Koffers op Reis

Aantal personages
Mannen: 1
Vrouwen: 1

Personages
Flor Papel, Staphylae Colchica

Structuur
26 doorlopende scènes

Genre(s)
Jeugdtheater

Ruimte
een onbepaalde weg

Tijd
onbepaald

Synopsis

In Koffers op reis botsen een vrouw en een man op doorreis - met ieder wel tachtig koffers bij zich - tegen elkaar op. Hun bagage raakt verstrikt, wat voor de nodige verwarring zorgt. Op zeer charmante wijze babbelen en bekvechten de twee zich nader tot elkaar. Is het liefde op het eerste gezicht of misschien moet de liefde eerst nog wat groeien? Zeker is dat ergens hun wegen samenkomen.

Colchica : En wat dan? Ik zou eindelijk graag doorgaan en u doet niks anders dan mij ophouden. Moet u dan niet verder. U was toch ook op weg naar ergens. Naar waar gaat u eigenlijk?
Papel : Naar ginder.
Colchica :  Naar ginder?
Papel : Ja, naar ginder.
Colchica : En wat is er ginder?
Papel : Dat zie ik wel als ik ginder ben.
Colchica : Maar u weet toch waar u naartoe op weg gaat?
Papel : Natuurlijk weet ik dat. Naar ginder.
Colchica : U weet dus niet waar u naar toe gaat?
Papel : Ik zeg U toch dat ik naar ginder ga
Colchica : Ja naar ginder, maar wat is er ginder?
Papel : Kijk, moest ik niet weten of ik naar ginder of naar ginder of naar ginder zou gaan, dan wist ik inderdaad niet waar ik naar toe ga. Maar ik ga naar ginder. Dus weet ik toch wel waar ik naartoe ga. Alsof ik niet zou weten waar ik naartoe ga.
Colchica : Ja maar, ik bedoel naar welk dorp of welke stad of naar familie of vrienden of zo.
Papel : Wat doet dat ertoe? Dat is toch genoeg als ik weet dat ik naar ginder ga? 
Het is de wandeling en niet de bestemming.
Colchica : Zeg dat nog eens.
Papel : Het is de wandeling en niet de bestemming.
Colchica : Dat klinkt alsof u daar heel lang en heel diep hebt over nagedacht.
Papel : Nee. Ik heb dat ergens gelezen en ik vind dat heel waar.
Colchica : Het klinkt in ieder geval heel diepzinnig.
Papel : Juist niet. Het is zo simpel als wat. Het is de berg en niet de top. Het is het groeien en niet het groot zijn. Het is de bloei en niet de vrucht. Het is de wandeling en niet de bestemming.
Colchica : Ik ben er zeker van dat u er nog wel honderd uit uw mouw kan schudden.
Komt u dan nooit eens graag op een bestemming aan?
Papel : Toch wel. Maar het wil gewoon zeggen dat ik graag onderweg ben. En dan geniet ik daarvan. En als je altijd bezig bent ergens te geraken dan mis je zoveel.
Colchica : U zegt dat precies alsof ik niet geniet omdat ik graag wil doorgaan. Ik geniet ook terwijl ik onderweg ben. Maar ik kom ook al eens graag ergens aan. En ik ken er ook eentje. Het is de wandeling en niet het oponthoud.
Hoe sneller we hier kunnen doorgaan, hoe beter.
Papel : Naar waar moet u dan, als u zo gehaast bent?
Colchica : Luister meneer Papel. Ik ben niet gehaast. Ik herhaal, ik ben niet gehaast. Ik zou enkel heel graag willen doorgaan.
Papel : U bent niet gehaast. U wilt gewoon doorgaan. Dat is... dat is... dat begrijp ik. Maar u maakt me wel nieuwsgierig naar waar u op weg bent, omdat u zo persé wilt doorgaan, vroeg ik me af naar waar u
Colchica : Naar huis.
Papel : Naar huis?
Colchica : Naar huis. Wat ik zeg.
Papel : En waar is uw huis?
Colchica : Dat euh …dat is langs ginder.
Papel : Jamaar ik bedoel in welk dorp ginder of in welke stad ginder?
Colchica : Is het niet genoeg als ik weet dat mijn huis langs ginder is? Alsof ik niet zou weten waar ik naartoe zou gaan? Bovendien ga ik dat niet aan uw neus hangen, anders zie ik u nog in staat om morgen voor mijn deur te staan.
Papel:  Hoe kan u het raden?
Colchica : U bent iets te voorspelbaar meneer Papel. Dat is alles.
Papel : En is er iemand die op u aan het wachten is?
Colchica : Voorspelbaar en vrijpostig ook.
Papel  : Het is toch altijd fijn als er iemand is die op je wacht. Die in de deuropening staat als je aankomt. Die de kachel heeft aangestoken, warme melk heeft klaargemaakt, het bad al heeft laten vollopen,
Colchica : een zachte handdoek klaargelegd,
Papel : lekker gekookt,
Colchica : de tafel versierd,
Papel : het bed heeft opgedekt met verse lakens,
Colchica : de kussens goed opgeschud……..mmmmm
Dat huis heb ik nog niet gevonden.
Papel : Wat zegt u?
Colchica : Dat ik dat huis nog niet gevonden heb. Ik bedoel dat ik dat huis, iedereen zoekt zo’n huis.
Papel:  Ik kan u even niet volgen. U zegt zonet dat u op weg bent naar huis. En nu zegt u dat u het nog niet gevonden hebt.
Colchica : Dat neemt niet weg dat ik ernaar op zoek ben.
Papel : Bent u verloren gelopen?
Colchica : Ik ben helemaal niet verloren gelopen.
Papel : U bent niet verloren gelopen, maar het huis naar waar u op weg bent, hebt u nog niet gevonden? Of zoiets als ik het goed begrijp.
Colchica : Kijk, u hoeft van mij helemaal niks te begrijpen.
Papel : Neenee, jamaar, ik begrijp u. Volkomen. U bent op weg naar het huis dat u aan het zoeken bent en u denkt dat u dat ginder gaat vinden?
Colchica : Voila, ik zou het zelf niet zo mooi hebben kunnen formuleren. En dan zou ik nu willen doorgaan.
Papel  : Jamaar, op deze manier vindt u dat huis nooit. Als u dat huis wilt vinden, dan gaat u nog lang moeten zoeken. Dat huis kom je tegen. Op de moment dat je het minst aan het zoeken bent.  En dan moet u het nog herkennen. Want voor hetzelfde geld loopt u er straal voorbij zonder het op te merken, omdat u zo gehaast bent, oeps
Colchica : Gaat u me nu ook nog de les spellen? Wel het is in ieder geval zo dat ik makkelijker het huis herken waar ik niet wil wonen dan andersom. En dieper wens ik hier niet op in te gaan, als u mij volkomen begrepen heeft.
Papel : Wacht, we gaan plaats maken, zodat u kan doorgaan. Want ik hou U al heel de tijd op terwijl U wilt doorgaan.  Maar eerst wil ik u nog deze bloem geven.
Colchica : Wat gaat u nu doen?
Papel :  Ik heb ergens een heel speciale bloem zitten, en ik wil u die geven als herinnering aan deze aangename ontmoeting.
Colchica : Luister nu eens even hier meneer Papel.
Papel : Ik luister.
Colchica : Nee , u luistert helemaal niet.
Papel : Toch wel, ik luister, maar ik zoek ondertussen verder terwijl u praat. Dus zeg maar gerust. Ik hoor u.
Colchica : Ik wil dat u naar mij kijkt als u naar mij luistert. Laat maar. Meneer Papel, misschien wil ik helemaal niet herinnerd worden aan deze...
Papel : Waar zit die bloem ook weer?
Colchica : Meneer Papel U luistert helemaal niet naar mij.
Papel : Wacht. Ik twijfel tussen deze koffer en deze koffer.
Colchica : Ik wacht helemaal niet meer. U mag uw bloem houden.
Hij opent een koffer en neemt er de bloem uit die hij zoekt.
Papel : Ziet u. Als het echt nodig is, vind ik wel wat ik zoek. Deze bloem is voor u.
Colchica : Ik moet uw bloem
Papel : Het is misschien niet de mooiste bloem die ik heb.
Colchica : Flor, ik bedoel meneer Papel.
Papel : Maar is het wel de bloem waar ik zelf altijd heel hard aan gehecht ben geweest.
Colchica : Dan moet u ze toch niet aan mij geven.
Papel : Toch wel, u moet enkel zeggen of u ze mooi vindt.
Colchica : Ze is prachtig.
Papel : Dan is ze voor u.
Colchica : Dat kan ik niet aannemen.
Papel : Toch wel. Toch wel.
Colchica : Ik vind ze echt heel mooi.
Papel : Ik heb ze altijd willen geven aan iemand die ze ook zo mooi vindt als ik.
Colchica : Ik ben er echt heel blij mee en de bloem maakt alles weer goed.
Papel : Wat bedoelt u met maakt alles weer goed. Nee laat zitten, laat zitten. Ik heb niks gezegd. Als u blij bent, ben ik ook blij.
Colchica : Ik ben heel blij.
Papel : Dan ben ik blij dat u blij bent.
Colchica : En ik ben blij dat ik u heb kunnen blij maken.
Papel : Dan hebben we elkaar blij gemaakt.
Colchica : Zo is het. En dan is dit misschien een mooi moment
Papel : Een blij moment.
Colchica : Dit is een blij moment, maar misschien ook een mooi moment om eens door te gaan, zodat ik eindelijk
Papel : Tuurlijk tuurlijk. Ik wou het net zelf voorstellen. Misschien is dit blij moment het mooi moment om eindelijk eens door te gaan. U naar ginder en ik naar ginder.
Colchica : Dat zou mooi zijn.
Plots begint hij heel kordaat  koffers van haar te  verplaatsen.
Papel : Dan gaan we nu plaats maken zodat u door kan. Kijk we gaan het anders doen.. Ik zal alvast deze koffers met naamkaartje van u al ginder zetten. Is dat goed?
Colchica : Nee ik doe het zelf wel. Dat is helemaal niet goed. Dan heb ik nog liever dat u uw bloemen aan uw koffers bindt..
Papel Maar u wilde toch net.
Colchica : Ik heb het liefst dat u mijn koffers laat staan. Ik wil gewoon dat u uw eigen koffers. Zal ik mijn eigen koffers wel.
Papel : : Laat mijn koffers staan zeg ik.. Laat staan zeg ik. Ik heb een systeem en elke koffer heeft zijn plaats en straks weet ik niet meer welke koffer
Papel  : Zo’ n zware koffer. Kom hier. Pas op. Ai.
Colchica : Niet doen. Er zitten breekbare dingen in.Geef hier mijn koffer. Ik doe het zelf wel.
Hij tilt de koffer op en laat hem ongelukkig vallen.
Glasgerinkel.
Stilte.
Papel  : Juffrouw Colchica, denkt u dat er iets gebroken is?
Colchica : Doet u dat nu expres?
Papel  : Wat?
Colchica : Wat? U hebt zojuist de koffer met al mijn glaswerk laten vallen.
Papel : Toch niet expres.
Colchica : Nee. Misschien niet expres, alhoewel, maar u hebt hem wel stomweg laten vallen. Terwijl ik uitdrukkelijk vroeg om hem te laten staan.
Papel : Maar hij was zo zwaar
Colchica : Dat doet er toch niet toe.
Papel : Maar u had gezegd dat in uw grote koffers enkel lichte dingen staken, dingen die niet veel wegen, daarom dacht ik dat...
Colchica : U luistert niet. U hebt nog geen seconde naar mij geluisterd.Ik wil dat u overal afblijft en en overal afblijft. Is dat nu zo moeilijk?
Papel : Ik wou u alleen maar even helpen.
Colchica : Dan heb ik liever dat u mij niet meer helpt. En u mag uw bloem houden. Ik moet ze niet meer.
Papel : Maar juffrouw Colchica.
Colchica : Eerst geeft u mij een bloem die u dierbaar is. En daarna laat u mijn koffer vallen die mij heel dierbaar is en breekt u mijn glaswerk dat mij nog dierbaarder is. Hoe moet ik dan kwaad zijn op u met deze bloem in mijn handen?
Papel : Dan geef ik ze u straks terug.
Colchica : Als er nog een straks komt.
Papel : Misschien straks wel.
Colchica : Dat zien we dan straks wel.
Papel  : Willen we eens kijken?
Colchica : Waar naar kijken?
Papel : In uw koffer. Om te kijken of er iets gebroken is?
Colchica : Bent u dan potdoof of zo?
Papel : Nee, waarom?
Colchica : Dan heeft u al dat glasgerinkel toch gehoord.
Papel : Maar misschien valt het allemaal nog wel best mee.
Colchica : Misschien valt het allemaal nog wel mee. Als u het niet erg vindt dat mijn glaswerk naar de vaantjes is, ja dan valt het allemaal nog wel mee. Maar het is mijn glaswerk. En ik vind het wel erg. Mag het? Mag ik het erg vinden dat mijn glaswerk kapot is omdat u het domweg hebt laten vallen?
Papel : Natuurlijk is dat erg, maar u heeft nog geen eens gekeken of het wel zo erg is als we denken.
Colchica : Kijk meneer; u vertrouwt meer uw ogen dan uw oren, maar mijn oren zijn nog heel goed. En als u niet wilt horen. Wat zit er in deze koffer?
Papel : Boeken.
Colchica : Bent u wel zeker?
Papel : Waarom?
Colchica : Omdat orde niet uw sterkste kant is en u daarjuist niet eens wist waar uw theemuts zat. En wat zit er in deze koffer?
Papel : Ik denk zakdoeken.
Colchica : Een hele koffer vol zakdoeken?
Papel : Ik heb graag zakdoeken in de buurt.
Colchica : En wat zit er in deze koffer? Iets breekbaars?
Papel : Nee, ik heb nog maar heel weinig breekbare dingen, jufrouw Colchica. Mijn servies nog en dat zit in die koffer daar. Waarom?
Colchica : Luistert heel goed en stel u dan de vraag of er misschien iets gebroken is?
Ze heft de koffer op en keilt hem tegen de grond.
Gerinkel van glas.
Colchica : Denkt u dat er iets gebroken is?
Papel:  Dat lijkt mij inderdaad het geluid van een servies dat geplakt zal moeten worden.
Colchica : Maar U twijfelt nog een beetje. Luister nog eens goed. Zou dit het geluid kunnen zijn van iets dat gebroken is?
Ze keilt de koffer nog eens tegen de grond.
Gerinkel van glas.
Papel : Tja, veel zal er nu niet meer geplakt kunnen worden
Colchica : Dat denk ik ook. Luistert nog maar eens goed. Een laatste keer. En nog eens een laatste keer en nog eens een laatste keer.
Ze keilt de koffer nog een paar keer tegen de grond.
Gerinkel van glas.
Colchica : En? Willen we eens kijken? Misschien valt het allemaal nog wel mee?
Papel : Dat lucht op zeker?
Colchica : Wat lucht op?
Papel : Zo eens alles geven. Dat lucht toch op?
Colchica : Hoe bedoelt u?
Papel : Zo eens even stoom aflaten. De druk van de ketel laten. Dat dat goed doet.
Colchica : Wees maar zeker dat mij dat heel goed heeft gedaan. En het spijt mij van uw servies. Maar ik ben er zeker van dat u iemand bent die ervan uitgaat dat scherven geluk brengen. Welnu dan, hier is een heel koffertje vol geluk.
Papel : Zit er niet mee in, juffrouw Colchica.  Als u er zich beter door voelt, dan is dat ook goed. Het is veel belangrijker dat u zich goed voelt.
Colchica : Ik voel mij heel goed. Ik voel mij al heel de tijd goed, meneer Papel. Tot aan het moment dat u mijn glaswerk hebt laten vallen.
Papel : Nu u wat stoom hebt afgelaten, kunnen we misschien eens kijken naar uw glaswerk. Misschien valt het allemaal nog wel mee.
Colchica : Als u nog één keer zegt ,misschien valt het allemaal nog wel mee, keil ik met plezier al uw koffers tegen de grond, en dan zullen we wel eens zien of dat allemaal nog meevalt dan. Goed, dan zullen we eens kijken naar wat u gedaan hebt. Maar ik doe de koffer open en u komt nergens aan.
Ze doet de koffer open.
Papel : Ik durf het bijna niet te vragen, juffrouw Colchica, maar valt het een beetje mee?


 

Opvoeringsgeschiedenis
koffers op reis (2002 door HETPALEIS)
koffers op reis (2007 door Theater de Citadel)

Foto's