Advertentie
Aantal personages
Mannen: 3
Personages
Erik, Ali - Ben, Bram
Genre(s)
Drama
Synopsis
Moeder3logie is een résumé van gespreksflarden, overpeinzingen en herinneringen van zonen en hun moeder. Drie mannen nemen in het stuk steeds vaker de woorden in de mond van de vrouw die zij in werkelijkheid nooit zullen kunnen zijn. Typerende uitdrukkingen en kenmerkende banale vragen herhalen ze, alsof ze daarmee de macht die hun moeder nog altijd over hen lijkt te hebben, willen bezweren. De lezer leert het meisje achter de moeder kennen, waar de mannen liever de façade blijven zien en zelf hun façade tonen. Zij zijn zoons en hun pijn en eenzaamheid verbergen zij liever voor hun moeder, die hen zo graag gelukkig ziet. "Zij vraagt hoe het met je gaat / En dan zeg ik 'goed', ook al zou ik eigenlijk niet willen leven".
Als dezelfde mannen de gedachten van de moeder verwoorden, blijkt zij opgelucht dat de jongens het huis uit zijn, gelukkig dat zij niet meer verantwoordelijk is voor die levende herinneringen aan haar vernederende seksuele ervaringen. Op het moment dat het gebeurde heeft ze zich voorgehouden dat ze er kracht uit putte, dat zij in staat was weg te kruipen in haar eigen hoofd en haar emoties te overwinnen. Maar als haar zoon 's nachts aan haar deur luistert, hoort hij zijn moeder schreeuwen van woede en huilen. Net zo min als haar zoons kan ze zich achter het masker van haar gezinsfunctie verbergen. En toch blijft iedereen uiteindelijk binnen de gestelde grenzen van de conventie. Want toegeven aan de kennis betekent het einde van de illusie waarin zij in staat zijn in harmonie te leven.
1
ERIK
Ik ben een kleine jongen
Mijn domein is, in de avonduren
De kleine kamer boven in het huis
Daar leggen ze me te slapen
Daar lig ik wakker, maar dat weten zij niet
Daar bouwen mijn kindergedachten uit lucht en schaduw een geheime wereld
Daar leren mijn handen mijn lichaam kennen
Ik ben een jongen en als het donker is wordt er aan mij niet meer gedacht
Ze praten in hun verre kamers
Of ze zijn stil en dan hoor ik alleen hun voeten en hun vermoeide hoesten
Ik luister naar alles, totdat ik alles kwijt raak
Maar deze avond is anders
Ik weet niet waardoor het komt dat ik wakker blijf
Was er iets, vandaag in het huis, dat anders was dan gewoonlijk?
Hebben ze minder op me gelet?
Hebben ze harder gepraat, of waren hun gebaren groter?
Het is alsof ik geraakt ben door een wind van onrust die door het huis trekt
Eerst zijn er nog de geluiden
In de lichaamswarmte van mijn bed hoor ik hoe ze komen en vervagen
Dan wordt het stil
En ik lig met open ogen
Waarom ik het doe weet ik niet
Maar ik merk dat ik het doe
Ik sta op - voorzichtig, om het bed niet te laten kraken
Ik sta en ik huiver, ik open de deur
Zo lichtloos en zonder leven ken ik het huis niet
Op zachte voeten loop ik de trap af, ik weet niet wat ik verwacht, daar beneden
De grote kamer is als een tuin vol dode dieren
Elke stoel, elke kast en elke tafel een zwaar kadaver in het donker
Als ik langer kijk zie ik dingen die ik herken, al stellen ze me niet gerust
Glazen, flessen, kleren op een hoop gegooid
Ik ruik hun geur
De geur van die grote mensen met hun onbegrijpelijke levens
Ik loop door de gang, nu
Daar is de deur van de kamer waar ik niet komen mag
Ik hoor haar stem
Als ik heel zacht en voorzichtig tegen het hout duw wordt de ruimte tussen deur en deurpost langzaam groter
Geel licht
Ik zie haar niet maar ik kan haar horen praten
Ze zegt dingen
Ik weet dat er niemand anders is dan zij, daar in die kamer
Anders zou ze zo niet kunnen praten
Ze lacht, ze gromt, ze schreeuwt, ze fluistert
Het meeste kan ik niet verstaan, maar af en toe is er een woord
dat zich doet gelden, als een druppel bloed op een blanke huid
'Altijd,' hoor ik haar zeggen, en 'gekozen' en 'niet weggaan nu'
Ze is alleen - nooit zal ze mogen weten dat ik hier sta
Dan - en ik besef dat dit een geluid is dat ik van haar nog nooit gehoord heb -
Dan huilt ze, plotseling - 'als een kind'- zou ik kunnen zeggen als ik niet zelf een kind was
Ik wil dit niet
Ik wil dit niet horen
Het is alsof er een barst trekt door een rots
Ik voel hoe koud en hoe moe ik ben
Zij valt stil en ik ga terug, de trap weer op
Naar mijn kamer waar in het bed nog de resten te vinden zijn van een vertrouwen dat verloren is gegaan.
2
BRAM
Ik kan me dingen herinneren waar niemand nieuwsgierig naar is
ALI-BEN
Ik ben een lichaam dat de herinnering oproept aan het lichaam dat ik niet meer ben
BRAM
Ik wacht af, maar niemand wacht op mij
ERIK
Ik heb goede raad gegeven
ALI-BEN
Ik ben iemand tegen wie ze zeggen dat er nog van alles gebeuren kan
BRAM
Ik heb bepaalde inzichten maar ik kan ze niet goed verwoorden
Ik ben zorgzaam geweest, maar niet van nature
ERIK
Ik had lang haar, maar ik heb het af laten knippen - omdat iemand zei dat dat beter zou staan
ALI-BEN
Ik heb iets meegemaakt wat zij nooit zullen kennen
BRAM
Ik droom iedere nacht dat ik val en dat ik liggen blijf terwijl de anderen doorlopen
ALI-BEN
Ik weet dat ik zal sterven
ERIK
Ik ben pas rustig als de kamers opgeruimd zijn
ALI-BEN
Ik had in mijn eentje door een land willen reizen waar ik de taal niet versta en waar het op straat ruikt naar vuil en kruiden
BRAM
Ik ga iets ondernemen, ik weet het zeker
ERIK
Ik had toch nooit verwacht dat het zo zou gaan
BRAM
Ik heb op dingen gerekend - en nu pas zie ik in dat ik daar geen enkele reden voor had
ALI-BEN
Ik houd nog steeds van uitgesproken kleuren
BRAM
Ik ben dit, wat ik zie - maar ik weet dat ik ook nog altijd een ander ben
ALI-BEN
Ach, die jongens
Ze begrijpen ons niet
Maar ze denken
Ja - wat die allemaal denken
Dat wil je niet weten
Ze hebben geen idee uit wat voor gat ze zijn gekomen
Auteursrechten
De rechten worden beheerd door I.B.V.A. Holland BV.