Advertentie
Aantal personages
Mannen: 1
Personages
De dienaar van de schoonheid
Structuur
Eenakter met daarin dialogen ingebed van de poppen van de marionettenspeler
Genre(s)
Monoloog
Ruimte
Speelzaal
Tijd
Tijdens een voorstelling
Synopsis
In 'De dienaar van de schoonheid' treedt een poppenspeler naar voren, of toch voor even. Zijn toewijding aan de fictie van het marionettenspel reikt immers zo ver dat hij volledig onzichtbaar wil worden voor het publiek. Op het manische af tracht hij zelfs zijn sporen uit te wissen, die hij bij elke stap weer achterlaat. Hij is er klaar voor. Hij is klaar om “de leegte te betreden”.
Dat is zijn unieke daad, langzaam doorzichtig worden, want dan zijn alleen zijn marionetten nog zichtbaar. Maar, dit zuivere verlangen ten dienste van het ideale marionettenspel, wordt vaak overstemd door het stemgeluid van de poppen zelf. Jean Potage, alias Jan Soep, ‘fabreceert’ intriges tussen hem en zijn vrouwelijke collega-marionettenpoppen. Meermaals slaagt Jan Soep erin om in zijn fantasieën Marion de hoer en Marie de maagd van een goede beurt te voorzien. Nergens deinst hij voor terug. Zelf Pierlala de dood, weet hem niet te bedaren en eindigt zonder ogen: niets van de “schoon dinges” die Jan Soep uitvoert, kan Pierlala nog gadeslaan.
Maar, tijdens dit poppenspel, ziet de poppenspeler zichzelf transparant worden. Hij laat zelfs geen voetsporen meer na. “Is dat omdat ik mijn voeten heb proper gemaakt met mijn eigen tranen?”, vraagt hij zich af. In ieder geval: zijn “patron is tevreden” want “schoonheid is geloven in de leugen van de verbeelding”. De dienaar van de schoonheid bereikt, dankzij zijn volledige onderwerping aan zijn meester, zelf de ultieme schoonheid.
Lichaamloos kan hij nu de lust voor de illusie inwilligen, maar hij wordt geconfronteerd met zijn nachtmerries: “Het publiek […] wordt niet vervoerd” en “gooien rotte eieren en tomaten”. Nu is het voor de dienaar van de schoonheid genoeg geweest. Hij steekt zijn ogen in zijn zakken dat hij het publiek niet meer onder ogen hoeft te komen.
Goedenavond, geacht publiek
Ik ben blij
dat ik jullie zie
en mijn intuïtie zegt me
dat jullie ook blij zijn mij te zien
Ik zal voor jullie spelen alsof het de eerste keer is
Of alsof het de laatste keer is in mijn leven
Jullie zullen mij natuurlijk beoordelen
Maar mijn grootste wens is dat mijn werkgever
tevreden is na de voorstelling
Zijn opinie is voor mij essentieel
Mijn werkgever is voor mij van levensbelang
maar hij is weerloos
Daarom moet ik hem verzorgen
beschermen
Ja, zelfs verdedigen
bezit ik die stoutmoedige dapperheid?
Oh, dat klinkt ouderwets
(krabt zich)
Ik denk dat jullie het niet altijd beseffen
Maar jullie laten mijn werkgever
verschijnen en verdwijnen
Mijn werkgever maakt mij wijs
en maakt mij ook van alles wijs
Is er een angst voor desillusie?
Nee, alleen lust voor de illusie!
Daardoor geeft hij mij
veel vreugde en energie
En daarom sta ik hier!
Deze voorstelling is een ode aan mijn werkgever
En ik sta hier
om luid en duidelijk
mijn manifest
te verkondigen
en in alle bescheidenheid
mijn manifest
te realiseren
(krabt zich)
Want deze theatertekst
die ik zelf geschreven heb
en die ik zelf moet spelen
omdat ik niemand anders heb
en omdat de schriftuur en de vorm
niet van deze tijd zijn
is een manifest!
(krabt zich overal)
Ik zal vanavond voor jullie ogen
in een toestand zijn waarin jullie mij niet kunnen zien
Een begenadigd genie zonder talent
En heldere ogen zonder lichaam
(krabt zich overal)
Een ander deel van mijn programma vanavond
is dat ik voor jullie
mijn twee favoriete schuifen zal spelen
‘De trogisch-komische verschijning en verdwijning van de schoenhad’
Want vergeet niet!
Mijn theater is een parodie
en alles wat men waarneemt
in mijn theater
is een parodie op iets anders
Zo is de marionet een parodie op de acteur
(krabt zich overal)
Bonsoir cher public
Mijn naam is
Jan Soep
Ik ben geboren in de vorige eeuw
In den Anvers
Ho, dat is lang geleden
Ik leef in de verkeerde tijd
Mijn theaterpoppen zijn ontstaan
in de middeleeuwen en France
Daarom zijn het marionnettes-à-fil
Zie ze daar hangen aan hun draadjes
Ze zijn zo elegant
Het zijn mooie opgesmukte stukken hout
Mijn werkgever
heeft mij geleerd
wat wellust en wat aangenaam is
voor het oog
en dat erotisch aspect kunnen jullie zien, nietwaar?
Ik heb mijn marionnettes-à-fil
met mijn eigen handen gemaakt
Ik ben er fier op
Ze hebben karakter
en een eigen wil
Ze zijn fysiek ingesteld
Bewegen hoekig, maar met finesse
Hebben één uitdrukking
En houden hun mond
Ze klagen niet
als er koppen rollen
Zelfs in het werkproces discussiëren ze niet
over la ‘psychologie du personnage’
of la ‘sémiologie du spectacle’
Ze hebben geen conservatieve idiote ideeën
over le théâtre
Ze willen zichzelf niet glorifiëren
en elk jaar op de Cour d’Honneur spelen
of exposeren in het Louvre
Ze hebben geen publiek leven
Ze lijken met andere woorden
in de verste verte niet op Franse acteurs
Ze zijn het zout in de pap
(FABRE, Jan, De dienaar van de schoonheid, In: De dienaar van de schoonheid en andere theaterteksten. Meulenhoff | Manteau, 2010, pp. 9 - 11.)