Advertentie
Aantal personages
Mannen: 3
Vrouwen: 3
Personages
Arthur: oudste broer, Bea: zus van Arthur en Manfred en Hans, Manfred: broer van Arthur, Lia: ex-vrouw van Manfred, Dirkje: dochter van Arthur, Hans: jongere broer van Arthur en Manfred
Structuur
4 bedrijven
Genre(s)
Drama
Ruimte
Huiskamer
Tijd
Heden
Synopsis
De gewiekst verspringende plotstruktuur, de knap exploderende dialogen, het meeslepende ritme van de tekst, de vulkanische woede eronder en erachter en de bekwaam geboetseerde Thriller sfeer, doen de aandachtige lezer heftig verlangen naar meer. Meer van zulke tekstuele uitdagingen aan toneelmakers. Een prijs kan voor het verlangen aar meer Strijards-teksten de benodigde benzine verschaffen. Vandaar.
Strijards' ontploffingen hebben in ons taalgebied en in onze theatercultuur de plaats gevonden die ze verdienen. Een enkele nurks mag daar nog wel eens een trend in ruiken, de jury wijst de onverbiddelijke kwaliteit aan als oorzaak van het publiekssucces. Het jury-oordeel is dan ook zeker de waardering voor een grillig totaal-theater-talent, dat niet alleen de ruimte moet krijgen om te ensceneren - een ruimte die hij recentelijk, na jaren koppig doorknokken, bereikte -, maar ook de rust om door te schrijven. De toneelschrijfprijs biedt een deel van die voorwaarden voor die rust: een prettige smak geld. Het zij Frans Strijards voor de volle honderd procent gegund. Een kleine hint voorde geldschieters. In de nabije toekomst zou aan de toekenning van de toneelschrijfprijs zeker de voorwaarde moeten worden gehecht dat het gelauwerde werk wordt uitgegeven in het eigen taalgebied, en in een vertaling voor het Engelse, Duitse en Franse taal gebied. De jury is van oordeel dat de kwaliteit van veel nederlandstalige teksten zodanig is, dat een uitgave (en daarmee een vergrote kans op uitvoering) in het aanpalende buitenland op zijn plaats is.
FRAGMENT
EERSTE BEDRIJF
ARTHUR: Begonnen? Begonnen?
BEA: Alsjeblieft.
ARTHUR: Begonnen. Van geen ophouden geweten. Nooit. Zolang ik mij kan herinneren. Begonnen? Ik heb mij moeten verweren. Verweerd heb ik mij.
BEA: Alsjeblieft, zie ik.
ARTHUR: een vlekkeloze dag. Ik heb je een vlekkeloze dag in het vooruitzicht gesteld, maar begin dan niet over hoe het is begonnen.
BEA: Goed. Best. Niet.
ARTHUR: Waardering? Hoezo waardering? Hoezo respect? Nee toch. Leugens. Onophoudelijk. Ontmoedigend en verdrietig.
BEA: Hoe dan ook. Hij wordt gehaald. Naar jou heeft hij altijd wel geluisterd.
ARTHUR: Omdat hij mij kon tegenspreken. Heeft er ooit iemand naar mij willen luistereren? Met de bedoeling er iets van te begrijpen? Laat staan te accepteren? Laat staan te leren? Hoe dan ook, ik hoop dat het goed met hem gaat. Hoe gaat het met hem? Gaat het goed?
BEA: Luister. Luister je? Je begrijpt …
ARTHUR: Laten we dit gesprek beëindigen.
BEA: Je begrijpt …
ARTHUR: Komt er dan nooit een eind aan? Dacht ik daarnet in de file. Werkelijk een moment van waarachtigheid. Een motorrijder bijvoorbeeld, die van links kwam – de vangrail in ermee. Onmiddellijk. Geen flauwekul. Lui, die dwars over het terrein van het benzinestation rijden om de weg af te snijden? Kapot maken! Ik zag iemand met een vlag zwaaien. ‘Voorkruiper’, stond erop. Kan je nagaan. En dan ging ik tenminste nog een gezellige dag tegemoet.
LIA (op): Maar een dergelijke ingewikkelde situatie is altijd moeilijk aan buitenstaanders uit te leggen.
BEA: Wacht even.
LIA: Niet? Nee?
ARTHUR: Ik dacht dat ik er een aardig beeld van had gegeven.
LIA: Oh, jullie hadden het ergens anders over.
BEA: Arthur blies even wat stoom af.
LIA: En dan heb ik nog niet eens zo verschrikkelijk te klagen. Maar als ik de laatste dagen de toestand overzag, dacht ik, hoe krijg je dat in godsnaam uitgelegd. Zoveel factoren. Toch heb jij, Arthur, jarenlang goed met je broer overweg gekund. Bewonderenswaardig.
ARTHUR: Dat was helemaal niet zo bewonderenswaardig. Die vlag bracht me trouwens meteen op een idee.
LIA: Vlag?
ARTHUR: In de file.
LIA: Een vlag in de file?
ARTHUR: hoe krijg ik dat in godsnaam uitgelegd. Teveel factoren.
LIA: Raadsels?
BEA: Arthur is vanmorgen moedwillig in een file gaan staan, om hier in de gewenste stemming te kunnen arriveren. Toen kwam hij langs een benzinestation…
ARTHUR: vertel het maar in je eigen woorden, ja hoor.
LIA: Rij jij dan auto, Arthur? Sinds wanneer?
ARTHUR: godnogaantoe. Ik ben met mijn uitgever meegereden.
LIA: Lymfe zelf? De oude lymfe?
ARTHUR: Lymfe ja. Hoezo Lymfe? Gewoon Lymfe. De oude Lymfe? Ja, die Lymfe. Wat dachten jullie van koffie? Ben ik dat hele eind hier naartoe gereden, met Lymfe, jawel, dacht ik in de auto al: ik moet een vlag. Daarop schrijf ik ‘geouwehoer’, en dan zwaai ik daar van tijd tot tijd mee.
BEA: Koffie drinken doen we buitenshuis, was het plan, Arthur. Gezellig d’r even uit.
LIA: Schotland. De vakantie in Schotland. Toen ging het al mis. Onder zat ie. Onder, helemaal onder. Toen ik een dagje alleen op stap was geweest. Ik dacht een grapje. Jam, dacht ik. Wonderlijk dat je altijd een fractie denkt: het is een grapje. Helemaal onder. Later kreeg hij er een zekere handigheid in. Die littekens vind ik trouwens gruwelijk. Lastig als je een overhemd voor hem kopen moet. Hij zou graag weer eens een keer naar Schotland willen.
BEA: Daar is hij voorlopig nog niet aan toe.
LIA: Werdegang sprak ik laatst, Werdegang – wat is die trouwens dik geworden en een bruine kop! Was op Kreta geweest – en die zei dat Schotland zo was veranderd. Tegengevallen was het hem. Kreta trouwens ook. Afrika daar wil ik nog eens heen.
BEA: zou dat nog te doen zijn op onze leeftijd?
LIA: Hoeveel jaar ben jij jonger dan ik?
BEA: Ik bedoel politiek.
LIA: Noord-Afrika. Niet Zuid natuurlijk.
ARTHUR: Wat heeft leeftijd te maken met politiek?
BEA: Maatschappelijk gesproken. Je loopt toch in alle opzichten veel meer in de gaten? Ben je jong en non-descript, dan is niemand in jouw opinie geïnteresseerd.
ARTHUR: ik vind dat een rare opvatting over toerisme.
LIA: Maar over Zuid hebben we het helemaal niet. Ik vraag me af waar dit over gaat.
ARTHUR: en waar had je dan koffie willen drinken, als ik dat godverdomme vragen mag?
LIA: dat wil ik graag even met hem bespreken.
ARTHUR: niet bij Witteveen.
LIA: Misschien niet.
ARTHUR: Bij Witteveen niet.
BEA: Goed. Niet bij Witteveen.
LIA: We overleggen straks even.
ARTHUR: Alles is goed maar Witteveen niet.
BEA: Hij zal daar zelf ook niet graag komen.
ARTHUR: Ik ga niet naar Witteveen na alles wat zich daar heeft voorgedaan.
LIA: Geen Witteveen. Witteveen niet.
ARTHUR: Nee goed, want …
LIA: Niet naar Witteveen. Witteveen niet.
ARTHUR: het is maar dat jullie het weten. God, hij zal wel weer een boek gelezen hebben.
LIA; Jezus ja, een boek. Herejezus, hij heeft misschien een boek gelezen.
ARTHUR: Hij kletst jou de oren niet van het hoofd over wat hij allemaal niet heeft gelezen.
BEA: De sleutel. Heeft ze die meegenomen?
LIA: De sleutel? Hoe kan ze die vergeten zijn? Ze is hem toch halen?
BEA: De sleutel van de deur?
LIA: ik dacht van de auto. Oh, nu begrijp ik wat je bedoelt.
BEA; ja, precies. Kan ze wel binnen?
LIA: anders kan ze toch bellen?
DIRKJE (op): nou zeg.
BEA: O. Ha. Nee dus. Waar is ie dan?
DIRKJE: in de auto maar hij wil er niet uit.
LIA: Nou dat weer.
ARTHUR: Laat zitten. Niet op ingaan.
BEA: Nou ja. Nee zeg. Maar waarom dan?
ARTHUR: laten zitten, zeg ik.
BEA: waarom dat nu weer?
ARTHUR: Laat toch zitten.
BEA: Nee zeg. Wat nou weer.
ARTHUR: ik zeg toch …