De kamer van Isabella

Aantal personages
Mannen: 5
Vrouwen: 2

Personages
Verteller, Isabella : blinde vrouw van 89 jaar, Anna : moeder van Isabella, Arthur : vader van Isabella, Alexander : minnaar van Isabella, Frank : kleinzoon van Isabella, woestijnprins

Structuur
5 bedrijven

Genre(s)
Drama

Tijd
Verleden

Synopsis

De kamer van Isabella bevat een geheim. Het is de plek van een leugen. Het is de plek van de leugen die het bestaan van Isabella beheerst. Die leugen is een beeld. Een exotisch beeld. Het beeld van een woestijnprins. Isabella is de dochter van een woestijnprins die tijdens een expeditie is verdwenen. Dat hebben haar pleegouders, Arthur en Anna, haar verteld. Samen wonen ze in een vuurtoren op een eiland, waar Arthur vuurtorenwachter is. Net zoals een eiland is een vuurtoren een overgangsgebied: ergens tussen zee en land, tussen vast en vloeibaar, tussen binnen en buiten. De vuurtoren is gebouwd op het land, maar zijn verlangen is de zee. Het verlangen van Isabella is de woestijn, de woestijnprins, Afrika. Zo begint het levensverhaal van de oude blinde Isabella. Maar al snel wordt duidelijk dat achter het verhaal van de woestijnprins een verschrikkelijke, onuitsprekelijke waarheid schuilgaat. Anna en Arthur kunnen niet leven met hun geheimen en vluchten in de drank. Anna sterft en Arthur werpt zich in zee. Isabella's zoektocht naar haar vader, de woestijnprins, leidt haar niet naar Afrika, maar naar een kamer in Parijs, gevuld met antropologische en etnologische objecten.

ISABELLA
Men heeft me te vondeling gelegd in het zijportaal van het klooster van de karmelietessen en mijn eerste echte herinnering waren de nonnen in de kelder die hun haren wasten met ijskoud water en een hard stuk zeep, terwijl men de schoten hoorde van de soldaten die oefenden op de binnenplaats van het klooster. Ik zat achter een van de marmeren wastobben en hun bovenlichamen waren bijna naakt en de huid leek transparant en onnozel. Als ze door de knallen opschrokken bibberde alles een beetje.

Als jong meisje werd ik opgevoed door Anna en Arthur. We woonden in een vuurtoren op een eiland vlakbij de kust. Arthur was vuurtorenwachter en vanaf vijf uur ‘s avonds dronken en Anna, mijn stiefmoeder, ook. Het was een aangename tijd want als ze dronken waren, voelden ze zich vrij en gelukkig en zeiden ze nooit een onvertogen woord tegen me.

Ze vertelden me dat mijn echte vader een woestijnprins was die tijdens een expeditie verdwenen was. Ik noemde me Isabella de woestijnprinses en nam me voor ooit het geheim van mijn vader te ontsluieren.

Ze leerden me piano spelen, gedichten schrijven en vooral veel lachen. 

ISABELLA
Hij danste met een volle pint bier op zijn hoofd en riep dan luid ‘ik ben Budhanton’ en ‘s ochtends had hij nooit niks last van hoofdpijn of zo. Hij stond om vijf uur op, klom in de vuurtoren, sprong in zee, zwom een kilometer in de branding, kwam langs het ijzeren trapje weer aan wal en schreef rechtopstaand met potlood een nieuw gedicht.

Anna ging met de boot naar het dorp waar ze les gaf aan een stel hotemetoten van kinderen die nooit hun dorp zouden verlaten en net als hun papa’s trachten te overleven van de visvangst.

ANNA
Ik had de pest aan ze. Aan dat hele eiland trouwens. Enkel de feestjes met Arthur konden me het verleden doen vergeten.

ISABELLA
Wat ik me vooral herinner was het vuur.

Het vuur in de toren moest heel de nacht blijven branden. Op het eiland was nog geen elektriciteit. En de olie was schaars door de oorlog. Dus moesten we hout gebruiken. En trouwens Arthur hield van het vuur. Hij zei dat het licht echter was en de schepen zo nooit uit koers konden varen.

Soms mocht ik helemaal mee naar boven. Zelfs tijdens de koudste nachten was het er warm en gezellig. En als er te veel rook hing, deden we alsof we weenden.

ANNA
Jij ging mee met Arthur omdat je niet tegen mijn verdriet kon. Ik vond het goed dat je meer van Arthur hield dan van mij. En als ik jullie lachend uit de toren zag komen met roodbetraande ogen was ik blij.  

ISABELLA
Jij sloot je meer en meer af van de buitenwereld. Die somberheid was voor mij ondraaglijk. Het kon me niks schelen dat ik het enige kind was op het eiland. Ik miste niks of niemand. Ik hield van jullie allebei maar je somberheid boezemde me angst in.

ISABELLA
Ik was nog heel jong en begreep niet wat verdriet kon veroorzaken. Ik wist niks van Anna's verleden en beschouwde haar als mijn moeder.

ANNA
Ik wilde niet dat je moeder tegen me zei. Je moest Anna zeggen. Ik was je moeder niet.

ISABELLA
Op een dag lag ze dood in haar bed. Arthur zei me dat er teveel geheimen zaten in Anna's hart en dat het gebarsten was. Zo leerde ik het woord ‘leugen’ kennen.

Auteursrechten
De rechten worden beheerd door SABAM.

Foto's

Video's