Ombat

Aantal personages
Mannen: 1

Personages
Ørgen Massanen (zoon van een grootindustrieel)

Structuur
1 bedrijf

Genre(s)
Andere, Drama

Ruimte
Onbepaald

Tijd
Heden

Synopsis

Massanen vertelt over zijn leven als priester in een Braziliaans dorp en stelt zich de vraag dat wat hij deed altijd hetgene was wat hij had moeten doen om de dorpelingen in hun leven bij te staan.

Meestal weten wij niet meer wat wij hier eigenlijk
kwamen doen, op het moment dat we eraan begonnen.
En terwijl we bezig zijn, vragen we het ons vaak wanhopig af.
Het is misschien pas op het einde dat je soms vaag het gevoel
hebt: Aah ja! Dat ben ik hier dan waarschijnlijk komen doen.
Ik had bisschop kunnen worden.
Ik had alles in huis om een goeie bisschop te worden.
Mijn moeder was parelduikster.
Wilskracht erfde ik van haar, het talent om mijn ogen open
te houden en mijn mond dicht, wat er ook gebeurde.
En mijn vader was een hoogtewerker.
Die maakte pylonen.
Omdat hij een goed evenwichtsgevoel had, en te stom was
om zijn boterham op de begane grond te verdienen.
Domheid, het soort domheid waarop hoogmoed gedijt, van
onschatbare waarde voor een bisschop.
Bénicao kwam hier eens binnen met een zinken emmer in
zijn hand.
Hij zegt tegen mij: ‘Er zijn 57 miljoen Brazilianen op de
wereld’, zegt hij, of ik weet wat dat betekent
- hij is Braziliaan.
Ik zeg: ‘Nee.’
‘Dat wil zeggen dat ik één 57 miljoenste ben.
Eén 57 miljoenste van iets,
dat is niks.
Ik ben niks!
Ik heb zand uitgeteld’, zegt hij, en hij zet zijn emmer neer.
‘57 miljoen korrels.
Kijk daar maar eens in.
Denk daar maar eens over na.’
Nu kon je inderdaad de bodem hier en daar nog zien.
‘Maar Bénicao, als mens ben je toch per definitie één 5
miljardste’, zeg ik - … van de totale mensheid.
‘Bij u ligt dat anders’, zegt hij,
‘gij komt uit Finland.’
En weg was hij,
mij,
zoals meestal,
achterlatend met de vraag
‘Moet ik nu iets doen?’
Laat ik u droog een aantal feiten mededelen
Mijn naam is Ørgen.
Ørgen Massanen.
Ik ben de enige zoon van de grootindustrieel Mikka Massanen.
En de enige mislukking ook van die man - alhoewel.
Hij was de eerste Fin die eraan dacht om in het Braziliaanse
binnenland bauxiet te gaan delven.
Dat was in ’27.
Iedereen zei toen dat hij zot was.
En dat was hij ook.
Want er is geen bauxiet in het Braziliaanse binnenland.
Nu nog altijd niet.
Maar hij kocht een schop en een stuk grond op de achttiende
breedtegraad, hij stak die schop in dat stuk grond en hij
haalde tonnen diamant boven.
In Finland werd over niks anders meer gesproken in die dagen.
Temeer omdat hij voordien een simpele hoogtewerker was
geweest die elektriciteit van de waterkrachtcentrales langs de
Kemioko naar Tornio bracht en naar Rovaniemi en al die
andere steden waar ze op elektriciteit zaten te wachten.
In ’28 werd ik geboren.
Maart ’28. In het teken van de vissen. Een veeg teken.

Ik heb eens drie meloenpitten op een bedje van natte humus
gelegd, in een schoteltje dat ik op de tafel had vastgeplakt.
Bedoeling was dat ik elke dag exact hetzelfde beeld voor me
zou hebben, tafelblad, schoteltje, humus, pitten, een beeld
waarin alleen het groeien van de meloen bewoog.
Bedoeling was ook dat ik de pitten dagelijks gedurende enige
tijd zou bekijken.
Niet zozeer met mijn ogen dan wel met mijn aandacht.
Er voor gaan zitten en kijkend geen andere gedachte in mij
toelaten dan deze welke de pitten betreffen.
Na verloop van tijd krijgt ge dan, naar het schijnt, een uit sterke
herinneringsbeelden bestaande film in u van het zich uit de
pitten loswroetende leven dat wij de naam ‘meloenplant’
hebben gegeven.
En als g’u dan verdiept in het gebaar dat deze plant groeiend
maakt… en nog verder in de stemming die dit gebaar bij u
oproept… en als g’u dan helemaal laat vollopen met deze
stemming, tot er niks anders meer is dan dat,
dan kunt ge,
als het goed is,
daar ergens diep onder

het wezen zien zitten
van die plant.
Op een bankje op zo
en enigszins voorovergebogen eventueel.
Meneer meloen zelf zogezegd.
En daar kunt ge dan mee praten.
Naar ’t schijnt.

Auteursrechten
De rechten worden beheerd door SABAM.

Foto's

Video's