Geschiedenis van de tranen

Aantal personages

Personages
De Ridder (meerdere mannen en vrouwen van verschillende leeftijden), De Hond (een man), De Rots (een vrouw)

Structuur
Eenakter

Genre(s)
Drama, Eenakter

Ruimte
Onbepaald

Tijd
Onbepaald

Synopsis

Zweten, huilen en pissen vormt de waterige draad door dit verhaal. De Geschiedenis van de tranen beschrijft het vochtige lichaam dat een eeuwig reservoir van water is.

Toch kan de mens niet langer huilen. Is dit omdat het huilen niet gehoord en beantwoord wordt? Is er niet langer een schouder om op te huilen? Ook zweten en pissen wordt in deze wereld onderdrukt. Drie personages komen elkaar tegen in dit ‘barre droge land’. Samen dolen ze door de woestijn.

De ‘Ridder van de Wanhoop’ vormt het centrale personage. Hij komt uit de verbeelding. Deze Ridder is trots op zijn lichaamssappen. Hij pist fier tegen de wind in. Hij opent wellustig poriën en plooien. Desalniettemin staat deze Don Quichote alleen in zijn strijd voor het kwetsbare lichaam.

We worden onderwezen wat wet en gewoonte verbieden: dat ons zweet, onze pis, onze tranen, gevaarlijk zijn en niet gezien mogen worden.

Kunnen we het water ‘teruggeven aan het leven’?, pleit deze middeleeuwse ziel. Hij wil het ondertussen uitgedroogde lichaam uit zijn harnas van schaamte wrikken. Het natuurlijke lichaam moet bevrijd worden uit de stalen greep van de (over)rationalisering. 

Een Hond kruist zijn pad. Deze hond is op zoek naar een mens, maar kan er geen vinden: hij kan de mens niet meer ruiken. Schapen vond hij door hun pis(geur) te volgen, maar wat met de mens? Hij wil de tranen van de wangen van de mens likken. De Hond staat voor de Griek Diogenes van Sinope. Deze filosoof van de school van de cynici leefde niet alleen als een hond, maar is ook bekend om zijn zoektocht naar een mens bij klaarlichte dag met behulp van een lantaarn. Ook hij kon geen (oprecht waarachtige) mens vinden. Hij vond enkel flauwe afkooksels die hun eigen natuur en lichaam verloochenen door te leven naar allerlei wetten en conventies. Diogenes onttrok zich van elke vorm van maatschappelijke dwang en ging leven in een regenton.

De Rots was ooit Niobe, de vruchtbaarste vrouw op aarde. Ze werd door de jaloerse goden veranderd in een ongenaakbare rots, en haar kinderen werden haar ontnomen. Ze spreekt in statig Latijn. Ze is ‘de moeder van alle moeders die huilen’: ze is ook Maria en alle andere moeders die kinderen verloren. Ze kent een ‘eindeloos verdriet’. Zoutloze tranen rollen steeds over haar koele, stenen wangen.  Haar tranen tonen de ‘eeuwigdurende toewijding en het eeuwigdurend medeleven’. 

De Ridder trekt ten strijde om de lichaamsvochten vrijelijk te doen vloeien. Zweet, pis en tranen zijn de ‘waarachtige stemmen’ die meer te vertrouwen zijn dan woorden.  Hij gelooft in de onsterfelijkheid van de kwetsbaarheid van het lichaam. Is hij alleen? Neen, er zijn meer onophoudelijk huilende lichamen. De dood is hun laatste ridderlijke avontuur. 

Ze bestormen de wolken. Ze schrijven de geschiedenis van de tranen. Ze blijven geloven in de mensheid, in het leven.

Denken is een erfenis van de ziel.

Geschiedenis van de tranen verscheen in boekvorm in de anthologie Geschiedenis van de tranen en andere theaterteksten bij Uitgeverij Meulenhoff | Manteau, met ISBN-nummer 90 8542 046 6.

DE RIDDER:
Ik geloof
dat onze gedachten vol tranen zitten
Tranen om weg te gaan
en om te blijven
Tranen om te vieren
en om te rouwen
Ik geloof
dat onze gedachten vol tranen zitten
We kunnen huilen
Maar er zijn geen tranen meer
Misschien omdat we niet meer mogen huilen van geluk?
Misschien omdat we het huilen van anderen niet begrijpen?
Misschien omdat ons huilen niet verklaard kan worden
en verkeerd geïnterpreteerd wordt?

Onze gedachten zitten vol tranen
Tranen om blind te worden
en om gezien te worden
Tranen om het nieuwe te omhelzen
en om het oude vast te houden
Onze gedachten zitten vol tranen
We kunnen huilen
Maar er zijn geen tranen meer
Misschien omdat ons huilen onvoldoende gehoord wordt?
Misschien omdat ons huilen niet beantwoord wordt?
Misschien omdat we niet weten op welke schouder
we mogen huilen?

DE ROTS:
Si quis spe caret
Aestuosa jactatus libidine
Cum inaniter agitatur
Quo caput ponere solet?
Meum in sinum
Muliebrem in sinum
In sinum huius matris
Quae fuit uberrima aliquando in orbe
Huius saxi in sinum
Waar leggen de wanhopigen
het hoofd neer
als ze met hun rusteloos verlangen
geen raad meer weten?
In mijn schoot
In de schoot van de vrouw
die ooit de vruchtbaarste
moeder van de aarde was
In de schoot van de rots

DE RIDDER:
Het ridderideaal
is een land van dromen
die werkelijkheid worden
Wees gegroet
Rots
Ik bezit de vertedering
van de dapperheid
Ik bezit de strijdlust
om te overleven
in een land dat geteisterd wordt
door stofstormen en regens van vuur
Ik kijk naar boven
en ik luister naar binnen
Ik dans voor
de regengoden in mijn lichaam
Want ik zal mijn lichaam
laten huilen
Zou ik mijn hoofd buigen en neerleggen?
Nee!
Ik lieg
Ja, ik heb geknield
en mijn hoofd gebogen
Zo heb ik mezelf tot ridder geslagen

DE HOND:
Ik ben ook al geslagen
En dan ren ik pissend en jankend weg
Ze hebben mij regelmatig
proberen te verwijzen naar de hondenhemel
Eerst met een zweep
en nu gebruikt de hondenbeul
van het huis van god
een knots
Volgens mij wordt de hondenbeul nadien gestraft
want hij moet een zware rots dragen tijdens processies
Ik zoek een mens
Waar is een mens?
Ik kan geen mens vinden!

(FABRE, Jan, Geschiedenis van de tranen, In: Geschiedenis van de tranen en andere theaterteksten. Meulenhoff | Manteau, 2005, pp. 126 - 128.)

Opvoeringsgeschiedenis
Histoire des larmes (2005 door Troubleyn)

Auteursrechten
De rechten worden beheerd door SABAM.

Video's