge niet lachen?’

Ik vertel hem waarom.

Opvoeringsgeschiedenis
Brooddoos (2010 door BRONKS)

Auteursrechten
De rechten worden beheerd door SABAM.

Foto's