Slot

Aantal personages
Mannen: 2
Vrouwen: 1

Personages
Tintagiles, Ygraine (zus), Aglovale (grootvader)

Genre(s)
Jeugdtheater, Thriller

Synopsis

De toneeltekst Slot is verschenen bij Uitgeverij Bebuquin met ISBN 9789075175271 en te koop in de boekhandel.


Een prinses staat met haar grootvader op uitkijk. Zij wacht met een angstig hart op de thuiskomst van haar kleine broertje. Zijn terugkeer van overzee gebeurt op bevel van de oude koningin en dat voorspelt weinig goeds... Zal de kleine prins spoorloos verdwijnen, zoals zovelen vóór hem? Zullen de enorme poorten van de vertrekken van de koningin zich voorgoed achter hem sluiten? Misschien is er geen reden tot angst en vergissen de prinses en haar grootvader zich. Misschien zijn ze twee blinde vissen in een troebele vijver. Nooit hebben zij de koningin gezien en nooit durfden ze zich te wagen achter de grote poorten waar volgens hen de dood heerst.

Slot heeft de suspense van een thriller. Het is een spannend sprookje over de vrees voor het ongekende en de angst om verlaten te worden, maar ook over de moed die uit liefde ontstaat, en die ons verder voert dan we ooit durfden te vermoeden. Bart Moeyaert heeft La Mort de Tintagiles hertaald. Hij geeft het toneelstuk van Maurice Maeterlinck (1864-1949) een glasheldere poëtische kracht. Slot is een locatievoorstelling waarin licht en geluid een vreemd en duister kasteel vol mysterie toveren.

Aglovale op, met Tintagiles aan zijn hand.

AGLOVALE
Het wordt een moeilijke nacht voor je, Tintagiles. De zee raast, de bomen klagen. Het is laat. Zometeen gaat de maan slapen achter de populieren die het paleis verstikken. Wees op je hoede. Moederziel alleen ben je nooit. Wie gaat er hier anders altijd met het geluk vandoor?
In het stilste hoekje van mijn hart heb ik eens tegen mezelf gezegd — zelfs God kon het niet goed horen, ik heb eens tegen mezelf gezegd dat ik gelukkig ging worden. Een beetje later is je papa doodgegaan en je twee broers zijn verdwenen, en er is niemand die ons kan vertellen waar ze zijn. Zie mij, met je arme zus en met jou, kleine Tintagiles. Vertrouwen in de toekomst heb ik niet. Kom hier. Kom op mijn schoot zitten. Geef me een kus en leg je armen om mijn nek, in een dubbele knoop als je kunt — dat niets of niemand ze loskrijgt. Herinner je je nog dat ik je droeg als het bedtijd was, en dat je bang was voor de schaduw van de olielampen in de lange donkere gangen? Ik voelde mijn hart overslaan op mijn lippen toen ik je vanochtend zag. Ik dacht dat je ver weg was, op een veilige plek. Wie heeft je hierheen gebracht?

TINTAGILES
Dat weet ik niet, grootvader.

AGLOVALE
Wat hebben ze je gezegd, weet je dat niet meer?

TINTAGILES
Ze hebben gezegd dat ik moest gaan.

AGLOVALE
Waarom moest je gaan?

TINTAGILES
Omdat de koningin het wilde.

AGLOVALE
Ze hebben je niet verteld waarom ze het wilde? Dat moeten ze je gezegd hebben, dat moet haast wel.

TINTAGILES
Dat heb ik dan niet gehoord, grootvader.

AGLOVALE
Wat zeiden ze, als ze iets tegen elkaar zeiden?

TINTAGILES
Grootvader, ze fluisterden.

AGLOVALE
De hele tijd?

TINTAGILES
De hele tijd, maar niet als ze tegen mij spraken.

AGLOVALE
Ze hebben niets over de koningin gezegd?

TINTAGILES
Ze hebben alleen gezegd dat ze haar nog nooit hebben gezien.

AGLOVALE
En de mensen die bij je waren op het schip, hebben zij niets gezegd?

TINTAGILES
Zij hielden zich alleen maar bezig met de wind en de zeilen, grootvader.

AGLOVALE
Dat had ik kunnen denken.

TINTAGILES
Ze lieten me aan mijn lot over.

AGLOVALE
Luister, Tintagiles, ik zal je vertellen wat ik weet.

TINTAGILES
Wat weet je?

AGLOVALE
Weinig, jongen. Wij zwerven al sinds onze geboorte rond. Iets klopt er niet, maar wát weten we niet. Lang heb ik als een blinde op dit eiland geleefd, er leek niets mis. Het enige wat ik hier zag gebeuren was een vogel die overvloog, een blad dat trilde, een roos die openbloeide. Hier heerste zo’n stilte, dat een rijpe vrucht die in de boomgaard viel al een gezicht naar het venster riep. En niemand leek ook maar iets te vermoeden. Maar op een nacht vernam ik dat er hier meer aan de hand is. Ik wilde zorgen dat we wegkwamen, maar het is ons niet gelukt. Begrijp je wat ik je wil vertellen?

TINTAGILES
Is er iets wat ik niet begrijp, grootvader?

AGLOVALE
Laat ons zwijgen over de dingen die we niet weten. Zie je het kasteel, daar achter die dode bomen die de horizon verpesten, verderop in het dal?

TINTAGILES
Die zwarte vlek, grootvader?

AGLOVALE
Die zwarte vlek, die donkere plek in dat schimmentheater. Je moet er maar kunnen leven. Ze hadden het kasteel op de top van die berg daar kunnen bouwen. Bij dag zijn de bergen blauw. We hadden kunnen ademen. We hadden de zee kunnen zien, en de weiden aan de andere kant van de berg. Maar ze hebben ervoor gekozen om het kasteel in het dal te bouwen, beneden, zo diep dat er geen lucht meer bij kan. Het wordt een ruïne, niemand houdt het verval tegen. De muren barsten, je zou zeggen dat het kasteel in het donker uiteenvalt. Op één toren heeft de tijd geen vat. Hij is reusachtig, de woonvertrekken komen niet onder zijn schaduw uit.

TINTAGILES
Daar licht iets op, grootvader. Zie je die grote rode ramen?

AGLOVALE
Dat zijn die van de toren, Tintagiles. Dat zijn de enige waarachter je wel eens licht ziet. Daar staat de troon van de koningin.

TINTAGILES
En krijg ik de koningin niet te zien?

AGLOVALE
Niemand mag haar zien.

TINTAGILES
Waarom mag niemand haar zien?

AGLOVALE
Kom dichterbij, Tintagiles. Het is beter dat geen vogeltje, geen grassprietje ons hoort.

TINTAGILES
Ik zie nergens groen, grootvader. 
stilte

Wat doet de koningin?

AGLOVALE
Niemand weet het, jongen. Ze laat zich niet zien. Ze woont daar, helemaal alleen in de toren, en wie haar dient komt bij dag de deur niet uit. Ze is erg oud. Ze is de moeder van jouw moeder en ze wil in haar eentje regeren. Ze is wantrouwig en jaloers en ze zeggen dat ze gek is. Ze is bang dat er iemand haar plaats inneemt, en zonder twijfel is het die angst die haar ertoe brengt jou hiernaartoe te halen. Haar orders worden zonder meer uitgevoerd. Ze komt nooit naar beneden, en alle poorten van de toren zijn dag en nacht dicht. Ik heb haar nog nooit gezien, maar anderen wel, naar het schijnt, vroeger, toen ze nog jong was.

TINTAGILES
Is ze lelijk, grootvader?

AGLOVALE
Ze zeggen dat ze niet mooi is en alsmaar breder op haar stoel zit. Wie haar heeft gezien durft het er niet over te hebben. Maar wie zegt dat ze haar hebben gezien? Ze heeft macht die bovenmenselijk is. Aan haar willekeur zijn we overgeleverd, dat is het gewicht op ons hart, en dat moeten we dragen. Straks maken we je nog onredelijk bang of krijg je slechte dromen. Wij zullen voor je zorgen, kleine Tintagiles. Het kwaad kan niet bij je — maar wijk niet van mijn zijde, blijf bij je grootvader.
Het is vreemd — ze heeft je laten komen zonder iemand te verwittigen. Ik voel dat er iets niet klopt, maar ik weet niet wat. Toen je zo veilig ver weg was, aan de andere kant van de zee, was ik verdrietig omdat je zo ver was en blij omdat je veilig was. Nu je terug bent, ben ik blij, maar ook verbaasd. Ik kwam vanochtend de deur uit om te zien of de zon boven de bergen uitkwam, en ik zag jou op de drempel zitten. Ik wist meteen dat jij het was.

TINTAGILES
Ik was de eerste die moest lachen.

AGLOVALE
Ik niet. Je zult het ooit wel begrijpen. Het is tijd, Tintagiles, de lucht boven zee wordt donker. Pak me vast, heel goed vast, en kom overeind. Je weet niet hoeveel we van je houden. Geef me je hand. Ik laat je niet los. We gaan binnen in het akelige slot.

Ze gaan af.

Deze tekst is een bewerking van
Maurice Maeterlinck 'La Mort de Tintagiles'

Opvoeringsgeschiedenis
Slot (2005 door Laika)

Auteursrechten
De rechten worden beheerd door SABAM.

Foto's