Advertentie
Aantal personages
Vrouwen: 1
Personages
Een vrouw
Structuur
Eenakter
Genre(s)
Eenakter, Monoloog
Ruimte
Onbepaald
Tijd
Onbepaald
Synopsis
Hij geloofde… is gebaseerd op het prozagedicht Laquelle est la vraie? van Charles Baudelaire. De ik-figuur in deze tekst is een man die verleid wordt door Benedicta, een vrouw die te mooi, te uniek is om waar te zijn. Ze sterft al gauw en de man begraaft haar met zijn blote handen. Wanneer hij haar begraven heeft, echter, staat er een klein wezentje te stampvoeten op het graf dat krijst:
C’est moi, la vraie Bénédicta! C’est moi, une fameuse canaille! Et pour la punition de ta folie et de ton aveuglement, tu m’aimeras telle que je suis!
De man weigert, wordt razend kwaad en komt met zijn been vast te zitten in het vers gedolven graf. Daar zit hij gevangen voor de eeuwigheid, vastgeroest aan zijn ‘fosse de l’idéal’.
Welke is de echte, stelt de titel als vraag. Fabre beantwoordt die vraag: hij herschrijft het verhaal, maar vanuit het standpunt van de vrouw, de échte vrouw, het ‘gemeen wijf’.
Ook hier komt het geliefde Fabre-thema van de dubbele identiteit aan bod. Vrouwen herbergen twee versies van zichzelf: diegene
qui remplissait l’atmosphère d’idéal, et dont les yeux répandaient le désir de la grandeur, de la beauté, de la gloire et de tout ce qui fait croire à l’immortalité
en een meer aardse, sterfelijke, lelijke, hysterische tot zelfs bizarre versie:
de echte Benedicta die zo stijf is als een plank en geen greintje muzikaliteit in haar lijf heeft.
Doorheen de tekst is het vaak onduidelijk welke versie hier spreekt.
We laten ons vaak leiden door onze projecties, tot het bejegende ideaal dat in ons dan ook eeuwig zal blijven bestaan. De Fabriaanse Benedicta lacht smalend. Zal hij van haar houden zoals ze werkelijk is? Ze weet dat hij enkel zal houden van haar vermeende volmaaktheid.
Hij geloofde... verscheen in boekvorm in de anthologie Ik ben een fout, theaterscripts en theaterteksten 1975-2004 bij Uitgeverij Meulenhoff | Manteau, met ISBN-nummer 90 5990 025 1 en is niet meer leverbaar. De tekst is ook beschikbaar via onderstaande link: www.desingel.be/download/deNacht-14330.pdf.
Hij houdt van mij
Hij houdt niet van mij
Hij houdt van mij
Hij houdt niet van mij
Ik ben de echte Benedicta
Ik ben zo stijf als een plank
en heb geen greintje muzikaliteit in mijn lijf
Ik, die bekend sta als een gemeen wijf!
Ik ben de enige echte
En als straf voor je dwaasheid en je verblinding
zal je van me houden zoals ik ben!
Hij geloofde dat ik mooi was
Hij geloofde dat ik lief was
Hij geloofde dat ik de dans
van het leven was
Hij geloofde dat ik een kind was
dat pas kon staan
en onmiddellijk danste
van vreugde, om aandacht te vragen,
om de lust die uit mijn lichaam sprak
of alleen maar om het plezier van het bewegen
Hij geloofde dat ik met elegantie door het leven ging
Hij geloofde dat ik de lucht rondom mij vulde
met het volmaakte
En dat mijn lichaam en mijn ogen het verlangen
naar aanzien, schoonheid en roem
en naar al wat in de onsterfelijkheid doet geloven
uitstraalden
Maar mijn lieve man
laat ons eerlijk wezen
dit is te mooi om waar te zijn
Enkele dagen na onze ontmoeting
heb ik hem verlaten
ben ik gestorven (lacht)
Hij heeft me zelf begraven
Wat lief van hem
Terwijl hij voor mij een put groef
probeerde hij te dansen
zoals ik danste
Dat dacht hij
Maar zijn ritmes en variaties
waren niet de mijne
Hij zwoegde en zweette
Het graven lukte, het dansen niet
Hij heeft mij begraven
in een prachtige en zeer dure kist
gemaakt uit een licht getinte houtsoort
die geurig en duurzaam is
en vanbinnen bekleed
met een mooie witte glanzende stof
Misschien geloofde hij
dat hij mij kon begraven
voor de eeuwigheid?
Nadat hij me begraven had
bleef hij daar onbeweeglijk staan
zijn ogen strak gericht op wat voor hem
een trillende spiegel leek
Hij zat opgesloten in een steeds stuurlozer lichaam
Alsof daarbinnen iemand met alle geweld naar buiten wilde
Om in heftige verwarring te bewegen
Om zijn liefdesverdriet te vergeten
Hij wilde wel
maar hij kon niet meer bewegen
Hij vervloekte zichzelf
omdat hij mij verloren had
Hij hoorde het gesis van zijn ingewanden
en het gekraak van zijn klagende botten
Want zijn hele zijn was geketend,
vastgespijkerd aan de grond waarop hij stond
Hij was een levend standbeeld geworden
Een levend standbeeld voor mij (lacht)
Wat schattig van hem
Zijn liefde kent geen grenzen
Plots zag hij iemand
die een merkwaardige gelijkenis met mij vertoonde (lacht)
En met een hysterische zonderlinge gewelddadigheid
op de vers omgewoelde aarde stond te schokken, te trillen,
- Het leek op van alles
behalve op dansen -
in schel lachen uitbarstte en zei:
Ik ben de echte Benedicta
Ik ben zo stijf als een plank
en heb geen greintje muzikaliteit in mijn lijf
Ik, die bekend sta als een gemeen wijf!
Ik ben de enige echte
En als straf voor je dwaasheid en je verblinding
zal je van me houden zoals ik ben!
Hij ontstak in woede, en antwoordde:
‘Nee, nee, nee
Dit is te lelijk om waar te zijn’
En om zijn weigering kracht bij te zetten
stampte hij zo hevig met zijn voet op de grond
dat zijn been tot aan zijn knie
in het pas gedolven graf verdween
en hij met zijn voet door de mooie en duurzame kist zakte
Hij probeerde zich te bevrijden
maar dat lukte niet
Hij zat vast
als een dier in de val
Radeloos stond hij daar
Onbeweeglijk stil
te hunkeren naar een beweging
Misschien blijft hij eeuwig vastgeklonken?
Misschien blijft hij eeuwig vastgeklonken
aan het volmaakte?
Ik weet het niet
Ik weet het wel
Ik weet het niet
Ik weet het wel
Ik ben de echte Benedicta
Ik ben zo stijf als een plank
en heb geen greintje muzikaliteit in mijn lijf
Ik, die bekend sta als een gemeen wijf!
Ik ben de enige echte
En als straf voor je dwaasheid en je verblinding
zal je van me houden zoals ik ben!
Hij houdt van mij
Hij houdt niet van mij
Hij houdt van mij
Hij houdt niet van mij
Met dank aan Charles Baudelaire.
(FABRE, Jan, Hij geloofde..., in: Ik ben een fout, theaterscripts en theaterteksten 1975-2004. Meulenhoff | Manteau, 2004, pp. 519 – 522.)