Advertentie
Aantal personages
Mannen: 2
Vrouwen: 3
Personages
Moeder, Vader, Viviane, Jan, Andere zus
Structuur
8 scènes
Genre(s)
Drama
Ruimte
Onbepaald
Tijd
Onbepaald
Synopsis
In ‘Nachtvlinders’ verhoudt de moeder zich tot de vader als een meid in de keuken, een madame op straat en als een hoer in bed. Dat zijn vaders enige eisen. De moeder levert haar helemaal over aan haar opgelegde rollen en wil dolgraag zijn hoer zijn, en smeekt hem haar te misbruiken. Een slag in het gezicht is het resultaat van de verkeerde beha. Vaders voornaamste aandacht gaat echter naar de volwassen geworden dochter Viviane.
Viviane zit bij broer Jan wanneer hij net uit een droom ontwaakt. Viviane - die niet kan slapen - wil alles weten: “Waar ben je geweest in je slaap? Wat heb je gedroomd? Vertel me alles, zoals altijd ... Je weet, jij droomt voor mij.” In ruil laat ze haar broer haar borsten zien.
Jan vertelt dat hij een elfenkoning gezien heeft, waarop Viviane reageert: “Je hebt onze echte vader gezien.” Viviane en Jan zijn immers elfenkinderen, vlinders. Ze komen uit een onzichtbare wereld. “Ik heb het toch gezegd, die twee die hier rondlopen zijn niet onze ouders,” zegt Viviane.
Viviane vertelt over wat ze ziet in haar “zogezegde moeder”: “Een oud en vervallen lichaam dat een kwaadaardige zwelling meedraagt op de plaats waar je hart zou moeten kloppen.” De moeder neemt er echter maar weinig aanstoot aan en gaat verder met haar leven: “Obladi oblada.”
Maar Viviane ziet nog meer. Volgens Viviane is haar “zogezegde moeder” verliefd op Jan. En bij Jan gaat er ook een lichtje branden. Zijn vader slaat hem alleen maar, opdat de moeder zijn wonden zou kunnen verzorgen en opdat de vader bij Viviane zou kunnen zijn. Deze familie van nachtvlinders en motten zit verstrikt in een rag van incestueuze verbanden en jaloezie.
Tijdens dit alles is Jan steeds zijn tweede zus indachtig die volgens Viviane en de rest van familie niet zou bestaan. Slechts op het einde van het stuk krijgen we de andere zus te horen. Zij kotst van mensen die zich verbeelden dat ze op haar verlangens kunnen vooruitlopen en dat ze zich aanpassen aan wat ze veronderstellen dat haar verlangens zijn. De andere zus heeft het volgende besluit over de mensen: “Ze hebben geen dromen meer.”
Nachtvlinders (Zona Dactyla) verscheen in boekvorm in de anthologie Ik ben een fout, theaterscripts en theaterteksten 1975-2004 bij Uitgeverij Meulenhoff | Manteau, met ISBN-nummer 90 5990 025 1.
SCENE 1
(Twee motten, nee meer)
Moeder: Je riep, schatje, hier zitten motten in de kamer
Vader: Ja, al tweemaal
Waar zijn de kinderen?
Hebben wij twee kinderen?
Moeder: Zie ik er zo mooi genoeg uit voor je?
Vader: Ontzenuwd pers ik uit mijn ingewanden alle lucht
Ik onthoofd de kikker in mijn keel
En spuw op de stilte die weerloos de kamer uitvlucht
Een gewelddaad die nochtans het ware daglicht schuwt
(stilte)
Je ziet er truttig uit
Dit is te braaf
Ik wil dat je me prikkelt
Waar zijn de kinderen?
Motten?
Moeder: De kinderen moeten ook braaf zijn, nietwaar?
Ik mag ze toch straffen?
Motten en nog eens motten
Gaten en nog eens gaten
Ze moeten toch opruimen en kuisen
Op tijd, zoals ik
Nietwaar, manlief?
Gaten, gaten en gaten
(Vader slaat moeder in het aangezicht)
Vader: In elk motief een aanleiding
Als er gestraft moet worden zal ik het doen
Verstaan!
Je blind verdriet
loopt te pletter op jezelf ...
Van onze dochter blijf je af
Als er gestraft moet worden zal ik haar straffen
Motten
Motten
Motten ...
Gaten in de kaas
Hou jij maar die luiaard van een zoon in 't oog
Rack a tack, rack a tack, rack a tack, rack a tack
Pack, pack
Waar zitten ze nu weer?
Ze verdwijnen altijd
Spoorloos als je ze nodig hebt
Moeder: Kinderen
Kinderen, ze kunnen soms zo behulpzaam en edelmoedig zijn
Nietwaar, manlief?
Gaten, gaten en nog eens gaten
Geen zoon, nu het koud wordt
en slechts het duister van de nacht
hem wat gezelschap houdt
Bemerk: de stilte van je nageslacht
I'm gonna kill you
I'm gonna kill you
My darling Clementine (zingt)
Vader: Alles is waar
Ja, dat is waar
Dat is waar voor je geld
Zoals eergisteren toen ze ons een geschenkje gaven
Dat is toch mooi
Waar halen ze dat toch?
Ze hebben geen geld en ze mogen niet buiten
Rack a tack, rack a tack, rack a tack,
Pack, pack
(Vader slaat moeder opnieuw in het aangezicht)
Versprekingen, een ongeluk en koffiepauzes
geven even ademruimte
maar laten een bevreemdend vacuüm
Moeder: Motten, motten en nog eens motten
Wat doen we nu toch?
Ik doe en zeg dingen
die ik niet wil
gaten, gaten en nog eens gaten
Waar zijn de kinderen?
Ze zijn weer spoorloos
Ze zijn weer verdwenen
Vader: Rack a tack, rack a tack, rack a tack
Pack, pack
Aldus de pil geruild voor het condoom
Ik wil ook wel eens de kracht
om te verdwijnen, spoorloos
Hoe zouden ze het doen?
Zie, nog gaten
Gaten
Gaten
Gaten ...
We zijn overspannen
Wat wil je, met zo'n kinderen
Krijgen wij voorlichting op het gebied van ...
(ROCK 'N ROLL)
SCENE 2
Viviane: Jan word wakker!
Word wakker!
Ben je soms dood?
Word wakker!
(Jan ontwaakt)
Je weet dat je niet lang mag slapen
of je zal verdwijnen!
Ik ben een vlinder
Zie hoe m'n kleuren zijn
Ze verbleken ...
Jan: Ik hou van je
Viviane: Laat je daden luider praten
Het verraad huist onder de zachtste woorden
Jan: M'n liefste zus ...
Viviane: M'n liefste zus
M'n liefste varken
Aan de vingers
van mijn koude handen
groeien nagels, nu
Heb je nog andere zussen?
Jan: Je bent jaloers
Ik heb er nog twee
Viviane: Zoveel zussen zijn niet te delen
Zoveel blijft noodgedwongen
godvergeten
stil
Zoals bijvoorbeeld het begeren
De al te vlug vergeten roes
JAN! JE VERGEET!
De heimelijke riten van de eenzaamheid
JAN! JE VERTEERT!
Jan: Maar jij bent m'n liefste
Ik spreek de waarheid!
Viviane: Het smalle spreken over spreken
Het steeds herhaalde verraad
Wat heb je gedaan?
Waar ben je geweest?
Waar ik niet bij was ...
Jan: Ik heb gedaan wat jij niet kan
Geslapen
Viviane: Waar ben je geweest in je slaap?
Wat heb je gedroomd?
Vertel me alles, zoals altijd ...
Je weet, jij droomt voor mij
Jan: Laat eerst je mooie borsten zien
Dan vertel ik je alles
(Jan fluit)
Viviane: Hoe zag het water eruit?
Welke kleur?
De kleur van m'n ogen
De glinstering?
De natuur weerspiegelt zich aan mijn lichaam
Jan: Mag ik je mooie borsten zien?
Viviane: Ja, vertel me dan alles
Jan: Ik ben rondgevlogen
De aarde zweeg en ook de oude bomen
zwegen
Alles stond stil, het oude geschreeuw
M'n lichaam werd vies en plakkerig
Maar ik genoot ervan ...
Viviane: Heb je onze zilveren schepen gezien?
Jan: Ja ...
Viviane: Wat een heerlijke gedachte
De zilveren schepen
Jonge elfenmatrozen
die als twee druppels water
op jou leken
Wat een prachtige droom!
Jan: Ik ben afgedaald tot waar
de magere mensen zwijgen
Als een boom met stenen
ogen en een stenen hart
De uitholling had de vorm
van jouw lichaam
Op die priemende pieken zat een elfenkoning
in een prachtig gewaad
Viviane: Je hebt onze echte vader gezien
Heb je de kleine vlek op je tong laten zien
het begin van de verwoesting?
Jij bent mijn ogen
Jij bent mijn geliefde die voor mij slaapt
Vertel me
Wat droeg de elfenkoning?
Jan: Je hebt zo'n prachtige borsten
Je tepels zijn zo mooi en hard
Onze vader droeg een witte met parelmoer
ingelegde cape
Hij glom zo mooi in de zon
Viviane: Een oog om te kijken
schonk je me, vader, die de vogels
blij maakte met mijn geboorte
En op het andere oog rustte
je mysterieuze stilzwijgen
Keek vader naar je?
Jan: Ja, de elfenkoning wuifde
en riep iets, maar ...
Viviane: Het spreken van vader is een stille wenk
om de vlek op onze tong
te laten bloeden ...
Jan: Ik verstond hem niet ...
Viviane: Zo zijn wij
Wij zijn niet te verstaan
Verliefde ondeugende geesten
Broer en zus
Kom, kus je zus
Ik heb het toch gezegd, die twee die hier
rondlopen zijn niet onze ouders
Streel me
Kus me
Laat me slapen
Jan: Op een dag
of een nacht zal ik
je bevrijden
van je slapeloosheid
Viviane: Durf nu dan
Genees me nu
Wij zijn geen mensenkinderen
(Jan begint haar te strelen en te kussen ...)
Jan: Het zal me lukken
Ik zal je bevrijden
Ik beloof het je
We zullen terug samen wandelen zoals in onze
kindertijd
We zijn niet te scheiden
Zelfs nu niet
We zijn aan elkaar verbonden
Meer dan welke andere zus en broer ook
Ik draag je overal met me mee
Eerzuchtig als ik ben, want gesteld op evenwicht
Hier en daar
waar alles altijd jij bent
En toch met mij in evenwicht
lafaard als ik ben
Als me vroeger gevraagd werd
‘Met wie ga je trouwen?’
antwoordde ik altijd ‘Met Viviane’
En dan kwam er bij iedereen zo'n glimlachje op hun
smerige gezichten
Ik vroeg me af wat daar zo grappig aan was
En dat vraag ik me verdomme nog steeds af
Viviane: Er is niets grappigs aan
Maak je geen zorgen
Ik zal hier altijd zijn
(Ze omhelzen en kussen elkaar)
Waaraan denk je?
Jan: Hoe ik je kan helpen?
Zodat je ook een paar uur kan
slapen
Hoe kan ik je genezen?
Viviane: Non! La bouche ne sera sûre
de rien goûter à sa morsure (3x)
(Viviane moet braken)
Ik zal slapen in je armen
Wat zal ik gelukkig zijn
Adembenemende dood ...
Ik zal slapen in je armen
Wat zal ik gelukkig zijn
Adembenemende dood ...
En als ik slaap, vermoord ik jou ook
Van twijfel tot vertwijfeling
als leven overleven wordt
O, wat een genot
Dit leren van het onderscheid
Dit dagen, dit breken,
dit raken van de andere kant van de tijd
(stilte)
Vergeet niet te doen wat je moet doen
Je hebt het beloofd ...
Je gaat het toch doen ...
(FABRE, Jan, Nachtvlinders (Zona Dactyla), In: Ik ben een fout, theaterscripts en theaterteksten 1975-2004. Meulenhoff | Manteau, 2004, pp. 89 – 97.)
Auteursrechten
De rechten worden beheerd door SABAM.