Advertentie
Aantal personages
Mannen: 4
Vrouwen: 2
Personages
1: stoel, 2: stoel, Velsa, Vera, Jean, Emile: rouwportret van Jean, Vera en Velsa zijn een tweeling
Structuur
Drie dialogen die door elkaar lopen
Genre(s)
Drama
Ruimte
Onbepaald
Tijd
Onbepaald
Synopsis
De tekst 'De reïncarnatie van God' is opgebouwd uit drie dialogen. Telkens gaat een tweeling met elkaar in gesprek. Zo horen we twee stoelen, twee zussen, en twee broers. Het tweelingmotief vormt dus in deze theatertekst de rode draad.
Jean praat met zijn overleden broer Emile. De afwezigheid van de vroeg gestorven broer staat hier centraal. De monoloog van Jean gaat doorheen heel wat tegenstrijdige emoties: verdriet, jaloezie, pijn, angst, spijt, verering, ... Maar de overleden broer Emile is blijkbaar in de sekshemel terecht gekomen bij de engel Velsa en haar zus Vera. Zij delen hun erotische ideeën en ervaringen, hun fantasieën over dominantie en genot. En de twee oude stoelen discussiëren over hun al dan niet identiek zijn, over hun toekomst en over de verzinsels die op hen komen zitten. Tot Emile – of zijn afwezigheid – tot hen spreekt.
De reïncarnatie van God verscheen in boekvorm in de anthologie Ik ben een fout, theaterscripts en theaterteksten 1975-2004 bij Uitgeverij Meulenhoff | Manteau, met ISBN-nummer 90 5990 025 1.
1: Wij zijn dus nog altijd twee stoelen.
2: Onnozel genoeg. Waarschijnlijk om op te zitten.
1: Vanzelfsprekend.
2: Met vier poten.
Wat een geluk. Het grote geluk.
Wie komt er nu weer op ons zitten.
1: Waar staan wij?
2: Op de grond.
1: Natuurlijk, zoals altijd.
2: Natuurlijk, verder hoeven wij niets.
Verder hoeven wij niets te vrezen.
1: Waarom niet?
2: Wij werden hier geplaatst.
1: Door wie nu weer?
2: Dat komen wij te weten als de tijd rijp is.
1: Of niet.
2: Of niet, want de tijd is onze grootste vijand.
1: Of niet, als de vrucht nooit rijp wordt.
2: Alweer een stelletje...
1: Natuurlijk.
2: Natuurlijk, daar dienen wij altijd voor.
Zijn dat soms goden?
Velsa: Geweldig! Precies zoals je voorspelde, Vera. Voor Emile goed en wel wist wat er gebeurde, lag hij al aan zijn polsen en enkels gebonden.
Vera: Je ziet, je moet luisteren naar je zuster.
Velsa: Vooral een rukje aan de nylon om zijn zak maakte hem wild van geilheid. En ik kwam na jaren weer eens tot een heerlijk orgasme, alleen was ik zo opgewonden dat ik vergat hem stevig op zijn billen te geven, zoals je had gezegd.
Vera: Dat heb je hopelijk daarna gedaan?
Jean: Ik ben doordrenkt van m'n weerspiegeling
Ik ben doordrenkt van m'n broer
Verlamd
Ik kan zelfs m'n ogen niet sluiten
om de zon te zien
die altijd opnieuw opkomt
en ondergaat
Ik kijk
Ik moet
Ik ben doordrenkt van tijd
Ik ben doordrenkt van leven
En de dood besluipt me steeds opnieuw
Velsa: Ik heb het hoofd van Emile tussen mijn dijen geklemd en het bamboestokje op zijn billen laten kletsen. Ongelofelijk... Ik voelde me alsof ik een jonge wilde hengst aan het temmen was. Zo ging hij onder mijn behandeling tekeer. Hij kronkelde en kreunde van genot. En al spoedig begonnen zijn mooie slanke billen rood te kleuren. Ik twijfelde even of het wel zou lukken om hem zo dominerend tot een orgasme te brengen. Maar hij kneep z'n billen samen en kwam schokkend en kreunend tot een orgasme.
Vera: Door zijn overgave aan jouw strenge behandeling zal hij er altijd aan herinnerd worden en er opnieuw naar verlangen...
Velsa: Ik moet je eerlijk bekennen, Vera. Ik was opnieuw geil geworden tijdens mijn behandeling. Alleen vond ik het jammer dat ik z'n sperma er niet had zien uitspuiten, vooral omdat het de eerste keer was dat ik hem als meesteres met strenge hand tot een hoogtepunt bracht.
Vera: Ja, ik zie het sperma er ook graag uitspuiten. Maar voor die eerste keer was het belangrijk dat hij machteloos zijn penis in de matras duwend klaarkwam. Je moet je maar inbeelden, Velsa, als meesteres kun je hem wanneer en hoe vaak je maar wil laten klaarkomen en daar zelf intens van genieten!
Jean: In mijn levensjaren zit een hevige stilte
Een warme hevige stilte
die niet kan wegrotten
Die laatste stilte van m'n broer
toen hij drie jaar was
Ik loop rond in het landschap van zijn kindertijd
Van mijn kindertijd
Een sterfgeval in het verleden
waarvan ik elke dag de begrafenis bijwoon
Het heden laat me stilstaan
Ik zie m'n jonge broer sterven
Ik weet dat ik het ergste zie
in het gedrocht van mijn weten
Ik was jaloers op de dood
Een hevige barbaarse warmte
verspreidde zich
Ongeciviliseerd omhelsde ik dit gevoel
Van vurig brandend zijn
M'n broer, een foto
Een foto, vijf jaar ouder dan ikzelf
De stilte brandde al in mij voor ik geboren werd
Ik heb de foto horen ademen
Zijn foto in levensafwachting
Een jonge, harde en jaloerse man
bewaakt zijn dood
Ik sta voor de foto, in stilte
(FABRE, Jan, De reïncarnatie van God, In: Ik ben een fout, theaterscripts en theaterteksten 1975-2004. Meulenhoff | Manteau, 2004, pp. 39 – 42.)