Advertentie
Aantal personages
Personages
A: Tweelingsbroer, B: Tweelingsbroer, 2 vogeltjes, Z: jonge zus, Z: werkende zus, Z: getrouwde zus, V: Vader, M: Moeder
Structuur
8 scènes
Genre(s)
Drama
Ruimte
Onbepaald
Tijd
Onbepaald
Synopsis
De familie in deze tekst in beeld gebracht bestaat uit de onafscheidelijke broers A en B, de drie zussen, de vader en de moeder. Het is een arbeidersgezin: de vader is een arbeider, de moeder is een vrouw aan de haard. De eerste zus is studerend, de tweede zus werkt en de derde zus is getrouwd.
Maar er is wat aan de hand. Er hangt boven dit gezin, zoals het een ware tragedie betaamt, een groot onheil. De bloedbroeders A en B hebben een complot gesmeed en zullen de hele familie één per één van de adem benemen. Eerst gaan de twee vogeltjes eraan, dan de drie zussen, dan de vader en tenslotte wordt de moeder verkracht en vermoord.
Bij elke moord die de onafscheidelijke broers plegen, hebben ze het over een geschenk dat ze aan hun uitverkorene geven. Hun geschenk wordt echter niet in dank aangenomen. De stikkende zus zegt zo nog net met haar laatste adem:
Laat me ademen!
Je bent mijn broer niet
Hou niet van me!
Vreemdeling van m’n verbeelding
Ik wil je geschenk niet
De tweelingbroer blijkt in deze laatste woorden van de zus het resultaat van de verbeelding. Dit word in de tekst al vroeger meegegeven wanneer broer A vertelt dat niet iedereen alert genoeg is om zijn broer op te merken. Tweelingbroer A heeft blijkbaar met zijn ingebeelde tweelingbroer een perfect maatje om de film van zijn leven te maken en in die film is de rest van de familie schijnbaar overbodig.
B:
Mijn hartstocht voor de weerspiegeling
en de illusie
houdt mijn verbeelding levendig
Want mijn reële daden zijn doods
A:
Ik ben grauw, nuchter en droog
Een familietragedie verscheen in boekvorm in de anthologie Ik ben een fout, theaterscripts en theaterteksten 1975-2004 bij Uitgeverij Meulenhoff | Manteau, met ISBN-nummer 90 5990 025 1.
SCENE 1
A: Mijn hartstocht voor de weerspiegeling
en de illusie
houdt mijn verbeelding levendig
Want mijn reële daden zijn doods
B: Ik ben grauw, nuchter en droog
A: Maar mijn fantasie is heet
In vuur en vlam
Verslindend
niet aflatend
Mijn huid brandt
Ze is slecht voor mijn zenuwen
B: Ik ben grauw, nuchter en naakt
A: Mijn fantasie brandt
Zelfs in al haar cynisme en onverschilligheid
B: Ik ben bijna 18 jaar
Maar ik heb geen leeftijd
Vaak denk ik nergens aan
Dan ben ik er niet
Reusachtige verantwoordelijkheid
Reusachtige angst
Dan is de dwerg dood
Soms maak ik veel mee
Soms maak ik niets mee
Maar dan neemt het toeval
een binnenweg naar het doel
Naar mijn doel
Het spektakel van de dood
De dood op zich is oninteressant
Het spektakel is de film
En de film is mijn dood
A: Het leven is een zieke droom
Niet iedereen is alert genoeg
om mijn broer op te merken
Op het witte doek heb ik een
jongeman zoals ik
zijn dubbelganger zien ontmoeten
Ik kan toch niet verhinderen dat mijn oog
altijd de lijn zal waarnemen in het midden
waar de twee helften samengevoegd zijn
Is mijn gelijkenis iets anders dan toeval?
SCENE 2
(Twee kanarievogeltjes in een kooi)
A: Een laatste keer
zullen je oogjes naar mij kijken
mijn klein lief gevleugeld ding
Je laatste getsjilp is aangebroken
B:: Wij zien je graag sterven
Jij zag ons graag leven
Zie naar mijn jongemannenborst
met je kleine lieve oogjes
A:: Ik hou van je
Daarom ben je verloren
zonder verloren te zijn
(A en B nemen ieder een kanarievogeltje uit de kooi)
De tijd is aan stukken
Jouw stilte verspreidt zich
Je moet het verleden voelen
zinken in peilloze dieptes
B: Om je de waarheid te zeggen
Het is mijn vurige wens om
alle vogels te laten sterven
Zodat de eenzaamheid me opsluit
A: Ik druk je tegen mijn borst
zodat je het zweet ruikt
van een jongemannenlichaam
Ik voel je klein hartje bonken
tegen mijn grotemensenhart
B: Ik zal je vertellen wat er gebeurt
wat je zal ervaren
Je zal nu het gevoel krijgen
dat je kleine borstkast
versplintert in duizend stukjes
A: Je kopje zal opzwellen en op barsten staan
Je oogjes die mijn zweetdruppels zien
zullen nu uitpuilen
Je bekje is opengesperd
door je onhoorbaar geschreeuw
in mijn tedere omhelzing
B: Je aanwezigheid is er niet meer
Je hebt de kracht van de zwakheid
zojuist verlaten
Je bent nu levendiger dan ooit
A: In mij
Ik weet niet meer waar jouw leven is
Mijn dood is hier
Maar ik weet niet waar
(FABRE, Jan, Een familietragedie, In: Ik ben een fout, theaterscripts en theaterteksten 1975-2004. Meulenhoff | Manteau, 2004, pp. 57 – 59.)
Auteursrechten
De rechten worden beheerd door SABAM.