Wees ons genadig

Aantal personages
Mannen: 3
Vrouwen: 1

Personages
Julius - een schilder, Simon - een dichter, Jack - een componist, Katherina

Structuur
11 scènes

Genre(s)
Muziektheater

Ruimte
Een schuin oplopende vloer omgeven door vier torenhoge banieren. Elke banier toont de afbeelding van een zwarte wachter, een bodyguard met zijn rug naar de zaal.

Tijd
onbepaald

Synopsis

Wees ons genadig vertelt het verhaal van een vierhoeksverhouding tussen drie mannen en een vrouw. Julius is een schilder, Simon een dichter en Jack een componist. Alle drie dingen zij naar de gunsten van Katherina. Zij, op haar beurt, probeert het beste uit de mannen naar boven te halen, maar moet tot de conclusie komen dat zij de muze is van drie talentloze kunstenaars. Of zijn de drie mannen kleine meesters en is Katherina een talentloze muze?

Wees ons genadig  verscheen in boekvorm  bij Uitgeverij Thomas Rap , met ISBN-nr 9789046803004 en is te koop in de boekhandel.


Scène 1


SIMON
Ik ben heel blij.
JULIUS
Ik ben ook heel blij.
JACK
Ik ben blij en gelukkig.
SIMON
Ik kan wel huilen van vreugde.
JULIUS
Alle vogels zijn mijn vrienden en de bomen en de planten ook, behalve de brandnetels.
JACK
Verdriet ken ik niet, zorgen ken ik niet, ik ken alleen blijheid.
SIMON
Zo blij ben ik. Ik ben vooral blij met mijn zintuigen.
JULIUS
Daar ben ik ook blij mee, maar nog blijer ben ik met mijn voeten. Dat je ergens naar toe kan lopen.
JACK
Ik ben blij dat ik een geslachtsdeel heb.
SIMON
Als ik gewoon stilsta in een plantsoentje ben ik al in extase.
JULIUS
Leve de uitvinder van de cognac.
JACK
En van de opium en de matras.
SIMON
En van de heroïne, en van de Nazifilms en het alpinisme.
JULIUS
Leve de populier en de wind. En het schaap.
JACK
Leve Chopin en Verdi, maar ook -en ik zeg dat met nadruk- de kleine, vergeten componist wiens composities wij nooit zullen horen. En dat is jammer.
SIMON
Blij, blij, gelukkig. Ik roep joepie.
JACK
Ik roep tweemaal joepie. Ik blijf in leven op een graankorrel en een beetje vet.
SIMON
En ik op water.
JULIUS
En ik op lucht.
JACK
En we troosten het kleine meisje wier hoepeltje gebroken is. Zo’n beetje aan de rand van het bos.
SIMON
En we troosten alle onderwijzeressen met een coltrui.
JULIUS
Leve Tolstoj.
Julius schildert achter zijn ezel. Katherina poseert staand.
KATHERINA
Mag ik gaan slapen?
JULIUS
Nog even.
KATHERINA
Ik ben moe.
JULIUS
Je hoofd ietsje op.
Zo ja.
En je hand moet lager.
Ja.
KATHERINA
Mag ik alsjeblieft gaan slapen?
JULIUS
Bijna.
KATHERINA
Waar zit je met je kwast?
JULIUS
Ik ben nu met je hoofd bezig.
KATHERINA
Dan kan ik toch gaan zitten?
JULIUS
Nee, dat kan niet. Dan veranderd het licht op je gezicht.
KATHERINA beweegt ongedurig
Ik kan niet langer staan.
JULIUS
Sta nou stil.
KATHERINA
Ik wil niet meer stilstaan.
JULIUS
Toe nou, Katherina, nog een paar minuten.
Katherina gaat zitten.
JULIUS
Zo kan ik toch niks meer?
KATHERINA
Je hebt lang genoeg geschilderd.
KATHERINA
Waarom schilder jij eigenlijk? Je kan helemaal niet schilderen.
JULIUS
Wat zeg je nou?
KATHERINA
Je kan er niks van.
JULIUS
Doe normaal, man. Ik ben schilder.
KATHERINA
Denk je dat echt?
JULIUS
Hé, hou eens op.
KATHERINA
Je wilt het niet horen?
JULIUS
Nee. Jij doet vreemd. Dat zijn die nieuwe medicijnen.
KATHERINA
Ik slik helemaal geen medicijnen.
JULIUS
Ik zie jou toch iedere ochtend een pil slikken?
KATHERINA
De anticonceptiepil.
JULIUS
Waarom is dat?
KATHERINA
We hadden het over iets anders.
JULIUS
Ga jij maar slapen.
KATHERINA
Je bent een prutschilder, Julius. En dat weet jezelf ook. En als je het niet weet
ben je een tragisch figuur.
JULIUS
Jij bent een leek. Jij ziet helemaal niet waar ik mee bezig ben.
KATHERINA
Met niks ben je bezig.
JULIUS
Ik stel schilderkunstige vragen. Elke streek die ik zet is een vraag, of een veronderstelling.
KATHERINA
O, dat praatje.
JULIUS
Praatje? Ik werk volgens hele strenge principes. Dat zie jij niet.
KATHERINA
Ik zie bruine drab.
JULIUS
Wat wil jij eigenlijk? Dat ik stop met schilderen?
KATHERINA
Ja.
JULIUS
Je ziet toch dat ik me elke dag helemaal gek schilder. Met hart en ziel.
KATHERINA
Ja, maar zonder hersenen, zonder talent. Hou ermee op, Julius.
JULIUS
Ik schilder al tien jaar. Je staat er al tien jaar met je neus bovenop en nu zeg je ineens dat ik ermee op moet houden.
KATHERINA
Beter laat dan nooit.
JULIUS
Dus jij vindt al tien jaar dat ik sta te kloten?
KATHERINA
Ja.
JULIUS
Godallemachtig. Hoe kan ik verder schilderen met een vrouw die alles wat ik maak verafschuwt?
KATHERINA
Dat kan ook niet. Ik moet gaan slapen. loopt weg
JULIUS roept
Katherina.
Katherina draait zich om.
JULIUS
Waarom gebruik je de pil?
KATHERINA
Heb ik niet genoeg nare dingen gezegd?
Katherina af. Julius staart voor zich uit, loopt af en komt even later tevoorschijn met Katherina. Hij brengt haar tot voor het schilderij.
JULIUS
Kijk en zie dat het goed is. Zie dat ik het kan. Dat ik in de schildershemel kom.
KATHERINA
Ik heb alles al gezegd, Julius.

Opvoeringsgeschiedenis
Wees ons genadig (2007 door Mexicaanse Hond)

Auteursrechten
De rechten worden beheerd door Mexicaanse Hond.

Foto's

Video's