Vier mannen / Anna

Aantal personages
Mannen: 3
Vrouwen: 1

Personages
Ad, Vic, Cas, Anna

Structuur
4 delen en een slotmonoloog

Genre(s)
Drama, Monoloog

Ruimte
een ver continent

Tijd
heden

Synopsis

'Vier mannen' is een sobere, nauwgezette tekst over herinneringen. Hij verhaalt in korte monologen de zoektocht van vier avonturiers naar een zin voor hun bestaan. Een ver continent is het decor. Een vrouw geeft richting aan de hopeloze onderneming.


Vier mannen / Anna werd geschreven op vraag van Monty.

De toneeltekst Vier mannen / Anna is opgenomen in de bundel Calvados, verhalen en dialogen. Het boek verscheen in 2001 bij Uitgeverij Van Halewyck met ISBN 90-5617-359-6 depotnummer D/2001/7104/46 en is niet meer leverbaar. De paperbackedities bij uitgeverij Bebuquin met ISBN 90-75175-01-9 (Vlaanderen) en uitgeverij IT&FB met ISBN 9789064033698 zijn nog leverbaar, ze bevatten de vier delen zonder de slotmonoloog Anna.


I.


AD Het was koud en er stond een zure wind die wist waar hij moest bijten en het regende en de lucht was grauw. De hagel striemde onze paarden. Het muildier dat onze bagage droeg, steigerde. Dat hadden we het nog nooit eerder zien doen. Het steigerde en een deel van onze bagage kwam los en viel in de modder en bleef er liggen en Jeff repte zich om de leidsels van het muildier te grijpen en hij greep ze ook. Maar het muildier was niet tot bedaren te brengen en toen werden ook onze paarden onrustig.


VIC Een noodweer. En op de hele immense vlakte stond geen enkele boom waaronder we hadden kunnen schuilen. En nergens, zover het oog reikte, lag een heuvelrug die de wind had kunnen breken. Ik dacht aan Anna. Onze paarden steigerden. De regen en de hagel beukten ongenadig op hun flanken. Ze steigerden. We hadden alle moeite om in het zadel te blijven. Jeff stond rechtop in de stijgbeugels en riep iets dat verloren ging in de wind. Hij probeerde zijn paard tegen de wind in te krijgen om de teugels van het muildier te grijpen. Ik riep: laat het niet ontsnappen, Jeff. Ik dacht: ik hou van Anna.


CAS We waren verkleumd tot op het bot en blij dat Jeff achter het muildier aanging. De krat die het had afgeworpen en die half in de modder stak en langzaam dieper wegzonk, bevatte naast een doos patronen en enkele flessen whisky en een homp gezouten ham ook de in een zeildoek gewikkelde gedichten van Milton en Wordsworth die ik er bijna plechtig had ingestopt. De hagel sloeg steeds gretiger neer en de wind sneed dwars door onze ruggen. De krat, schreeuwde ik, daar de krat. Maar de hagel raffelde elk woord tot gruis en dwong onze paarden op de knieën.


VIC Toen liet het muildier zich vangen. Ik had graag mijn hoofd op de blanke buik van Anna gelegd en deze hele tocht vergeten. We stonden naast onze paarden, afgemat en besluiteloos hoewel er geen besluit te nemen viel, we moesten verder. Ik dacht aan het schip dat ik had verlaten en dat nu misschien alweer op weg was naar Europa of naar een ander continent. En de hagel sloeg feller neer dan ooit en ik wou vloeken, maar het had geen zin. Mijn neusbeen deed pijn van de kou.


CAS We trokken de krat uit de modder, de regen spoelde haar onmiddellijk schoon, en we bonden haar weer op de rug van het muildier. Het zeildoek rond de gedichten van Milton en Wordsworth was nat, ik liet het zitten.


AD Te voet, laf tegen de flanken van onze paarden aangedrukt beschutting zoekend, gingen we verder. De nacht viel tussen de regen door, we merkten het nauwelijks. Plots was het volkomen donker, alleen de hagel glinsterde nog in het troebele licht van wat we wisten dat de maan was. We hadden de mogelijkheid om een tent op te slaan moedeloos voorbij laten gaan. Onder het voortdurende geruis van de regen en de hagel en het schuren van de wind hoorden we soms het zompige slikken van de bodem onder de hoeven van onze paarden of onder onze eigen laarzen. Aan boord van de Tristan met dit weer lag ik warm toegedekt in een rollende kajuit, stinkend naar de uien en de vis die ik had klaargemaakt en dromend van een tocht over land die ik ooit wou maken met geen ander doel dan mij er met mijn eigen ogen van te vergewissen dat de aarde niet alleen uit water bestond. Ik werd wakker voor het licht werd, ik stond op en ongewassen ging ik bij de stuurman op de brug staan en vroeg hem naar de sleutel van de kajuit waar de enige passagier die we aan boord hadden en die dit keer een vrouw was, sliep. Maar hij grijnsde alleen maar. Toen ik aandrong, zei hij: iemand was je voor. Ik lachte. De hagel sloeg ijskoud tegen mijn tanden.


CAS De nacht deed ons goed. We hoefden niet te zien hoe traag we vorderden. Af en toe sloot ik mijn ogen, zeven acht passen. Het werd gaandeweg moeilijker om ze weer te openen. Ik probeerde nergens aan te denken, elf twaalf passen. Het lukte niet. Ik voelde water in een van mijn laarzen sijpelen. Eerst dacht ik de linker, dan de rechter, toen wist ik het niet zeker. Overal was water. Ik dacht aan de verzopen gedichten van Milton en Wordsworth en aan de homp gezouten ham waarvan het mij niet had verbaasd dat al het zout eruit was weggespoeld. Toen Anna de homp drie dagen daarvoor uit de ton haalde en er een stuk verschoten linnen rond wond, scheen de zon. Ik zette een voet op de krat en poetste de laars die aan die voet zat. Na een kwartier zei Anna: hou ermee op, je maakt het leer dun. Toen nam ik de andere laars. De zon lag plat in mijn nek. Een fijn straaltje zweet liep van mijn oor naar mijn kin. Ik veegde het weg met mijn mouw. Toen de laars gepoetst was, stonden onze paarden klaar, opgetuigd en gezadeld, Jeff glimmend van het zweet nog wachtend om de krat op het muildier te tillen. Daarna vertrokken we. Jeff reed voorop, maar dat betekende niets, we lieten de paarden hun gang gaan. De zon lag nog steeds in mijn nek.

Opvoeringsgeschiedenis
Vier mannen / Anna (2000 door Theater Malpertuis)

Auteursrechten
De rechten worden beheerd door SABAM.

Foto's