Advertentie
Aantal personages
Vrouwen: 1
Personages
Zij
Structuur
Monoloog
Genre(s)
Eenakter
Ruimte
Op een berg perziken
Tijd
Onbepaald
Synopsis
Deze theatertekst is geschreven voor Pina Bausch na een nacht met Pina in een Antwerps restaurant. Naar aanleiding van deze ontmoeting schreef Jan Fabre over een "vroedvrouw".
Al perziken etend, vertelt deze vrouw over haar leven en over haar favoriete vrucht, de verboden vrucht. Ze werd lid van de chirurgijnsgilde, later van de verloskundigengilde en veel later werd ze lid van de dansgilde. Ze nam dansers in huis en ontvroede bij hen de waarheid in bewegingen. Nog later werd ze lid van de perzikengilde.
Afgeleefd, oud en moe is ze teruggekeerd naar het stadium van een pasgeborene: gelukkig, donzig en zonder de wil om te bewegen. Maar, wie zal haar straks inzwachtelen en haar het wiegelied zingen?
De gehele tekst is de beluisteren op de site van de Singel. Jan Fabre leest zijn tekst 'De vroedvrouw' voor.
(Zij zit op een hoop perziken. Tijdens de voorstelling eet ze perziken tot er geen één overblijft. Alleen de harde houten pitten blijven achter.)
Mijn houten bak
staat voor het vuur
Wie zal mij straks
inzwachtelen?
Wie zal voor mij
het wiegelied zingen?
Sinds de tijd
dat ik de vader het kind aanbood
en hij mij een traditionele fooi gaf
tot de elektronische geboorte
en de elektronische verwerking van het loon
ben ik trouw gebleven aan mijn beroep
Ik heb de noodzakelijke kennis
en ervaring
door praktijk verkregen
Mmm lekker mmm
Ik weet nog goed
wanneer ik mijn favoriete vrucht
de eerste maal at
Een verboden vrucht
Mmm het smaakt naar mmm
naar nog mmm
Heel vroeger werd ik lid
van de chirurgijngilde
Toen de meest geëmancipeerde
beroepsvereniging
Waar is het verleden?
Het lijkt wel gisteren
Mmm de Prunus persica, mmm…
Ik ging in de voormiddag
Maar vaker nog bij
nacht en ontij
In kelders, op zolders en in krochten
Meestal in onhygiënische omstandigheden
En ik had schrik
voor de gevreesde complicaties
Ik begeleidde
de armen
uit verschillende streken
in netheid
en algemene gezondheid
En altijd
weende ik al lachend
met hun bijgelovige beweringen
"Is het waar juffrouw
Als je een baby onder zijn voeten kietelt
zal het kind dan later stotteren?
Is het waar juffrouw
Als je teveel zwarte koffie drinkt
Krijg je dan een kindje met rosse haren?"
Ik antwoordde
Altijd
"Ja, dat is waar!
Die baby’s zouden speciale kinderen
kunnen worden
met bijzondere eigenschappen
Ze zouden al bewegend spreken
en het licht
vurig weerkaatsen
wanneer ze sprekend dansen"
Mijn houten bak
staat voor het vuur
Wie zal mij straks
inzwachtelen?
Wie zal voor mij
het wiegelied zingen?
Sinds de tijd
dat ik mijn vingers moest insmeren
met heerlijk geurende oliën
en daarmee de hals van de baarmoeder
moest inwrijven
of zachtjes kittelen
tot de gouden vibrator met hulpstukken
ben ik trouw gebleven
aan mijn maatschappelijke rol
Ik werkte onder keuren
En mijn aanstelling
werd nauwgezet geregeld
Mmm het smaakt mmm
naar een sappige
zon
Het vruchtvlees is mmm…
zo zacht mmm mmm
dat je er eeuwig zou willen in slapen
Mmm overheerlijk
Later
werd ik lid
van de verloskundigengilde
Ik had de tang in handen
en de schaar klaar
om de navelstreng door te knippen
Waar is het heden?
Het lijkt wel gisteren?
Mmm de Prunus persica, mmm
Ik ging in de namiddag
Maar vaker nog bij
kaarslicht en ontbijt
In burgerhuizen, gasthuizen en kastelen
Meestal in chique en klinische omstandigheden
En toch
bleef ik op mijn hoede
voor de gevreesde kraamkoorts
Ik begeleidde
de rijken
van verschillende kleuren
in verzorging
en opleiding
En altijd lachte ik
al wenend
met hun gelovige overtuigingen
"Ik vertel u, mevrouw!
Voor iedere keer
dat een vrouw niet bidt
tijdens de zwangerschap
krijgt haar kind een moedervlek
van God!
Ik zal u nog meer vertellen, mevrouw!
Als de man
met zijn zwangere vrouw
de liefde bedrijft
is hij ontrouw
aan zijn geloof
en krijgt de zuigeling ontstoken ogen!"
Ik antwoordde
Altijd
"En ik vertel u!
Die baby’s zouden speciale kinderen
kunnen worden
met bijzondere eigenschappen
Ze zouden blind bewegen
van vlek naar vlek
En met een goddelijk ritme
dansen naar iedere plek"
Mijn houten bak
staat voor het vuur
Wie zal mij straks
inzwachtelen?
Wie zal voor mij
het wiegelied zingen?
Sinds de tijd
dat ik nog de nooddoop gaf
en woorden van troost
tot de tijd van de hedendaagse priester in jeans
ben ik trouw gebleven
aan mijn levensnoodzakelijke bezigheid
Het bieden van hulp
bij het baren
van een menselijke creatie
En toch
werd er veel kwaad gesproken
over mij
Nog steeds
En de jaloerse vroedmannen
namen bijna mijn job af
Mmm het Perzische sap
loopt langs mijn kin
Mmm hemels mmm
De harde houten pit danst
tegen mijn gehemelte
Ik blijf zuigen
en proef China mmm…
Het is een zonde
om de pit uit te spuwen
Mmm lekker
Veel later
werd ik lid
van de dansgilde
en nam dansers in huis
Ik werd hun min
Ik voedde hen aan mijn borst
en emancipeerde de mannen
Waar is de toekomst?
Het lijkt wel gisteren?
Mmm Prunus persica mmm
Ik ging heel de dag
Maar vaker nog bij
kunstlicht en ontrafelde tijd
In theaters, opera’s en arena’s
Meestal in goede technische omstandigheden
En toch
was ik niet zenuwachtig
voor de gevreesde bevallingsproblemen
Ik begeleidde de dansers
in nieuwsgierigheid
en verbeelding
tragikomische theatrale beweringen
en dramatische overtuigingen
van verschillende religies
Maar mijn dansers vertolkten
de waarheid
Zwangere moslimvrouwen
die geloven dat
wanneer ze naar gruwelijke en lelijke
dingen kijken
hun baby wondermooi wordt
Maar mijn dansers vertolkten
de waarheid
Joodse mannen die alles moeten doen
- maar dan ook alles -
wat hun zwangere joodse vrouw verlangt
Omdat ze geloven dat
wanneer ze ‘iets’ niet doen
hun baby wijnvlekken krijgt
Wijnvlekken die voorspellen
dat hun baby als volwassene
arm zal sterven
Maar mijn dansers vertolkten
de waarheid
Katholieke mannen
die hun zwangere vrouwen verbieden
om perziken te eten
Omdat ze geloven dat
hun katholieke vrouw anders
een zeer harig kind zou baren
Mijn houten bak
staat voor het vuur
Wie zal mij straks
inzwachtelen?
Wie zal voor mij
het wiegelied zingen?
Sinds de tijd
dat de baarmoeder
nog kon wandelen in de buik
en zelfs tot in de keel
tot de uitvinding
van de moderne hysterie
ben ik trouw gebleven
aan mijn roeping
IK BEN DE VROEDVROUW!
Ik ken de nodige
handgrepen
om de placenta te laten komen
Zodat, als je dat zou willen,
je heel de koek kan eten
De beste verjongingskuur!
Mmm de Prunus persica
Wie wil meer! Mmm
Mmm hemels mmm
Ik ben gelukkig
stokoud geworden
Honderden jaren oud
Door de eeuwen veranderd
Ik ben gekrompen
en verschrompeld
tot een pasgeboren
donzig pluizig
geniaal perzikje
Zonder wil
om te bewegen
Veel, en veel later
werd ik lid
van de perzikengilde
Omdat ik, zonder dat ik het wilde,
door het wonder
van Moeder Natuur
altijd en opnieuw
mezelf bevruchtte
(Ze heeft al de perziken opgegeten
en er blijven alleen de houten pitten over.
Misschien eet ze zichzelf op?)
Mijn houten bak
gemaakt van pitten
staat voor het vuur
Wie zal mij straks
inzwachtelen?
Wie zal mij beschermen
tegen de kou?
Wie zal mij behoeden
voor onsterfelijkheid?
Wie zal voor mij
het wiegelied zingen?
Het wiegelied van de dood!
(Nee, godverdomme, niet mijn kinderen, niet mijn publiek.
Alsjeblief, laat de wind het zingen!)
(FABRE, Jan, De vroedvrouw In: De dienaar van de schoonheid en andere theaterteksten. Meulenhoff | Manteau, 2010, pp. 109 - 117.)
Auteursrechten
De rechten worden beheerd door SABAM.