Advertentie
Aantal personages
Mannen: 3
Vrouwen: 2
Personages
De Grote Verschrikkelijke Meneer, Het Meisje, Stille, Francis, Marietje
Structuur
Elkaar opvolgende losse scènes
Genre(s)
Andere, Jeugdtheater
Ruimte
Onbepaald. Zwart gat, slaapkamer,...
Tijd
Heden
Synopsis
Filosofisch verhaal over een jongen die wil proberen naar de wolken te reizen en daar met zijn beschermengel een gesprek aanknopen. Maar evengoed is het een verhaal over de angst om alleen gelaten te worden of de angst om niet graag gezien te worden.
Het toneel is ontzettend leeg.
....
Nu jaaaa ... D’r komt een laag mist op O.K!?
Vanuit de fond komt er een laagje mist ....
Die komt gewoon op; zonder tekst.
....
En d’r staat ook een sanseveria op een piëdestal,
Een kleintje maar; de sanseveria.
De piëdestal is hoog en d’r zit een mooi doek omheen.
Maar dat staat helemaal achteraan in het hoekje; dat zie je bijna niet.
O.K.
Het toneel is verschrikkelijk leeg.
...
Oh ja!
En d’r staat nog een kastje.
Vooraan rechts.
Een nachtkastje; niet groter dan een man die op z’n hurken zit.
Maar verder is het toneel uitermate leeg.
Eén groot zwart gat, eigenlijk.
Het zaallicht gaat uit en we krijgen een enigszins traag en nat muziekje te horen; een adagio van Mahler of zo.
En we horen De Verschrikkelijke Meneer dichterbij komen terwijl hij telt.....
De Verschrikkelijke Meneer.
Eénenveertigduizenddriehonderdvijfennegentig, éénenveertigduizenddriehonderdzesennegentig, éénenveertigduizenddriehonderdzevenennegentig, éénenveertigduizenddriehonderdachtennegentig.....
Enz
Hij komt van op de gang, van ver. Hij is twee meter en een half hoog, dubbel zo breed als een normale man, hij draagt een drie-delig maatpak en een dure regenjas. Hij zit onder de sneeuw en komt met grote passen de zaal in . Hij heeft een lange dunne koffer bij zich...
Éénenveertigduizendvierhonderdenvier, éénenveertigduizendvierhonderdenvijf, éénenveertigduizendvierhonderdenzes, éénenveertigduizendvierhonderdenzeven,
éénenveertigduizendvierhonderdenacht en
éénenveertigduizendvierhonderdennegen.
Tot hij midden op het toneel staat, rug publiek.
Voilà!
Hier is het.
Hij zet z’n lange dunne koffer neer;
hij haalt een hoge vouwstoel uit zijn binnenzak, vouwt die open en zet zich, rug zaal.
Hij kijkt op zijn horloge...
Het is nu drieëntachtig minuten na één. Ik ben dus ruim op tijd. Aan mij zal het niet liggen. Hah!
Wat een idee zeg om mij hier naar toe te halen.
Ze zullen zich waarschijnlijk niet gerealiseerd hebben wie ik ben!
Maar daar komen ze vanzelf wel achter. Hah!
Mijn vader zei altijd: “In ’t leven zijn er twee dingen waar je op moet letten: Weten wie je bent! En zorgen dat je billen in je broek blijven zitten. Nu dat laatste dat gebeurt vanzelf wel. Dus concentreer je op het eerste. Weet wie je bent!” En mijn vader die verkocht suikerwafels, die kon het dus weten. Die had een kraampje, op de brug over de Moezel.
Dat is een rivier, ja!?; de Moezel.
....
Water is een doorzichtige vloeistof.
En boterhammen worden gemaakt van graankorrels.
Vissen komen uit de zee.
D’r is zo veel dat ik weet jongen. Hah!
Waar bevinden zich de wolken!?
Exact! Boven ons.
En zo kan ik nog een tijdje doorgaan.
In Siberië eten ze eekhoorns.
Waar zouden ze nu toch zitten zeg!? Potverdorie.
Niet dat ik een hier een juichende menigte had verwacht,
maar een kleine delegatie was toch wel; was toch wel ... prettig geweest.
Ik heb tenslotte de noodzakelijke éénenveertigduizendvierhonderdennegen stappen uitgezet. Dan zou je toch kunnen verwachten dat dat dat... een bescheiden afgevaardiging, een toespraakje, een klein applausje ... ruikertje bloemen ... hm!? Orkestje eventueel...
Papaapapaapaaapapaapapaapapaaaapapapaaa (dit is het Belgische Volkslied)
En ik hoor dat zo graag.
Je kan mij geen groter plezier doen dan zo nu en dan ‘s : Papaapapaa....
(Draait zich plots om op zijn vouwstoeltje. Hij ziet het publiek....)
Wat zullen we nu hebben. Kinderen!??
En zo veel!
Chatferdamme!
(dan slaat met een grote BHAM! de deur van de zaal dicht.)
...
Chatferdechatferdamme zeg!
....
Chatferdamme.
...
Als ik er hier ééntje betrap op op op ... om het even wat.... dan wordt die levend geharpilopteert.
Hebben jullie dat goed begrepen?
Allemaal?
Weten jullie wat harpilopteren is!?
Zorg dan maar dat je het nooit te weten komt.
Ik verwacht van jullie dat het hier stil blijft.
Het is hier tenslotte geen snoepbedeling.
Ik ben hier naar toe gehaald voor een uiterst belangrijke ..... aangelegenheid in verband met, met, metteee.... de toekomst zeg maar ... van de wereld en zo.....
Kijk maar!
Ze hebben mij een brief gestuurd.
Wat staat erop op die omslag!.
(Laat een omslag zien waarop’ ZEER BELANGRIJK!’ staat)
Precies!
(Op de achterkant staat VOOR U!)
En die ‘U’ dat ben ik in dit geval; want dat ding zat in mijn brievenbus. Nu ik kan je verzekeren: zulke brieven sturen ze niet zo maar in het wilde weg naar om het even wie. Die worden enkel naar uitermate bijzondere mensen gestuurd, die vooraf uiterst zorgvuldig worden uitgekozen ... zo gaat dat.
En dan binnenin zit er; ik zal jullie dat laten zien; binnenin zit er .... zo’n, zo’n, .... zo’n nota, zeg maar; een aansporing ... een schrijven; evenzeer tot mij gericht en met het dringende verzoek: ‘KOMT ONMIDDELLIJK HIER NAARTOE!’
‘Wij zitten op negen keer zoveel stappen als er zonnebloempitten in een colafles gaan en we zijn in nood.
Wees snel! Vriendelijke Groeten. Miepje!’
En Miepje; dat is niet één of ander weesmeisje dat ergens in een hoekje zit te treuren met van dat lange haar; want kijk maar; d’r staan puntjes tussen de letters. En wat wil dat zeggen; als er puntjes tussen de letters staan!? Precies! Het gaat hier om een afkorting. Dus M.I.E.P.J.E wil in dit geval misschien wel zeggen Maatschappij voor Investeringen in Electriciteit, Petroleum, Juwelen en en en ... en Erwten! Dat kan. Als de erwten bijvoorbeeld stevig in bloei staan zodat er over enkele maanden een rijke oogst mag worden verwacht, dan wordt er zo’n maatschappij opgericht, dan worden die percelen verkocht; dan gaat men handel drijven in toekomstige erwten; zo gaat dat .... maar jullie zijn daar nog te klein voor; wat weten jullie nu over toekomstige erwten. Hah!
In ieder gevahal.... ik heb vierduizendzeshonderdenéén
zonnebloempit in een colafles gekregen; maal negen ... hè want ze schrijven hier we zitten op negen keer zo veel stappen als er zonnebloempitten in een colafles enzovoort ... maal negen geeft dat? .... Geeft dat? Iemand enig idee? Vierduizendzeshonderden één maal negen dat is....? Dat is....? Ach jullie zijn nog zo klein. Dat is éénenveertigduizenvierhonderdennegen. Heb je dat niet gehoord!? Toen ik hier aan kwam? Die laatste stap; dat was stap nummer éénenveertigduizendvierhonderdennegen. Toch!? Jullie moeten opletten hoor. Sommigen onder jullie willen toch ontdekkingsreiziger worden? Nu dan moeten ze leren opletten; anders ontdekken ze niks. Of piloot! D’r zijn er toch ook die piloot willen worden. Moeten ook opletten; of ze vliegen overal tegen! En verpleegsters, jongen! Phoe! Als die niet opletten dan, dan krijgen ze een venerische ziekte. Dus die moeten de hele tijd handen wassen; maskertjes dragen. Weten jullie wat een venerische ziekte is!? Nee!? Houen zo!
Dat zijn ontzettend smerige ziektes. Met walmende zweren, die, die, die, die een beetje lawaai maken ‘s nachts, als het donker is, dan horen de mensen met venerische ziektes die horen hun zweren zo zachtjes... (laat traag een beetje spuug tussen zijn voortanden heen stjilpen) ... en daar moeten verpleegsters enorm voor oppassen.
(Lange pauze. Hij gaat achter het fonddoek kijken of er een uitweg is.)
Brandweermannen! Moeten ook ontzettend. Anders krijgen ze rook in hun neus. En secretaresses! Die moeten verschrikkelijk erg oppassen. Voor typefouten namelijk. Eén nulletje te veel ergens en het bedrijf van hun baas gaat failliet.
Weten jullie wat failliet is!?
Als je failliet bent, dan ben je d’r niet meer. Nu ja; je bent er nog wel in de zin van: je ademt nog en je hebt nog honger en zo en je wil graag gepakt worden als je huilt maar niemand ziet je; zelfs je eigen moeder niet. Dat is failliet. Daar moeten secretaresses zo ontzettend voor oppassen.
IEDEREEN MOET DUS ALTIJD OPPASSEN!
Vergeet dat nooit.
Schrijf dat straks op; als je nu bijvoorbeeld thuis komt straks hè; dan neem je een papier en je schrijft dat op in grote duidelijke letters. IK MOET OPPASSEN! En dat hang je dan boven je bed. En dan kijk je daar naar zo’n keer of twee drie per dag.
Dan hoef je verder nergens bang voor te zijn.
(De Verschrikkelijke Meneer zoekt verder naar een uitweg. Hij verdwijnt onder de tribune links we horen hem daar wat rommelen en ‘Hallo!,’ roepen, hij vind er blijkbaar een zo’n alarmhoornspuitbus van op de voetbal want we horen zo’n ding afgaan afgaan en dan keert hij terug)
Ma’goed; waar waren we?
Oh ja! Ik heb dus die éénenveertigduizendvierhonderdennegen stappen gestapt en voilà! Nu ben ik hier.
En dan staat er nog onder : Waarschuwing! We zullen er zijn!
Kom ik hier ... en d’r is niema....
Jullie hebben mij deze brief toch niet gestuurd.
Hm!
....
(Stilte.
De Verschrikkelijke Meneer loopt een beetje rond, bestudeert de brief nog een keertje zorgvuldig langs voor en langs achter en vraagt dan aan het kleinste jongetje dat hij kan vinden op de eerste rij....)
Auteursrechten
De rechten worden beheerd door SABAM.