Advertentie
Aantal personages
Mannen: 1
Vrouwen: 2
Personages
Zoen, Moeder, Bo
Structuur
9 opeenvolgende scènes
Genre(s)
Jeugdtheater
Synopsis
Er was eens in een land hier niet zo ver vandaan een jong meisje.
Ze woont met haar stiefmoeder en stiefzus vlakbij de oceaan.
Net zoals alle jonge meisjes droomt zij van de prins op het witte paard
Maar hoe de dapperste prins te kiezen,
ben je soms niet te jong of te klein om verliefd te zijn?
Gelukkig is er altijd de wind en het water om je vragen aan te stellen
of is dat een toverfee die we daar zien?
Prookjes is een intieme vertelling voor en over kleine prinsen en prinsessen. Met alle ingrediënten van de echte sprookjes vertelt Stefan Perceval het verhaal van kinderjaren. Met de daarbij passende parades van verliefdheid, ontroering, verleiding, verraad, vriendschappen die als blikseminslagen voorbij komen en even snel weer weg zijn.
In Prookjes vormen Zoen en Moeder een bijzonder paar in een al te materialistische wereld waarvan het meisje Bo volledig in de ban is. Maar langzamerhand raakt ze ook in de ban van Zoen en zijn moeder. En als moeder sterft, dan is er Bo nog. Althans in het hoofd van Zoen …
ZOEN:
Maak dat je weg bent of ik hak je handen en je hoofd er af!
Daarna steek ik je hart in een fruitpers en pers het uit tot mijn glas vol is.
BO:
En wat doe je dan?
MOEDER:
Is dat meisje er, Zoen?
ZOEN:
Misschien drink ik het op.
… of ik gooi het weg.
Eén van de twee.
BO:
Zoveel haat.
ZOEN:
Haat is zoals liefde.
MOEDER:
Dat is toch niet helemaal hetzelfde.
Zoen ziet bloed op Bo’s gezicht.
ZOEN:
Wat is dat?
BO:
Ook haat.
Iemand die zegt dat hij op mij zal passen, heeft me geslagen.
Is die heks jouw moeder?
ZOEN:
Dat is mijn moeder.
BO:
Moeders moeten mooi zijn.
Die van jou is oud en vies.
ZOEN:
Mijn moeder is niet oud en vies.
MOEDER:
Zoen alsjeblief,
Het is niet omdat je niets hebt om je mooi te maken dat je geen moeder kan zijn.
Moeder zijn zit diep vanbinnen en niet ver vanbuiten.
ZOEN:
Diep vanbinnen …
MOEDER:
Moeder zijn zit in je hart en niet op je wangen.
BO:
Een mooie moeder hebben helpt.
Als ik een mooie moeder had dan had ik nu mooie kleren aan om naar het bal te gaan.
Als ik een mooie moeder had dan was ik nu gelukkig.
Want dan had ik nu een mooie moeder die me graag zag en me naar het bal liet gaan.
ZOEN:
Naar het bal?
MOEDER:
Oh, een bal.
Op het bal kom je de prins van je dromen tegen.
BO:
Ik wil naar het bal gaan maar ik mag niet.
Ik mag niks.
ZOEN:
Van mij mag je naar het bal.
BO:
Jij hebt niks over me te zeggen, Zoen.
Ik zeg alles over jou.
MOEDER:
Ik ben te oud om naar het bal te gaan, Zoen.
Naar het bal moet je gaan als je jong bent.
Moeder haalt uit haar caddy een mooie jurk, betoverend mooi.
MOEDER:
In deze jurk ben ik nog getrouwd.
ZOEN:
In hout?
BO:
Getrouwd, Zoen!
MOEDER:
Ja, het leek wel of ik getrouwd was in hout.
Bo doet de jurk aan.
BO:
Met deze jurk zullen Ronny en Kevin en Shony met mij willen dansen.
Blaadjes vallen.
ZOEN:
Met deze jurk wil iedereen met jou dansen.
BO:
Met dit kleedje ben ik de mooiste van het bal
ZOEN:
Wat is de mooiste?
Moeder vindt een pompoen.
MOEDER:
Deze pompoen is mooi.
ZOEN:
Deze pompoen is een koets.
BO:
Dat is toch geen koets, dat is een pompoen.
MOEDER:
Soms kan een pompoen een koets zijn.
BO:
Van pompoenen maak je soep.
Toch geen koets!
Dat kan niet.
ZOEN:
Dat kan wel.
BO:
Nee!
ZOEN:
Wél!
BO:
Nee!
ZOEN:
Wél!
MOEDER:
Is het nu bijna gedaan met dat ‘gewel’?
ZOEN:
Soms zijn dingen echt wel meer dan je denkt dat ze zijn.
Soms zijn dingen echt wel anders dan je denkt dat ze zijn.
Het zit soms heel goed verborgen maar het is er wel!
MOEDER:
Je moet alleen durven kijken.
BO:
Jullie zijn echt zot.
ZOEN:
Wij zijn anders!
Dat is alles.
Wij zijn niet zoals jij, dat is waar.
Maar daarom zijn we nog niet gek, hé moeder!
MOEDER:
Je bent niet gek, Zoen.
Niemand is gek.
Sommige mensen zijn anders.
Bo scheurt het kleed van op de boomstam stuk.
ZOEN:
“Gek, gekker, gekst
Mijn moeder is een heks
Mijn vader is een boom
En ik, ik ben de zoon
Vreemd, vreemder, vreemdst
Wij leven op ne steen
De vijver is mijn zus
Geef me snel een natte kus
Schoon, schoner, schoonst
Het leven is een droom
Sterrekesfantasie
T is er wel maar ge ziet het nie
Zot, zotter, zotst
Die Bo verdient een mot
Al moet ik wel toegeven
Diep vanbinnen zien ik ze geire”