Advertentie
Aantal personages
Mannen: 2
Vrouwen: 1
Personages
verteller, Kat, Twijfel, Pop
Structuur
9 scènes
Genre(s)
Jeugdtheater
Ruimte
buiten/binnen
Synopsis
Pop, Kat en Twijfel zijn drie vrienden. Alledrie ontsnapt uit een speelgoedwinkel. Pop danst graag, Twijfel speelt trompet en Kat zit dagenlang in zijn zetel.
Maar op een dag is het buiten oorlog, een wrede oorlog. Pop raakt overstuur door de veranderende wereld en door wat ze in de oorlog heeft gezien. Kat wil daar niets van weten en probeert Kat met zijn zelf verzonnen fantasieverhalen te troosten. Maar Pop vindt dat je je nu niet meer kan terugtrekken in leugens en verzinsels en vertrekt na een ruzie terug de realiteit in. Kat blijft in zijn zetel en gaat er van uit dat ze wel zal terugkeren. Maar Twijfel beseft dat alles nu anders is en dat Pop niet zomaar zal terugkeren. Hij brengt Kat tot bij Pop. Ze zijn alledrie terug samen. Op een andere manier en gesterkt, maar toch weer gezellig bij elkaar…
De toneeltekst Zetelkat is opgenomen in de bundel Werk. Het boek verscheen in 2010 in herdruk bij Uitgeverij Houtekiet met ISBN 9789052408644 en is niet meer leverbaar in die vorm, wel als e-boek met ISBN 9789089241290. Voor informatie over opvoeringsrechten, kan je contact opnemen met de auteur.
3. Tussenin / De leugens
VERTELLER
Thuis zit Kat in zijn zetel. Kat zit altijd in zijn zetel. Hier valt niks, maar dan ook niks, te merken van de gruwel buiten. Kat luistert naar violen en probeert intussen alle mogelijke standjes uit, in zijn zetel. Ondersteboven, als een vouwmeter over de armleuningen, kont omhoog over de rugleuning...
KAT
tot het publiek
Ik ben Kat. Heel lang geleden stonden wij in de etalage van een speelgoedwinkel. Twijfel, Pop en ik. Tussen het andere speelgoed. Wij zwegen. Wij zeiden niks. Wij dachten niks. Wij waren niks.
Dan, op een dag, komt er een dame langs met mooie lange benen, in rood en groen geruite nylonkousen. Wat er toen gebeurde? Mijn ogen draaiden allebei een andere kant uit. En 'krak' deed het, hier, midden in mijn hoofd.
De nacht die volgde op die dag ben ik beginnen denken. De straat was stil. De lichten gedoofd. Alleen het kleine dievenlampje in de winkel gaf een schamel schijnsel. Ik dacht: wat mooi! Die benen waren mooi! Die rode en groene ruiten ook. Ik dacht: ik denk! Dat gaf een schok! En door die schok ben ik gaan praten. Eerst in mezelf. Met kleine beetjes. Elke nacht. Ik praatte tegen Pop. ik dacht: een speelgoedpop, ze hoort me toch niet, ik kan zeggen wat ik denk. Ik zei: "t Is hier vervelend. Tussen al dat stille speelgoed,' zei ik, "t is hier zo vervelend als het vallen van de regen. 't Is hier zo vervelend als een lege straat. 't Is hier zo vervelend als een pas gewassen vensterruit. 't Is hier verschrikkelijk vervelend.' Pop zei niks terug. Nooit. Keek mij niet aan. Ze lag zijlings tegen Twijfel aan. Twijfel was een nogal dom uitziende knuffel. Moeilijk te gissen wat hij eigenlijk was. Pop lag tegen zijn schouder aan en staarde met grote ogen naar de overkant. Alsof ze weg wou. Toen al. Weg. Altijd maar weg. Dat heeft ze nooit meer afgeleerd. Maar op een nacht heeft ze naar mij gelachen. Dat was zo onvoorstelbaar mooi. Ik had gezegd: "t Is hier zo vervelend als in een gesloten speelgoedwinkel.' En ze lachte. Toen wist ik: ze kan denken. Want alles wat kan lachen, denkt. Ik heb gezegd: 'Kom Pop wij zijn hier weg.' Ik heb haar hand genomen en ze volgde. We hebben ons een nachtje schuilgehouden bij de deur en zijn 's ochtends, bij 't binnenkomen van de eerste klant, de winkel uitgestapt. We waren nog maar net de hoek om en daar stond hijgend, Twijfel. 'Ik hoop dat je 't niet vervelend vindt,' zei hij.
Het is niet waar. Het is een mooi verhaal, dat wel, maar 't is niet waar.
Nog één:
Wij woonden samen in hetzelfde huis. Pop, ik en Twijfel. Wij waren kinderen van reuzen. Onze ouders waren zo groot, zo reusachtig groot, dat we hun gezicht nooit te zien kregen. Dat zat ginder hoog boven bij hun hoofd. Ze hielden niet van ons omdat wij klein bleven. Wij wilden geen van allen groeien. Ze sloegen ons en lieten ons hele dagen werken. Hun schoenen poetsen om maar wat te noemen. Eén week per schoen voor 't smeren, twee weken om te boenen. Alles was buitenmaats. Te groot. Het huis: ik sliep in een barst in de vloer. En ik was de oudste van de drie. Pop was bevriend geraakt met muizen en werd door hen gelogeerd. Twijfel woonde in het stopcontact, vandaar dat hij nu stottert. We wilden weg. We wilden onze ouders kwijt. Op een avond, toen ze dronken waren omgevallen, hebben we hun haren tot zware tressen gevlochten en ze dan aaneengeknoopt. Een platte knoop, gaat nooit meer los. We zijn met veel kabaal het bos ingelopen. Ze kwamen woedend achter ons aan. Maar typisch voor een bos is, daar staan vele bomen. Ze bleven haken met hun haren en knotsten met hun koppen tegeneen. We hoorden ze nog dagen brullen. ik had een paard gekocht en manden gevlochten van riet en die over de paardenrug gehangen. Eén mand voor Pop en één voor Twijfel, ik, in het midden, op het paard. Zo reisden wij door streken waar geen mens nog komt, waar winden door de kieren van 't gebergte loeien, waar zand zich dag na dag verplaatst zodat je nooit weet waar je bent of was of nog zult zijn. Wij hebben levende mieren gegeten en wormen en af en toe een jonge geit. Wij hebben water uit cactusbladeren gedronken. Wij konden praten met de maan.
Ook niet waar. Had gekund. Maar is niet waar.
Kijk, daar kan Pop niet zo goed tegen. Zij zegt: je liegt. Ik zeg: ik denk, ik vertel, ik verzin. Ik maak het leven beter dan het is. Maar zij wil altijd weg en dingen zien en meemaken. Vermoeiende sport. Ik blijf. Ik zit hier in mijn zetel. Ik heb alles in mijn hoofd.
4. Tussenin / De waarheid
VERTELLER
Toen gooide een harde windstoot de deur open en waaide de oorlog de kamer in.
Tegen een achtergrond van onophoudelijk geweld, schuiven Pop en Twijfel verdwaasd naar binnen. Bevend staan ze tegen de muur aangedrukt. Kat springt uit zijn zetel, rent naar de deur en gooit ze dicht. Het oorlogsgeweld valt meteen weg en we horen weer violen, helder als kristal.
KAT
Pop?!
Twijfel?!
TWIJFEL
stotterend
... Oorlog...
POP
ziet nog steeds niks anders dan wat ze daarbuiten gezien heeft
... De koeien... een grote stromende rivier... en daarin honderd koeien op hun rug… honderd dikke koeien... veel dikker dan anders... alsof ze al dagen hun adem inhielden... ze dreven stokstijf voorbij... hun poten als palen in de gele lucht... hun staarten als afgerukt lis op het water ... één stootte zijn lijf aan een steen en spatte stinkend open ... de kraaien hingen daarboven... maakten een hels kabaal...
Helemaal overstuur nu.
Ze doken in de rotte brij en haalden ogen op en stukken darm...
... ze pikten in de koeienbuiken...
Kijkt nu voor het eerst naar Kat.
Ik stond op de oever te gillen en keek naar de stoet... ... wat een trieste stoet, Kat... wat een trieste stoet... op de laatste omgekeerde koe zat een man, hij klemde zich vast aan de voorste poten en keek mij met schrikogen aan… En terwijl hij voorbij dreef, fluisterde hij mij toe: niet schieten... niet schieten… hij vroeg mij niet te schieten, Kat, dat vroeg hij mij.
TWIJFEL
Het is oorlog. Niemand zegt nog goeiedag.
POP
rustig nu, te rustig
Ze slaan op mekaar…
Ze slaan tot er niks meer beweegt...
... ze bijten mekaar de oren van de kop, Kat...
... ze steken mekaar messen in het lijf…
Iedereen bloedt!
TWIJFEL
ik liep over het marktplein. Eerst een knal en dan vloog er een arm voorbij...
... ik heb gezocht en gezocht en gezocht... om uit te vinden bij wie die arm hoorde… Maar er waren daar zoveel mensen die iets misten. Armen, benen, handen, vingers... Sommigen misten zelfs hun hoofd, die liepen overal tegenaan...
Ik heb alle stukken netjes bij elkaar gelegd. Armen bij armen, benen bij benen, voeten bij voeten, vingers bij vingers enzovoort… Zodat ze zelf konden zien wat van hen was. Ik zei: ie kan je voeten herkennen aan je schoenen, je arm aan je horloge dat eromheen zit, je vinger aan de ring, je been aan de kleur van de broek die je droeg, je hoofd aan de hoed die je op had...
Het is één grote puzzel daarbuiten.
POP EN TWIJFEL
door elkaar heen
En iedereen slaat en schiet en vloekt en tiert en hakt en kermt en roept en valt en bloedt en bidt en huilt en smeekt...
POP
Alles staat in brand, Kat.
Opvoeringsgeschiedenis
Zetelkat (1998 door Villanella / Kunsthuis voor Kinderen en Jongeren vzw)
Zetelkat (1998 door luxemburg)
Auteursrechten
De rechten worden beheerd door SABAM.