Advertentie
Aantal personages
Mannen: 1
Vrouwen: 1
Personages
De zoutverkoper (een man), De vlieg (een vrouw)
Structuur
Eenakter
Genre(s)
Drama, Eenakter
Ruimte
Ergens in de stad
Tijd
Tijdens de nacht
Synopsis
De Zoutverkoper en de Vlieg is een allegorisch sprookje over de nacht.
Het mannelijk personage in het stuk is een zoutverkoper. Hij beschouwt het zout dat zijn lichaam produceert als de ultieme, maar tegelijkertijd ook nutteloze rijkdom. Zout heeft een reinigende en conserverende kracht, is de oudste smaakmaker, is een ‘magisch medicijn’. Hij wil zijn opgedroogde zweet dan ook bij zich houden. Hij wil niet meer zweten, de sappen mogen de poriën van zijn huid niet verlaten. Met talkpoeder gaat hij wild tekeer, maar niets wil helpen. Deze zoutwinning gebeurt ’s nachts. Het kost hem veel inspanning, ‘maar dat is normaal. Alles van waarde vraagt opoffering’.
De zoutverkoper is een metafoor voor de kunstenaar en verwijst naar Marcel Duchamp, alias Le Marchand du sel. De kunstenaar koestert de illusies van de nacht. Hij moet zich uitwringen, uitleven, pas dan kan hij ontspannen. Hij slijt zijn zout als goud: 'Het zout van mijn zweet bevat alle elementen en stoffen die in het heelal voorkomen'.
Om hem heen zoemt een vlieg, een toevallige passant. Deze vrouw komt van overal, ze heeft geen plek, noch een naam. Ze staat voor het individu dat de dag plukt, zonder zich door missies te laten kwellen. Het enige wat zij wil, is plezier maken, ‘overal aan en op zitten waar het niet mag’. Een speels-ernstige conversatie ontvouwt zich in de plooien van de nacht. Zij tasten elkaar voortdurend af, om elkaar uit te dagen, te overtuigen, maar vooral te begrijpen. Ze hebben het over het wezen van de nacht, over het compromis van de droom.
Voor de zoutverkoper is de nacht een manier om productief te zijn, om zoveel mogelijk zout te winnen. De vlieg-vrouw, daarentegen, kan in de nacht net ontspannen. Dan is ze ‘straffeloos zichzelf’. Ze verdwijnt in de anonimiteit. Beiden wachten op de nacht.
De twee wereldbeelden botsen op elkaar. De auteur vormt geen oordeel. Ze inspireren elkaar, ze benijden elkaar. Ze zoeken elkaar in de nacht, om samen te wachten op het aanbreken van de dag.
De zoutverkoper en de vlieg verscheen in boekvorm in de anthologie Ik ben een fout, theaterscripts en theaterteksten 1975-2004 bij Uitgeverij Meulenhoff | Manteau, met ISBN-nummer 90 5990 025 1 en is niet meer leverbaar. Om de volledige tekst als onbeveiligde pdf te ontvangen of voor informatie over opvoeringsrechten, kan je contact opnemen met Troubleyn.
ZOUTVERKOPER:
Ik ben verkoper van zout
VLIEG:
Van wat?
Van goud?
ZOUTVERKOPER:
Ja, dat zou ook kunnen
Dat is bijna hetzelfde
VLIEG:
Wat is hetzelfde?
ZOUTVERKOPER:
Dat ik verkoper ben van goud
VLIEG:
Dus je verkoopt geen goud
ZOUTVERKOPER:
Ik heb het je al gezegd
Dat zou kunnen
Maar wat ik verkoop is meer waard dan goud
Want het spirituele is waardevoller dan het materiële
VLIEG:
Als je dat alleen gevonden hebt
dan ben je een goeie verkoper
Maar wat verkoop je?
ZOUTVERKOPER:
Het heeft een reinigende
en conserverende kracht
Het is de oudste smaakmaker
maar op een nieuwe manier gewonnen
Het is een magisch medicijn
Eens geprobeerd kan je niet meer zonder
VLIEG:
Je maakt me nieuwsgierig
Ga je me nu vertellen wat je verkoopt!
ZOUTVERKOPER:
Ik ben een zoutverkoper
Ik verkoop zout
Ik verkoop mijn zout
VLIEG:
Jouw zout?
Niet het zout van iemand anders?
Jouw zout?
Je verkoopt je eigen zout
Lijkt mij een mooi beroep
Kan je ervan leven?
ZOUTVERKOPER:
Ja, het is een schoon beroep, schoon geknoei
Het is moeilijk
Maar dat is normaal
Alles van waarde vraagt opoffering
Ooit zullen de ons opgelegde tijdsindelingen
en onze innerlijke klok
afgeschaft worden
En het leven zal nooit meer zijn als voordien
Kijk nu rond je
Hier zou leven moeten zijn
Gesprekken, discussies, debatten …
of tenminste een hoorbare stilte
Een bezinning
Bezinning over hoe we extra tijd kunnen creëren
om ons geheugen aan te scherpen
Een samenleving zou een kans
moeten krijgen om te bestaan
in de nacht
Ik ben er zeker van
Op deze plek waren levende mensen
Waar zijn ze?
Waar zijn die mirakels?
Zijn ze verdwenen?
Waarheen?
Ik weet het niet
Misschien hebben ze elkaar uitgemoord?
Misschien slapen ze
Een soort slaap
waaruit gevaarlijke neuroses, gewelddadige obsessies
en perverse driften geboren worden
Misschien dromen ze
hun dwaze dromen
over dingen die ze willen
verdringen en vergeten
(FABRE, Jan, De zoutverkoper en de vlieg, In: Ik ben een fout, theaterscripts en theaterteksten 1975-2004. Meulenhoff | Manteau, 2004, pp. 572 - 574.)