Ik ben bloed (Een middeleeuws sprookje)

Structuur
Eenakter

Genre(s)
Drama, Eenakter

Ruimte
Onbepaald

Tijd
Onbepaald

Synopsis

Het is 2001 na Christus en we leven nog steeds in de Middeleeuwen.

Zo begint dit lange gedicht over misschien wel het belangrijkste bestanddeel van het menselijk lichaam: bloed.

Er heeft geen evolutie plaats gevonden sinds de donkere middeleeuwen: ‘We leven nog steeds met het einde der tijden dat nooit zo nabij geweest is’. Verleden, heden en toekomst lopen in de tekst door elkaar. De mens heeft nog altijd hetzelfde lichaam, ‘dat nat is vanbinnen en droog vanbuiten’. Dat lichaam blijft een last: het zit vol ziektes, obsessies en pijn. Enkel bloed kan zichzelf verschonen en vernieuwen.

De mens is nog altijd onderhevig aan dezelfde driften en impulsen. Een zelfde agressiviteit vloeit door zijn aderen. Een zelfde bloeddorst trilt op zijn lippen. ‘Orgie, offer en oorlog’: alles doen we voor bloed. Verlangen en verslaving kleuren onze ziel rood. Die ‘onverzadigbare honger’, die onstilbare dorst is alom. Het is nimmer voldoende, ‘nooit genoeg’. Deze dierlijke instincten bedekken we met een huid van schaamte. Bloed willen we zuigen, nog steeds. Of lichamen leeg doen bloeden: huid openscheuren en wonden doen vloeien. Onsterfelijk willen we worden, onkwetsbaar. Maar een eeuwigheid duurt lang.

De tekst vraagt om een nieuwe manier van zijn, om de uitvoering van een aderlating in deze gestolde geschiedenis.

De tekst eindigt hoopvol. De evolutie gebeurt. ‘Quod erit corpus in me est’: het lichaam van de toekomst zit in mij. De frase wordt steeds herhaald, als een mantra, als een gebed, als een toverspreuk. Latijn doorkruist de tekst. De woorden bezweren als in een bijbel. De toekomst, dat is een lichaam van bloed:

Niemand zal mijn lichaam overwinnen […] Niemand zal mijn lichaam doen sterven […] Niemand zal mijn lichaam doen bloeden. Want ik ben bloed.

Ik ben bloed (Een middeleeuws sprookje) verscheen in boekvorm in de anthologie Geschiedenis van de tranen en andere theaterteksten bij Uitgeverij Meulenhoff | Manteau, met ISBN-nummer 90 8542 046 6.

Het is 2001
na Christus
en we leven nog steeds
in de Middeleeuwen
En we leven nog steeds
met hetzelfde lichaam
dat nat is vanbinnen
en droog vanbuiten
We leven nog steeds
met een lichaam
dat veel meer kleur heeft
vanbinnen dan vanbuiten
We leven nog steeds
met het sprookje van de liefde
en geen dag zonder bloed
We leven nog steeds
met onverzadigbare honger
naar meer
Het is niet voldoende
Het is nooit genoeg
We leven nog steeds
vol schaamte
die zich alleen toont wanneer we blozen
en het bloed door onze huid schemert

‘Amen, amen dico vobis:
Nisi manducaveritis carnem Filii hominis
Et biberitis eius sanguinem,
Non habebitis vitam in vobis.’
‘Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, als gij het vlees
Van de mensenzoon niet eet
En zijn bloed niet drinkt
Hebt gij het leven niet in u’
(Johannes 6,53)


Sensuele wezens
met ogen die de zielen
van anderen weerspiegelen
en schitteren in extase
Met een verleidelijke mond
zoete lippen om te zuigen
en hagelwitte tanden om te bijten
Sensuele wezens
van een verblindende schoonheid
die van hun lichaam glijdt
Een gloed van warme wellust
die anderen bedwelmt
Zo zou je willen zijn?
Zo zouden we allemaal willen zijn?
Nietwaar?

Sensuele wezens
met ogen als tentakels
ogen die niet kijken
maar zacht strelen en betasten
Met scherpe kaken en een gespierde mond
waarin speeksel en andere sappen zich mengen
voor puur plezier
Sensuele wezens
met een zachte huid
die getekend is door groeven
Ringen van stand en wijsheid
die hun lichaam versieren
Sensuele wezens
van een exotische schoonheid
die van hun lichaam druipt
Een zinnelijk genot
dat anderen aanzuigt
Sensuele wezens
die eeuwig krachtig en jong blijven
waardoor zij macht uitstralen
en de illusie wekken
dat zij geen angsten kennen
en vrij zijn van alle regels
Zo zou je willen zijn?
Zo zouden we allemaal willen zijn?
Nietwaar?
Bloedzuigers zouden we willen zijn?
Maar dat is verboden!
Dat hebben we zelf bepaald
Ik zie mensen bleek worden
Waarom?
Omdat het verboden is of omdat jullie dorst hebben?
We hebben zelf grenzen vastgelegd
Maar we kunnen het niet laten
Het is de aard van het beestje
om ze te overschrijden
Twee dingen zijn zeker in het leven
En misschien zijn ze wel hetzelfde
We zullen doodgaan
en we zullen grenzen overschrijden (lacht)
Onsterfelijk zouden we willen zijn?
Nietwaar?
Stel je voor
dat je een bloedzuiger bent?
Dan mag je niet vergeten
je kan niet doden wat dood is
En ik kan je verzekeren
een eeuwigheid duurt lang
We kunnen er maar beter aan wennen

‘Hoc solum cave, ne sanguinem comedas;
sanguis enim pro anima est,
et non debes animam comedere cum carnibus.’
‘Houdt alleen vast dat ge geen bloed moogt eten;
Want het bloed is het leven
En het is niet geoorloofd vlees te eten met het leven erin
(Deuteronomium 12,23)


We zijn slaaf
van wat we zijn
Ik geef het tenminste toe
En ik wil worden
waarvan ik leef
We moeten worden
waarvan we leven
Onze gewoonten en onze behoeften
worden gecontroleerd door onze wil
Maar onze wil wordt gevormd door onze verslaving
We kunnen nooit genoeg krijgen
als we nuchter zijn
doet het lichaam pijn
en leven we in een hel
Ik ken die helse pijn


(FABRE, Jan, Ik ben bloed (Een middeleeuws sprookje), In: Geschiedenis van de tranen en andere theaterteksten. Meulenhoff | Manteau, 2005, pp. 95 – 98.)

Opvoeringsgeschiedenis
Je suis sang (2001 door Troubleyn)
Je suis sang (2003 door Troubleyn)
Je suis sang (2005 door Troubleyn)

Auteursrechten
De rechten worden beheerd door SABAM.

Video's