Advertentie
Aantal personages
Mannen: 2
Personages
Kevin, Jeroen
Structuur
9 opeenvolgende scènes
Genre(s)
Drama
Ruimte
(t)huis
Tijd
heden
Synopsis
Kevin en Jeroen leefden gelukkig samen met hun moeder. Tot moeder naar het land van melk, honing en engelen vertrok. De broers moeten het vanaf dan met elkaar zien te rooien. Dat lukt tamelijk goed tot de oudste broer, Kevin, verliefd wordt op een vrouw terwijl Jeroen helemaal geen vrouw hoeft en samen met Kevin oud wil worden en een gezin wil stichten. Kevin wil vooruit, Jeroen wil blijven en dat wat is met verbeelding in plaats van met realiteit inkleuren.
De tekst voor de voorstelling Hard hart door Stefan Perceval is te koop via HetPaleis
KEVIN:
Mensen begrijpen da ni da'k ik voor u kan zorgen.
Twee broers, twee mannen samen. Da kan nooit goe gaan. Ze zijn curieus.
Wie doet de was en de plas? Wie geeft u uw medicijnen.
JEROEN:
Voelde het water?
Kabbelend in rimpelende golven
Zingend met de wind.
KEVIN:
Wat is dat?
JEROEN:
Nen albatros.
Zie hoe dat'em zijn vleugels spreidt alsof 'em ons zal omhelzen.
KEVIN:
Waar zouden we dan naartoe vliegen?
JEROEN:
Misschien naar een ander planeet?
KEVIN:
Wie weet.
JEROEN:
Misschien naar een planeet waar alleen nog schoon vrouwen wonen
Met dikke…
KEVIN:
Lippen.
JEROEN:
Ja, zo'n dikke lippen da ge d'r zot van wordt.
KEVIN:
Van 't kussen en de sussende woordjes die d'r uit komen.
JEROEN:
Hebde gij da d'al gezien?
KEVIN:
Wat?
JEROEN:
Een vrouw met zo'n dik…
KEVIN:
Gat.
JEROEN:
Zo'n dik gat dat ze nooit ni meer op ne stoel kan gaan zitten.
KEVIN:
Da d'ebbe ik al gezien.
JEROEN:
Nee.
KEVIN:
Daarstraks op den tram.
't Was geen zicht.
Niemand kon gaan zitten omda zij met haar dik gat heel den tram innam.
Zo'n dik gat da d'ebde nog nooit gezien.
JEROEN:
Gelijk nen olifant?
KEVIN:
Veel dikker dan dat van nen olifant.
't Is daarbuiten ne zoo
met pinguïns die wachten tot hunne vis in 't water wordt gesmeten.
Rode piranha's die kijken alsof ze een hele bibliotheek hebben uitgelezen.
Goudkikkers die opgewonden heen en weer springen als ik ze over u vertel.
Papegaaien die aan hun tralies hangen en u altijd achterna roepen.
Maar als ge hen dan aankijkt dan laten ze hun hoofd hangen en kijken beschaamd weg.
Beschaamd voor de situatie waar ze inzitten. Ik zou me willen verontschuldigen maar ik spreek geen papegaais. Neushoorns liggen in de zon en hebben hun strijd voor vrijheid al lang opgegeven. Otters dromen op een bedje van stro over wild water en heerlijk hout.
In deze zoo heeft niemand rust. Overal worden we aangegaapt. Alleen de zeehonden blijven vriendelijk. Met ranke bewegingen strelen ze het water. Ongeduldig, maar rank.
JEROEN:
En staat er ook een circus?
KEVIN:
Ja.
JEROEN:
Ik zou ne fantastischen tovenaar zijn.
Ik zou een gelukkig gezin toveren.
Met een vader en een moeder en een broer, natuurlijk, en nen hond en ne vis.
KEVIN:
Ne vis?
JEROEN:
Kom, gij zijt de vader.
En ik ben de moeder.
KEVIN:
Dag moeder.
JEROEN:
Nee, ne vader zegt ni moeder tegen de moeder.
Ne vader noemt zijn vrouw lieveke of schatteke of beezeke of zoiets.
KEVIN:
Ik hoor toch da veel vaders gewoon moeder tegen hun vrouw zeggen.
JEROEN:
Ja, da zijn ambetante vaders waar dat de liefde met die vrouw alwat over is.
Maar wij zijn een schoon koppel.
En we spreken elkaar met lieve woordjes aan.
…Schatteke.
KEVIN:
Goe, schatteke.
Maakte gij het eten.
JEROEN:
Nee, dit is een modern huwelijk.
De man helpt in het huishouden.
KEVIN:
De man heeft al heel den dag harde arbeid geleverd en wil nu met de voetjes omhoog in de zetel liggen. Wa eten we?
JEROEN:
Appelsienen.
KEVIN:
Appelsienen?
JEROEN:
Ja, da d'ist.
De vrouw heeft namelijk den helen middag gepoetst, gewassen, gestreken, de kinderen naar school gebracht, de kinderen van school gehaald. Haar "huishoudelijke plichten" vervuld om het zo te zeggen en nu gaat ze ook met haar voetjes in de zetel liggen.
KEVIN:
Zo gaat da d'hier wel nooit ni vooruit gaan, he schatteke.
JEROEN:
Ja schatteke.
KEVIN:
Schatteke geef jij de suiker eens.
Dank u.
Nee, schatteke, dit is de suiker niet, dit is het zout.
Dank u wel.
Dit is de suiker.
Dank u liefste.
De suiker zit namelijk in de suikerpot.
De suikerpot heeft een blauw dekseltje.
Het zoutvat -onzijdig enkelvoud- heeft een groen dekseltje.
Blauw!
Groen!
Ordnung muss sein.
Ik hou wel van wat gezelligheid.
Liefste, waar is mijn tandenborstel?
JEROEN:
In de kast, liefste. Naast de zeep.
KEVIN:
Nee, dat is die van jou.
Ik had een tandenborstel met een blauw streepje.
Hij stond altijd hier rechts voor de spiegel.
Naast die van jou.
Die heeft een groen streepje.
Dit is een tandenborstel met een groen streepje.
Dit is van u.
Dit steek ik niet in mijn smoel.
Hygiëne voor alles.
Ordnung muss sein.
Liefste?
Liefste?
JEROEN:
Ja, liefste.
KEVIN:
Ben je nog wakker, liefste?
Liefste?
Ben je nog aan het kijken naar de film?
JEROEN:
Wat?
KEVIN:
De film?
Ben je nog naar de film aan het kijken of was je al in slaap gevallen?
Nee, maar ik dacht; als je slaapt kan ik misschien even naar het nieuws kijken of zo.
Mag ik het afzetten dan?
JEROEN:
Nee, ik wacht nog op het einde.
KEVIN:
Maar je was toch helemaal niet meer aan het kijken.
Trouwens, de klank stond zo stil dat je het al helemaal niet meer hoorde.
JEROEN:
Ja…
KEVIN:
Liefste: van wie is die tv hier?
Welke kleur heeft dat stikkertje bovenop de tv?
JEROEN:
Blauw?
KEVIN:
Blauw?
Hoor ik blauw?
Ja?
Ja, blauw, ja
Juist.
Wie is blauw?
JEROEN:
Jij bent blauw. Maar de video is groen.
KEVIN:
Ja, de video is groen. Dat is juist.
Maar wie is blauw?
Wie is blauw.
Ik ben blauw.
IK BEN BLAUW.
Ordnung muss sein.
Ik hou wel van wat gezelligheid.
Maar ik ben blijkbaar de enige.
JEROEN:
Stop, ik vind het goed zoals we het hebben d'r moeten geen vader en moeder en hond en vis meer bij. Wij hebben het goed.
KEVIN:
Ja, wij hebben het goed.