Advertentie
Deze tekst werd reeds door 18 personen gedownload (PDF, 208 kB)
Aantal personages
Mannen: 5
Vrouwen: 2
Personages
Karel, Jonathan, reporter, Nangijala, Sofia, Hubert, Jossie, Veder, Kader, wachter, Mattias, Antonia, Dikke Diederik, Orvar, soldaat 1, soldaat 2
Structuur
16 scènes
Genre(s)
Jeugdtheater
Synopsis
De kleine zieke Karel houdt zielsveel van zijn grote broer Jonatan. Karel weet dat hij snel zal sterven en wordt getroost door zijn broer, die hem vertelt dat hij gezond en sterk zal verder leven in het sprookjesachtige Nangijala. Niettemin is Karel bang, omdat Jonatan niet bij hem zal zijn.
De broers vinden elkaar sneller dan verwacht terug in het Nangijala, en trekken samen dapper ten strijde tegen Tengil, de vijand, die het volk van het Bramendal gevangen houdt.
‘De Gebroeders Leeuwenhart’ begint met de dood van beide broers, maar is voor alles een zoektocht naar het eigen ik, als een spannend sprookjesavontuur over goed en kwaad, trouw en verraad, kampvuren en wolven
1. Karel en Jonatan Leeuw
(Donker. Muziek. Beginbeeld van twee jongens, eventueel andere personages. Muziek en licht weg. Een kleine jongen blijft schijnbaar alleen achter, in het licht van een klein peertje. Het is niet duidelijk waar hij zich bevindt. Er klinken hartritmes. Een beademingsmachine.)
Karel:
Dit verhaal gaat over mijn broer, Jonatan Leeuwenhart. En ook een klein beetje over mezelf, Karel Leeuwenhart. Of Kruimel Leeuwenhart, want Jonatan noemt mij altijd Kruimel omdat hij zoveel van koekkruimels houdt.
Wij hebben niet altijd Leeuwenhart geheten. Het is Jonatan die die naam heeft verdiend, vroeger heette hij gewoon Jonatan Leeuw. Ik heette ook gewoon Leeuw, net als mama en papa. Papa is bij ons weggelopen toen ik nog maar twee jaar was, hij is naar zee gegaan en hij is nooit meer teruggekomen.
Maar ik zal eerst vertellen hoe Jonatan de naam Jonatan Leeuwenhart heeft gekregen, en ook wat er daarna allemaal voor wonderbaarlijks is gebeurd.
Ik was erg ziek en ik was al een half jaar niet meer naar school geweest. Ik lag thuis op de bank en deed eigenlijk niks anders dan hoesten.
Jonatan wist dat ik gauw dood zou gaan. Ik geloof dat iedereen het wist behalve ikzelf. Zelf heb ik het toevallig gehoord. Ze dachten dat ik sliep maar dat was niet zo, ik had alleen maar mijn ogen dicht.Toen hoorde ik ze zeggen dat ik gauw dood zou gaan.
(Meer licht. We zien een zieke Karel. Jonatan komt bij hem.)
Karel:
Jonatan?
Jonatan :
Kruimel, wat is er ?
Karel:
Weet gij al dat ik snel dood zal gaan?
Jonatan :
Ja Kruimel, dat weet ik.
Karel:
Hoe kan het zo erg zijn dat ik dood moet gaan terwijl ik nog klein ben?
Jonatan
Luister 's, Kruimel. Ik geloof dat dat helemaal niet zo erg is. Ik geloof dat gij het fijn krijgt.
Karel
Fijn??
Denkt gij dat het fijn is om onder de grond te liggen en dood te zijn?
Jonatan
Natuurlijk niet Kruimel. Maar het is eigenlijk alleen maar uw schil die daar ligt. Zelf vliegt ge ergens anders naartoe. Naar Nangijala.
Karel:
Nangijala??
Waar ligt dat?
Jonatan :
Dat weet niemand precies. Maar ik weet wel dat het ergens ver voorbij de sterren is en dat het er superfijn is. Alle sprookjes komen uit Nangijala, en als ge er terecht komt dan zit ge van 's morgens vroeg tot 's avonds laat midden in de avonturen. Laat de mensen hier maar zeggen dat gij er bleek en ziek uitziet, in Nangijala zult ge gezond, sterk en knap zijn.
Ge zult er gelukkig zijn.
Karel:
Hoe kan ik gelukkig zijn zonder u, Jonatan?
Ik wil helemaal niet naar Nangijala gaan, Jonatan. Ik wil hier bij u zijn, ook al ben ik dan bleek en ziek en heb ik kromme benen.
(er klinkt een liedje over een duif en een raamkozijn… of gewoon roekoekoekoekoe.)
Mama zingt weer. Dan denkt ze aan papa.
Jonatan:
Weet ge wat, Kruimel? Gij kunt op een avond als een sneeuwwitte duif naar mij toe komen vliegen, helemaal vanuit Nangijala. Ja, dat zou ik super vinden.
Karel:
Maar ik wil er helemaal niet naartoe, Jonatan! Ik wil hier bij u en mama zijn.
Jonatan:
Maar ik kom zelf ook naar Nangijala. Na een tijdje.
Karel:
Na een tijdje?
Maar misschien wordt gij wel negentig jaar, en dan zit ik daar de hele tijd alleen!
Jonatan:
Tijd, Kruimel, is in Nangijala helemaal niet hetzelfde als hier. Zelfs als ik negentig jaar word zal het voor u net zijn alsof ik na twee dagen al bij u ben. En twee dagen houdt ge het toch wel uit, ge kunt zwemmen of een kampvuur aanleggen, ge kunt allemaal dingen doen waar ge zo naar hebt verlangd. En net als ge bij de beek zit te vissen kom ik naast u zitten en dan zegt ge : 'Hoe kan dat nu, Jonatan, zijt ge er nu al?'
Karel:
Toch zou ik het fijner vinden als gij de eerste zijt. Zodat gij het zijt die daar zit te vissen.
Jonatan
Lieve Kruimel, ge hoeft niet bang te zijn.
Nu is het zo dat ik zonder mijn Kruimel op aarde zal moeten leven. Misschien wel negentig jaar.
Nieuwsflash:
Gisteravond is tijdens een brand in de wijk Fakkelroos een oude rijwoning helemaal in vlammen. opgegaan. De dertienjarige Jonatan Leeuw heeft hierbij het leven gelaten toen hij zijn zieke broertje van tien uit de brand wilde redden. Hij is met hem uit het raam gesprongen en heeft zo de val voor de kleine jongen gebroken. Zelf overleefde Jonatan Leeuw de klap niet. De tienjarige Karel Leeuw en zijn moeder, Sigrid Leeuw, zijn in shock naar het ziekenhuis overgebracht. Naar verluidt is hun toestand stabiel. De oorzaak van de brand is tot op heden onbekend.
Reporter ter plaatse:
Wij staan hier op de speelplaats van de plaatselijke school in Fakkelroos, waar absolute verslagenheid heerst bij alle leerlingen en leerkrachten. Bij mij staan de klasgenoten van Jonatan Leeuw, de hele zesde klas, en zijn juf, Greta.
Juf Greta:
Jonatan Leeuwenhart had hij moeten heten, naar die dappere Engelse koning waar ik in de klas over vertelde, Richard Leeuwenhart. En ook al zal over Jonatan niets in de geschiedenisboeken komen, wij zullen hem nooit vergeten. Hij is een held. De hele school zal hem missen. Wat een tragisch verlies!
Karel:
Ik die dacht dat ik eerst dood zou gaan. Het is helemaal anders gegaan.
Jonatan was dood. Hij is om mij te redden ons brandende huis binnengegaan en heeft me op zijn rug genomen. Hij sprong. Ik herinner me dat we op de grond lagen en dat er een heleboel mensen rondom ons aan het roepen en aan het huilen waren. Ik herinner me dat Jonatan bloedde en dat hij me aankeek en moeizaam zei:'Niet huilen Kruimel, tot ziens in Nangijala.' En dat hij toen doodging.
Ik huilde dagen aan een stuk, en ik verlangde zo naar Jonatan, ik dacht soms dat Nangijala misschien wel helemaal niet bestond.
(achteraan gaat een ‘deurtje’ op een kier open. Fel tegenlicht. De stem van Jonatan. Een duif?)
Jonatan
'Het is hier super, Kruimel. Bij mijn aankomst stond er een huis op me te wachten. Een oude boerderij, de Ruiterhoeve, in het Kersendal! Weet ge wat het eerste was dat ik zag toen ik bij de Ruiterhoeve aankwam? Dat was een klein groen bordje op het hek. Daarop stond geschilderd: DE GEBROEDERS LEEUWENHART.
Dat betekent dat we hier allebei mogen wonen, en dat gij ook Leeuwenhart zult heten wanneer ge in Nangijala toekomt. Kom maar zo gauw ge kunt, Kruimel, en wanneer ze me missen, dan zit ik te vissen!'
Karel:
(pakt zijn rugzakske)
Ik wist dat ik snel weer bij hem zou zijn. Ik kon elk ogenblik naar Nangijala vliegen.
Ik heb voor de zekerheid het adres maar opgeschreven:
DE GEBROEDERS LEEUWENHART
DE RUITERHOEVE
KERSENDAL 17
3020 NANGIJALA
Ik heb een briefje voor mama op de keukentafel gelegd: 'Niet huilen mama. Tot ziens in Nangijala.'
(Karel verdwijnt door de kier)
(Groot changement. Veel licht en muziek. Eventueel projectie van zomervalleien.)
Opvoeringsgeschiedenis
De Gebroeders Leeuwenhart (2003 door BRONKS)
Auteursrechten
De rechten worden beheerd door Auteursbureau Almo.