Een stam dat ben ik

Aantal personages

Personages
Stem 1, Stem 2

Structuur
Eenakter

Genre(s)
Drama, Eenakter

Ruimte
Onbepaald

Tijd
Onbepaald

Synopsis

De tekst Een stam dat ben ik is geïnspireerd op de teksten van dichter, theatermaker, denker en visionair Antonin Artaud. De tekst beschrijft hoe Artaud op zoek ging naar exotische stammen om hem te genezen, waaronder de Taruhumaras. Deze indianenstam leefde in een onherbergzaam bergmassief en trachten in een geheim ritueel het goddelijke in zichzelf te ontmoeten. Artaud hoopte verlost te kunnen worden, innerlijke rust te vinden en uiteindelijk zo zichzelf te kunnen redden. Hij zou na zijn reis zeven jaar in psychiatrische instellingen verblijven waar hij behandeld werd met elektroshocks, om daarna te sterven.

In de eerste stem weerklinkt Artaud. Hij is ‘de stam’, ‘dat vreemde ik waarop geen enkele beschaving ooit vat heeft gekregen’. Hij spreekt over ondraaglijke lichamelijke en geestelijke pijnen, over een onvindbare rust, maar vooral over zijn nimmer stoppen. Deze figuur zal nooit ophouden, nooit opgeven, zal ‘de schillen van zijn ziel pellen’, de pijn van zijn onwillig lichaam verbijten en het gevecht met de wereld en het leven aangaan. Hij buigt onder de ‘krankzinnige kastijding’ van dit leven, maar zal niet breken.

De stem klaagt en wantrouwt. Hij zit verscholen in een dikke jas van vijandigheid. Uit angst voor onbegrip en uit verlangen, naar meer, naar hoger. Zijn lichaam takelt duidelijk af: hij ziet niet meer, verliest zijn tong, wast zich niet en wordt achtervolgd door een ‘alles verslindende vermoeidheid’ en een ‘snijdende en slopende pijn’. Deze rebelse gedaante wordt ‘van glas’ en breekbaar; hij krijgt een lichaam van wreedheid. Hij vergroeit met de natuur.

Mensen- en dierentaal vallen dan ook in deze tekst samen. De eerste stem is priester, hongerlijder, maar ook medicijnman en witte indiaan. De tekst is opgebouwd als een ritueel. Delen worden herhaald, als een koorts. De stem is vervloekt, is ‘gedoemd om in leven te blijven’. Een tweede stem geeft ondertussen genadeloos commentaar.

Doorheen het relaas klinkt de angst voor de angst. De angst is wat de ondergang zal betekenen voor deze eerste stem, is wat vermoeidheid en lijden genereert, is het enige gevaar.

Deze ziener zwerft blind over de aarde. Hij ziet alleen de hemel.

La vraie révolution sera mentale ou ne sera pas.

Een stam dat ben ik verscheen in boekvorm in de anthologie Ik ben een fout, theaterscripts en theaterteksten 1975-2004 bij Uitgeverij Meulenhoff | Manteau, met ISBN-nummer 90 5990 025 1.

STEM 1:
Een stam
dat ben ik
Dat vreemde ik waarop geen enkele
beschaving ooit vat heeft gekregen

Ik zal de schillen van mijn ziel pellen
om mezelf te hernieuwen
om te hervallen
en gekweld te worden
door ondraaglijke tandpijn, ontstoken tandvlees en
een verschrikkelijke kramp in mijn kaken
Waardoor ik opga in alles
Waardoor ik breek met alles
tot op het punt waarop ik niet meer aan
het leven raak
en de verdwijning zich openbaart

Ik zal de schillen van mijn ziel pellen
Ik zal niet stoppen
tot ik tot rust kom
tot ik mezelf niet meer verlies in mijn denken
tot ik verlost ben van die pijn
die verschroeiende pijn
Voelen hoe je gedachten zich verplaatsen
Altijd onderweg zijn
en nooit tot stilstand komen
in jezelf

Ik zal niet opgeven
laag voor laag
de schillen van mijn ziel te pellen
tot er enkel een bolvormige verkalking
van één gedachte overblijft

Ik ben de klaaggeest
die niet weet hoe het hoort
en die alleen het onzekere pad bewandelt
van de krankzinnige kastijding van zijn leven
Die alleen de steile helling beklimt
om de vernauwing van zijn wezen te onderzoeken
Pssss, pssst, pssss, pssst, pssss, pssst, pssss
Ik weet het
Ik ben mijn tong kwijt
Maar dat is nog geen vrijbrief voor jullie
om door te gaan
Ik wantrouw die eigengereide zeikerds
die hun creaties en gedachteleven
van een etiket voorzien
Pssss, pssst, pssss, pssst, pssss, pssst, pssss
Ik wantrouw operazangers
Die overbetaalde en dik gevreten ambtenaren
die zielloze klanken uitspuwen met
de precisie van gecastreerde vogelpikpluimen
Pssss, pssst, pssss, pssst, pssss, pssst, pssss
Ik wantrouw componisten
Die notenbrakende verdekte opera – janetten
die elkaars zeemzoete melodieën
kopiëren met computermuizen
Pssss, pssst, pssss, pssst, pssss, pssst, pssss
Ik wantrouw acteurs
Die te vet geschminkte travestieten
die alleen kunnen spreken wanneer er
voor hen een tekst geschreven is
Ze lijken op metalen papegaaien
Pssss, pssst, pssss, pssst, pssss, pssst, pssss
Ik wantrouw schrijvers
Die pennenlikkende plagiatoren
die hun vervalste geest met alle winden
laten meedraaien, zoals kerkhanen
Pssss, pssst, pssss, pssst, pssss, pssst, pssss
Daar waar anderen creaties aanbieden
wil ik niets anders dan mijn plaaggeest
laten zien
Ik wil niet met opzet klagen
Want ik ben mijn tong kwijt
Pssss, pssst, pssss, pssst, pssss, pssst, pssss

Waarmee ben ik bezig?
Misschien heb ik nog maar één bezigheid!
Ik bijt in God zijn hand
Ik los niet
Ik blijf bijten tot ik gewassen word
met de bloedstralen van God
Ik mag me niet reinigen
want hij verblindt me
Ik ben gedoemd een ziener te zijn
die niet kan zien
Ik zwerf rond
Ik zweef
Ik zie de aarde al lang niet meer

STEM 2:
Hij ziet de aarde al lang niet meer
Maar zijn voeten zitten vol blaren

(FABRE, Jan, Een stam dat ben ik, In: Ik ben een fout, theaterscripts en theaterteksten 1975-2004. Meulenhoff | Manteau, 2004, pp. 651 – 653.)

Opvoeringsgeschiedenis
Men in tribulation (2004 door Muziektheater Transparant)

Auteursrechten
De rechten worden beheerd door SABAM.

Foto's

Video's