Het interview dat sterft...

Aantal personages
Mannen: 1
Vrouwen: 3

Personages
A: regisseur der natuur, B: journaliste, C: schoonheidsspecialiste, D: Cliënte journaliste, B en D zijn een tweeling

Structuur
Tragedie

Genre(s)
Drama

Ruimte
Onbepaald

Tijd
Er zijn twee tijden die door elkaar lopen

Synopsis

De regisseur der natuur wordt geïnterviewd over het geheim van de kunst, maar er zijn geen sluitende antwoorden op vragen over het bestaan van een kunstenaar. Toch weet het interview iets bloot te leggen: de verwarring van de kunstenaar en de vragen die hem bezighouden. Het gaat onder andere over het probleem van de simulatie, het streven naar perfectie en de sublimering.

“De voorstelling van een gedachte bestaat bij gratie van de taal. Ik zeg niets nieuws. Ik zeg alleen iets hoorbaars. Alleen door ‘kunstzinnige ordening’ kan er in het beste geval iets ‘natuurlijks’ worden gezegd. Maar dat is ook niets nieuws.”

Via een tweede verhaallijn in 'Het interview dat sterft...' wordt het probleem in verband met simulatie verder uitgespit. Een schoonheidsspecialiste boetseert als het ware haar cliënte, de journaliste, tot ze de perfecte gelaatsschoonheidimitatie heeft bereikt, maar werkt tegelijk ook een complot uit om de regisseur te vermoorden.

Het interview dat sterft verscheen in boekvorm in de anthologie Ik ben een fout, theaterscripts en theaterteksten 1975-2004 bij Uitgeverij Meulenhoff | Manteau, met ISBN-nummer 90 5990 025 1.

C: Weet U
met behulp van fond-de-teint en rouge
kan ik de vorm van uw gezicht zo veranderen
dat hij ovaal lijkt
de volmaakte gelaatsvorm
Zoals iedere nacht
meng ik mijn kleuren
doop ik mijn penselen
in het goud van de
bereidwilligheid
om U gouder dan
goud te maken
En zoals iedere nacht
zit ik huiverend
bij het stervende licht
van uw verlangen dat
uit uw ogen komt
We durven elkaar
niet aan te kijken

D: Ik zal de regisseur der natuur
aankijken, aanstaren en misschien
wel aanraken als hoogtepunt
van mijn fantasie
Kijk naar me en maak me
mooi om naar te kijken

A: Wat is het geheim van de lijn op papier die
een wereld van adembenemend leven suggereert
het gedicht dat plots iets ogenschijnlijk onzegbaars
met ons deelt?
Het sprekend oor!
Het sprekend oog!

B: Een gesprek met de regisseur der natuur
is nooit gemakkelijk - dat weet ik -
Ik heb het idee dat slechts uw
discipline, uw chaos - die het resultaat
zijn van werkelijk verhelderend inzicht -
U zouden kunnen verzoenen met uw
eigen denken
Met uw eigen dood?

A: Over wie spreekt U, spreekt U tegen mij?
Van wie is er sprake als er over mij
gesproken wordt?

C: Ik zal vermijden om van U een 'kopie'
te maken van een beroemd fotomodel
of van een door U bewonderde filmster

D: Niet nodig, ik ben al beroemd
Ik ben architectuur
Ik ben de maker van het masker
van de beroemdheid
Ik leef van antwoorden en daarom
zal de regisseur de huizen ontwerpen
van mijn gedachten

B: U bent een man van weinig woorden
Zou U deze keer een uitzondering
kunnen maken?

D: De kleur van de seizoenen is zijn alibi
Dus geef mij de kleur van dit seizoen
Gods regenboog straalt op mij af
Mijn mond, ogen, wenkbrauwen en neus
moeten de flora zijn ...
vannacht

A: Ik voel soms de oneindigheid van het woord
in mijn borst jagen ...
En dan zou ik met genot doden en de
eindeloze keten van verachtelijke
maatschappelijke afspraken, contracten
en pacten ... verbreken

B: Mijnheer de Regisseur der natuur
U bent nu niet te volgen
Wat heeft dit met uw werk te maken?

A: Ik ben de moordenaar die na de moord
in de wasmachine gaat zitten
om van daaruit het lijk weg te jagen
Wat verwacht U van mij?

B: Dat U bent wie U bent
Maar aangezien U dat in het geheel niet lukt
bent U een tragikomische figuur
Het is uw zoveelste kramp
van collectieve krankzinnigheid
in uw wereld waar alles alles beïnvloedt
Het is een zaligmakende
onverantwoordelijkheid

A: Dat laatste moeten we nog zien
Niets is aan U voorbijgegaan
maar wat ik mij herinner is gebleven
Ik groet diegene in wie ik soms een vriend dacht te herkennen
en geef kusjes aan wie me zelden genegen waren
Ik ken de insecten in vreemde kamers in verre steden
en noem de namen van mieren in de onblusbare
eenzaamheid
Ik vergrendel mijn rood apparaat
en verleer het zwijgen niet

B: Laten we niet van het onderwerp afdwalen ...

A: Er is geen onderwerp, alleen maar dwalen
in een doolhof vol gebroken spiegels
waar we allemaal lachen om elkaars
hongerige monden die verderf uitstorten
en om de bloedige ernst die we op onze
verkrampte smoelen zien
Ik zie op uw smoel geen greintje trots!

B: Wat bedoelt U daarmee, U bent belachelijk!
U bent een groot kind!
Er is niets natuurlijks aan U!

A: Maar natuurlijk natuur
Ik ben belachelijk
Ik ben een kind
ondankbaar en vals
Als een kleine Sebastiaan
voor elk zelfverwijt een pijl
Misschien sterf ik wel, maar dan
vervuld van trotse vriendschap
Ik ben als een groot kind herboren
in een landschap met de geur van regen
of de uiteindelijke kleur van oorlog

C: Ik zal van uw wenkbrauwen
wenkbrauwen maken
De ruimte tussen het geopende ooglid
en de wenkbrauwen behoort even groot
te zijn als de doorsnede van de iris
Want het spreekt vanzelf dat het oog
een te kleine indruk zal maken als de ruimte
tussen de wenkbrauwen en het geopende ooglid
te groot is

D: Ik wil er uitzien als
een jonge godin!
Ik wil vannacht een moordenaar zijn!

A: Ik speel als een kind met een grote doos
vol wetmatigheden, geleerdheden en verworvenheden
en ik schud en ik schud fantastisch hard
En wat gebeurt er? Niets!
Want een landschap is nog altijd mooier
dan een postkaart van een landschap
En zo spelen wij ook samen

B: Met de woorden spelen, bedoelt U daarmee
communiceren?
Maar wat betekent dan het 'woord vooraf'
in de publicaties die U laat schrijven door
uw volgelingen?

A: Dat heeft U ongemerkt al van mij gehoord
Toch is het niet mijn gewoonte
de natuur der dingen uit te leggen
Ik wacht liever tot U als volgelinge
uitleg geeft aan mij
Wie fluistert mijn naam?
Wie kiest mijn kledij?
Wie maakt en onderstreept?
Wie spreekt over de zee of de vrijheid
lang voor de zee of de golf
vrijheid heette ...

C: De oogschaduw wordt gebruikt om de ogen
te omlijnen en goed te doen uitkomen
om het contrast met het oogwit groter te maken
en de kleur van de iris te accentueren
Wanneer ze in de juiste nuance wordt aangebracht
zal de oogschaduw aan de oogopslag
charme en zachtheid geven ...

D: De verleiding van de leugen
Oog om oog
Mijn geweten verbeeldt zich niets
Hoe zou ik hem aankijken?
Hoe zou ik hem aanspreken?

A: De ervaring heeft me geleerd dat
wanneer ik iets te zeggen had over mezelf
bijvoorbeeld iets belangrijks over trots of moed
het onderging in het rumoer van de anderen
en niet in een storm gecreëerd door mezelf
En wanneer ik een lege mosselschelp toonde
zag iedereen opeens de zeeën, oceanen en
visrestaurants van de hele wereld voor zich

B: Gaat u verder ...

C: U hebt bijna een ideale neus
Ik zal met poeder hier en daar
een correctie aanbrengen
En ik zal uw neus perfect maken
Trouwens, in de toekomst zal U deze correcties
niet meer hoeven uit te voeren

D: Waarom niet?

C: Esthetische chirurgie
en U bent perfecter dan perfect
Zou dat niet de schoonheid zijn die U verlangt?

A: U wilt mijn geheim kennen?
Als U de voorstelling der natuur geproefd
en doorgeslikt hebt
kunt U daar achter komen
Misschien is er wel geen geheim
Ik hou ervan dingen te behandelen
die ofwel niet meer zullen bestaan
ofwel nog niet bestaan
Maar U, U neigt naar het overbodige gebaar
van genade
U draagt een wit gestreken pak
U bent een gevallen engel
U bent blond en U hebt blauwe ogen
U bent van dat vieze arische ras
waar men zo enthousiast over is
Lach, lach naar de fotograaf van Paris Match
Uw interview, is dit uw interview?
Uw interview, amper een fractie van een wolk!

B: Ik ben al beroemd!
Ik ben rijk, gecultiveerd en mooi!
Het is oog om oog
Mijn geweten is al gesust
Maar houdt U zich wel ergens mee bezig?

A: De voorstelling van een gedachte bestaat bij
de gratie van de taal
Ik zeg niets nieuws
Ik zeg alleen iets hoorbaars
Alleen door 'kunstzinnige ordening'
kan er in het beste geval
iets 'natuurlijks' worden gezegd
Maar dat is ook niets nieuws
Het is 90% transpiratie en 10% inspiratie
En soms krijg ik een openbaring:
Er rolt een tijger over de scène, verkleed
als een menselijk embryo
‘Aarde, is dit niet wat gij wenst: onzichtbaar
in ons te verrijzen?
Is het uw droom niet ooit onzichtbaar te zijn?
Aarde! Onzichtbaar!
Is verinnerlijking niet uw enige dringende opdracht?
Aarde, gij lieve, ik wil.
Gij behoeft, zeg ik U, van uw lentes niet meer
om mij helemaal voor U te winnen,
een, ach, één enkele lente is voor ons bloed
al te veel.
Naamloos ben ik u toegewijd, van zo verre.
Altijd stond gij in uw recht,
en uw heilige intree in ons
is de vertrouwelijke dood.
Zie, ik leef. Van waaruit?
Kindsheid noch toekomst verliezen aan
geldigheid ... ‘ (*)
Onblusbaar bestaan
Onblusbare eenzaamheid brandt
Het is mijn fakkel van trots

Als U een of andere Nederlandse schilder
of Duitse dichter zou interviewen
zou U hetzelfde te horen krijgen
Lach, lach naar de fotograaf van Paris Match

C: Het evenwicht is volmaakt en harmonieus
als de afstand tussen de punt van de kin
en de rand van de onderlip tweemaal zo
groot is als de afstand tussen de onderkant
van de neus en de rand van de bovenlip
U ziet, ik wil U de perfectie van de schoonheid
niet ontnemen

D: Ik wil vanavond
mooier dan mooi zijn
Ik wil erger dan mooi zijn
Ik wil verslinden

B: Waarom, Regisseur, waarom toch?
Lach toch ook eens!
Waarom wilt U niet eens lachen
naar dat zwarte mechanische oog?
Waarom niet, als U regisseur
speelt

A: Spelen, spelen, spelen
is muziek maken met de natuur
Niet altijd aangename muziek
De geluidsbarrière wordt regelmatig
doorbroken, maar met nederigheid
Ook de vriendelijke, beminnelijke ironie
werkt als een vlijmscherp dodelijk mes
Het is het begin van het einde
van deze voorstelling der natuur
Het is het lachen zoals een kind lacht
Het is het huilen zoals een kind huilt
dat niet gebaard werd door een moeder
Er zijn geen tranen meer, er is geen zout meer
Er zijn geen zeeën, oceanen en
visrestaurants meer
Er zijn woorden, te veel woorden in te veel
leegte door de afwezigheid van woorden
Wanhopige fysieke omhelzingen
Maar er zijn geen armen
en er zijn geen handen
Er zijn alleen nog ogen
Grote ogen
Eén groot oog ieders hoofd
We kunnen alleen nog kijken
Er rest ons alleen nog een zekere
ongrijpbare blik
Want het pad van de schoonheid is bezaaid
met pijn, pijn en nog eens pijn

C: De lippen zijn het beweeglijkste deel
van het gezicht
Ze zijn even expressief als de ogen
zelfs als ze niet bewegen
Kom niet te dicht, uw lippen zijn verleidelijk
Kom niet te dicht, uw ogen zijn geladen

D: U bent de oorlogsmisdadigster onder
de schoonheidsspecialistes
Wat een vreugde om me door u te laten
bewapenen
Ik zal dus ook met mijn lippen luisteren
en aan zijn ogen mijn lippen verkopen
tot hij me ziet
en mij een rol zal geven om naar op te kijken
Liefst van al zou ik willen neerkijken op
mijn tegenspeler
Wie het ook moge zijn

A: Nu heb ik toch weer iets gezegd om uit te
leggen dat de dag ook avond is
en warmte steeds opnieuw zo koud kan zijn

B: Nu heeft U iets gezegd
Maar nog niets te veel
Wat denkt u over de theatrale
schoonheid van mijn bestaan?

A: Zal ik voor U deze voorstelling regisseren?
U mag er de hoofdrol in spelen
U mag de brief op de scène brengen
waarin te lezen staat:
‘Voor mij is de bron van genot en pijn
het streven naar goddelijke schoonheid
Het genot houdt op en wordt vervangen door pijn
De pijn verdwijnt op haar beurt weer
Dit herhaalt zich steeds opnieuw zodat
ik mezelf het besef van tijd heb bijgebracht
Ik ben in de verhevene staat van geest waarin
ik mijn hoofd en hart waarneem
Uit dit vermogen komt een innerlijke rustige
storm voort, mijn lichaam is als het ware een ander
en tegelijk ben ik het zelf
Vaak voel ik me verraden door mijn eigen lichaam
Het lichaam dat ik niet bezit
En het fysieke niet bezitten doet pijn
Mijn ziel stoot de voorbode van wat komen moet
De sublieme seconde van de beslissing
De schoonheid doet de rest’

(A doodt zichzelf heel langzaam en B kijkt en geniet)

D: Deze eenvoudige technische middelen worden in
uw handen tovermiddelen, omdat U er een make-up
mee kunt maken die 'niet zichtbaar' is
De schoonheidsspecialiste heeft tot taak
elk van haar cliënten het uiterlijk te geven
dat bij haar past

B: Ach flauwe jongeman
die er zo oud uitziet
als je hem goed bekijkt
Hij ziet er slecht uit
Ik heb een kater van JOU
Ik heb een kater van dit interview
Ik ga teksten schrijven
Theater geschreven met een 'k' is een kater
Het leven loopt nooit goed af
en als plot is het op voorhand bekeken
Regisseur, de oude man
veel verbeelding bezat hij niet
en ach, 'verbeelding' noem IK
een greep naar de leugen
De kat, de kater en de krater van verveling
heb ik achter me gelaten
Hij zei niets anders dan één zin te veel
De schoonheid doet nooit de rest

(*) Slot van ‘De negende elegie’ uit De elegieën van Duïno, Rainer Maria RILKE

(FABRE, Jan, Het interview dat sterft, In: Ik ben een fout, theaterscripts en theaterteksten 1975-2004. Meulenhoff | Manteau, 2004, pp. 25 – 35.)

Opvoeringsgeschiedenis
Het interview dat sterft (1989 door Troubleyn)

Auteursrechten
De rechten worden beheerd door SABAM.

Foto's